Als schoenen na jaren nog onder de kapstok staan

Hoogleraar: Huidig onderscheid met verdriet na echtscheiding is discutabel

"Als ik bij u kom voor rouwtherapie is hij toch weer een beetje aanwezig."" Toen zijn cliënte dat zei over haar overleden man, herkende Jan van den Bout de ambivalentie van rouw: ze komt om echt afscheid te nemen, maar ze verlangt er tegelijkertijd intens naar dat hij er weer is.

"Rouwen om een partner is normaal. Maar bij een kleine groep - vermoedelijk tussen de 5 en 10 procent - is sprake van verstoorde rouw. "Die komt er vaak op neer dat mensen heel goed weten dat hun geliefde - zoals partner of kind - er niet meer is, maar dat eigenlijk nog niet helemaal willen of kunnen aanvaarden. Het is te erg. Mensen verzinnen allerlei handigheidjes. Ze zeggen bijvoorbeeld 'ik wou maar dat deze boze droom of nachtmerrie voorbij was' en dan bedoelen ze dat het leven weer zoals vroeger moet zijn, dat de overledene weer terug is."

Het is de taak van de therapeut duidelijk te maken dat het echt over en uit is: op deze aarde zul je die geliefde nooit meer zien, voelen, ruiken. Of om bijvoorbeeld te zeggen dat het normaal is dat je de spullen van je overleden partner niet direct opruimt, maar dat er toch iets aan de hand is als diens schoenen drie jaar na dato nog steeds onder de kapstok staan.

Van den Bout is behalve psychotherapeut ook hoogleraar klinische psychologie in Utrecht. Als onderzoeker ziet hij wel redenen om rouwen niet langer een uitsluitingsgrond te laten zijn voor een psychische stoornis, een van de voorstellen in de nieuwe psychiatrische standaard DSM 5. "Het is discutabel om het overlijden van een naaste wél een uitsluitingsgrond te laten zijn, en andere ingrijpende gebeurtenissen, zoals echtscheiding, niet. Hoewel rouwen onvergelijkbaar is met een depressie."

Van den Bout ziet wel als mogelijk gevaar dat onwetende behandelaars - bijvoorbeeld psychologen of huisartsen - sneller medicatie gaan voorschrijven. "De farmaceutische industrie levert maar al te graag pillen. Maar ik denk dat geen enkele zinnige behandelaar op het idee zal komen om een man die een maand na het overlijden van zijn vrouw nog steeds een aantal symptomen vertoont, direct op de pillen te zetten. Rouwen is erg pijnlijk en het is erg hard werken, maar geleidelijk zullen de pijn en het verdriet verminderen."

Hij wijst op een ander voorstel in de DSM 5, voor de aanhoudende rouwstoornis. "Die zou veel beter dan het kopje depressie die verstoorde rouw beschrijven. Probleem is alleen dat deze stoornis bij de DSM 5 gaat vallen onder de zogeheten aanpassingsstoornis, en dat is een categorie waarvan het Nederlandse kabinet nou juist heeft besloten dat behandeling niet meer wordt vergoed. Therapeuten zullen rouwverwerking dan mogelijk toch gaan declareren onder kopjes als depressiebehandeling."

De hoogleraar heeft moeite met de hele waarde die aan de DSM wordt toegekend. "Je mag heden ten dage pas gaan behandelen als het in die lijst staat vermeld. Dat strikte medisch denken is misschien dan wel geschikt voor de somatische zorg, maar lang niet altijd voor psychologische hulpverlening."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden