Als predikant schaam ik mij voor dit protest

Als de kerk zich in het openbare debat mengt dan is dat vanwege haar zorg niet onnodig te kwetsen, of het nu om islam of seksualisering gaat. Maar dat niemand op die kerkelijke stem reageert vindt Matthias Smalbrugge geen wonder.

Opinies zijn onmisbaar. Alleen wie zichtbaar is in het openbare debat, draagt bij aan de vormgeving van de maatschappij. Debat en opinie stellen grenzen aan de extremen en voorkomen daardoor desintegratie van de samenleving.

Neemt de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) deel aan de debatten over pakweg de islam, de seksualisering, het sociaal stelsel, de toekomst van de Europese Unie, en ga zo maar door? Soms wel.

Zo protesteerde de kerk onlangs tegen een cartoon waarbij God in een compromitterende situatie werd afgebeeld. Het speelde ten tijde van de herhaling van de pornofilm ’Deep Throat’. Een cartoonist tekende een God die een zendmast diep in de keel stak. De PKN protesteerde tegen de spotprent. Aan dit moedwillig kwetsen van het heilige moesten grenzen worden gesteld. Hetzelfde motief speelde bij de film van Wilders. De PKN stelde voor Fitna in een besloten setting op haar hoofdkantoor te vertonen, in de hoop daarmee verdere openbare vertoning te voorkomen.

Wat de kerk drijft in het openbare debat is haar zorg niet onnodig te kwetsen. Dat bepaalt de inhoud van haar bijdrage. Maar niemand die erop reageert en dus is de kerkelijke stem in het openbare debat een illusoire. Zij wordt niet gehoord. Waardoor komt dat?

Op het vlak van de seksualiteit heeft de kerk een beladen verleden. Nooit stond de seksualiteit op zichzelf, zij moest altijd in het kader van iets hogers beleefd worden. Dat kon variëren van liefde tot voorplanting. Was dat hogere er niet, dan ontviel aan seks zijn bestaansrecht. Seks werd dan een natuurlijke, autonome macht die de mens dichter bij het dier bracht dan bij God.

De variant van de PKN op deze redenering was in het geval van de cartoon het begrip ’heiligheid’. Seksualiteit moet heilig zijn, zoals God heilig is. De voorzitter van de PKN verklaarde: „Als op zo’n manier met het heilige en de Heiligste gespot wordt, als God zo wordt verlaagd, dan mogen we niet zwijgen.”

God en heiligheid bewaken de toegangspoort tot de seksualiteit. Dat zegt iets over het geringe vertrouwen dat de kerk in mensen stelt. Dat wantrouwen zie je terugkomen als het bestuur van de PKN schrijft: „Bij veel mensen is blijkbaar het idee ontstaan dat onbeperkte vrijheid – en het openlijk etaleren van seksualiteit – de absolute norm dient te zijn.” Mensen worden beschuldigd van seksueel exhibitionisme. Terwijl argumenten daarvoor ontbreken.

Hiermee is de kerk ontrouw aan haar eigen traditie en wel op twee punten: het recht van het individu en de dialoog met de cultuur. Dat zijn nu juist de twee punten die de Reformatie maakte tot een van de krachten die de moderne samenleving vormden.

Waarom spreekt de kerk over seks alsof zij nog nooit van Freud heeft gehoord? Die liet immers zien dat seksualiteit nooit eenduidig kan worden benaderd. Dat zij als oerdrift zowel constructief als destructief kan worden ingezet. Dat je daarom wellicht bezwaren kunt hebben tegen de mogelijke seksualisering van de samenleving, maar dat het ’etaleren van seksualiteit’ ook iets te maken kan hebben met de behoefte het leven te dramatiseren.

In een samenleving waarin gelijkvormigheid vooropstaat, kan dramatisering een wapen zijn in de jacht naar intimiteit. Je onttrekt je even aan de gelijkvormigheid en speelt een spel dat je anders maakt. Freud noemde dat soort seksualisering hysterie, een diagnose die as such is verdwenen, maar de analyse blijft fascinerend. Prachtig derhalve als je kritiek hebt op de seksualisering, maar doe het dan als Freud en spreek over de gelaagdheid. Anders krijg je de aantrekkingskracht van dit soort seks niet helder voor ogen.

Bovendien, zou de kerk zichzelf niet de vraag kunnen stellen in welke mate zij zelf debet is aan die crisis in de vormgeving van de intimiteit? Heeft de kerk, die de omgang met God als het intiemste deel van het bestaan ziet, werkelijk bijgedragen aan een taal van intimiteit? Of heeft zij haar eerder verbannen naar de verre oorden van verbod, heimelijkheid en zonde? Zo ja, dan past het de kerk eerst de hand in eigen boezem te steken.

In de dialoog met de cultuur blijft de kerk op deze manier onder de maat van haar eigen erfgoed. Zij is niet meer in staat de twee polen van het leven, persoonlijkheid en gemeenschap, op nieuwe en inspirerende wijze te benaderen. Dat was ze wel ten tijde van de Reformatie.

De Reformatie gaf elk individu het recht zelf de Bijbel te lezen en zo op individuele wijze zijn geloof te voeden. Je kon zelf je godsbeeld vormgeven. Dat was een stap die een enorme vrijheid gaf. God was niet degene die al uitgetekend was door kerk en traditie; hij kon steeds opnieuw worden ervaren en gekend. De Reformatie stimuleerde daarmee het debat tussen rede en geloof.

Door de manier waarop de protestantse kerk zich nu uitspreekt over seksualiteit blijkt dat die vrijheid begrensd is. God is kennelijk het wezen dat paal en perk stelt aan de seksuele beleving. De vrijheid het eigen denken en beleven in geloof te mogen vormgeven, geldt niet op seksueel gebied.

God komt zo via de achterdeur terug als de bewaker van zijn eigen en de menselijke heiligheid. Wat bepaald geen verwerpelijke opvatting hoeft te zijn, maar misschien wil ik God helemaal niet als bewaker van mijn heiligheid en wens ik dat zelf uit te zoeken.

De kerk werkt met deze beperking van de vrijheid één bepaalde interpretatie van de Verlichting in de hand: die waarin geloof en rede werden gezien als wezenlijk tegenstrijdig. Terwijl er ook een interpretatie mogelijk is waarin geloof en rede nu juist dicht bij elkaar staan en fungeren als de twee longen waarmee je je hart van zuurstof voorziet. In feite bevestigt de kerk daarmee mensen die graag verkondigen dat geloof en verstand niets met elkaar te maken. De Plasterken en de Dawkins van deze wereld halen zo gemakkelijk hun gelijk. Maar de kerk blijft ruim onder haar eigen maat. Dáár moet je tegen protesteren, niet tegen een cartoon.

Bovendien is het in de Bijbel zelf al glashelder dat seks nooit eenduidig kan worden bekeken. Neem Ezechiël en diens verhaal van Ohola en Oholiba, de twee hoeren die Israël verbeelden en van wie uitgebreid wordt beschreven hoe ze zich in hun tepels laten knijpen. Hoe zij schreeuwend zuchten naar minnaars, gespierd als ezels, hun zaad lozend als hengsten (Ezechiël 23:20). Met God voor de zoveelste keer in de rol van jaloers, bedrogen en wraakzuchtig minnaar. Mogelijk een onaangenaam beeld, maar waar het om gaat is dat seksualiteit als een vreemde macht wordt geschilderd die zelfs God in curieuze rollen dringt. Partners zijn, volgens deze tekst, niet altijd medespelers, maar ook tegenspelers. Seks gaat ook over macht. Seks zet de verhoudingen tussen partners op scherp. Als dit soort beelden voorkomen in de Bijbel, wie is dan God? Tegenspeler? Een jaloerse God die zijn wil tegenover de wil van de mens stelt? Fraaie vragen die het debat zouden kunnen voeden.

Dan het debat dat de kerk wil voeren over de islam. Daarin lopen volgens haar sociale en religieuze aspecten door elkaar heen. Enerzijds zijn er sociale elementen die de religie beklemmen, en anderzijds is het de religie die sociale verhoudingen fixeert. Ze hebben elkaar in een houdgreep. Als dat zo is, dan is het inderdaad aan de religie zelf om haar eigen kern weer scherp te onderscheiden van de sociale aspecten.

Tenzij het een slag anders ligt. Tenzij het zo is dat geen enkele religie een pure, zuivere inhoud heeft, maar zij haar vorm krijgt dankzij de cultuur.

Zou het christendom zonder de Griekse wijsbegeerte ooit een dogma van de Drie-eenheid hebben gehad, een leerstelling die in de Bijbel in de verste verten niet valt te vinden?

Maar het omgekeerde is ook waar: een cultuur wordt gewet op de steen der religie. Noch religie, noch cultuur kennen een ’oorspronkelijke’ vorm, met daarin een ’zuivere’ kern. Daarom heeft het geen enkele zin op louter religieus niveau te praten over het verschil tussen Jezus in Bijbel en Koran. Zo’n vergelijking gaat voorbij aan de essentie: religie en cultuur geven elkaar wederzijds vorm en bestaan niet onafhankelijk van elkaar.

Volgens Geert Wilders kun je de islam als religie op zichzelf beschouwen. Nonsens, de context bepaalt de aard, vrijheid en interpretatieruimte van elke religie. Maar wat de PKN suggereert – de islam is louter een religie die veel bevat dat zo waardevol is dat je mensen niet mag kwetsen – is eveneens nonsens. Religieuze opvattingen fungeren in een culturele context en dat samenspel mag je ter discussie stellen.

Uiteindelijk moeten cultuur en religie het portret van anderen verdragen en het zelfs zien als element in het spel tussen verstand en geloof. Het gaat, anders gezegd, om het afscheid van het absolutisme. Een afscheid dat het protestantisme als eerste vormgaf en dat zijn erfgoed is. Het waarheidsgehalte van religieuze teksten in twijfel durven trekken en niet a priori de grenzen vastleggen – dat is de gigantische winst geweest van de Reformatie. Daar moet een protestantse kerk voor opkomen. Zij moet de islam de vraag durven stellen die zij ooit aan het katholicisme stelde: hoe groot is de geloofsvrijheid? Het gaat erom vrijheid en subjectivisme hoog te houden. Meld Wilders dus dat het absurd is te doen alsof de islam op zichzelf kwaad of goed is. Dat is hij pas in deze of gene context.

Juist deze protestantse stem ontbreekt in het huidige debat. Echt, we zitten niet te wachten op kleinburgerlijk protest tegen een cartoon. Als predikant schaam ik me daarvoor. We zitten te springen om een kerk die fier en zelfbewust haar eigen spirituele en intellectuele erfgoed hooghoudt. Niet omwille van zichzelf, maar omwille van mensen die vrij willen zijn en toch een gemeenschap willen kunnen vormen.

Eduard Kimman, de secretaris-generaal van de rooms-katholieke bisschoppenconferentie, beweert dat het protestantisme passé is, een actiegroep die vergeten is zichzelf op te heffen. Nee, het protestantisme is die enige traditie die is toegesneden op het modern subjectivisme, veel meer dan de massieve katholieke geloofsleer. In die zin zitten we niet te wachten op een terugkeer naar Rome. Dat is een terugkeer naar het verleden. Je zou kunnen zeggen dat de rk kerk zichzelf met zijn waarheidsclaims heeft gefossiliseerd. Het is wel duidelijk wie er in 2017, na vijfhonderd jaar Reformatie, nog zal bestaan.

We zitten niet te wachten op massieve religies die strijden om de waarheid. We hebben behoefte aan manieren om God te benaderen, subtiel, in veelvormigheid, op basis van intellectuele en emotionele vrijheid. Omwille van een leefbare cultuur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden