Als patiënt koning is, loopt hij grote risico's

Er kleven grote risico's aan marktwerking in de gezondheidszorg. Als we niet oppassen gaan patiënten behandelingen opeisen, waarvan het nut niet is aangetoond.

door Ronald Bartels

Marktgericht denken in de gezondheidszorg is het toverwoord van minister Hoogervorst. Ziekenhuizen moeten concurreren met elkaar. Zo verbetert de kwaliteit van de zorg en verminderen de kosten. Omdat er geen enkel instrument is om de kwaliteit te controleren, lijken de kosten de enige reden te zijn om dit door te voeren.

Merkwaardig is dat patiënten (-verenigingen) hier niet op reageren. Marktgericht denken houdt met name in dat de klant tevreden is. In de gezondheidszorg is er maar één klant: de patiënt. Het belang van iedere patiënt is optimale behandeling en niet de goedkoopste behandeling.

Daarom is het onvoorstelbaar dat ziekenhuizen en zorgverzekeraars onderhandelen zonder dat hier een patiënt bij betrokken is. Het enige bestaansrecht van een zorgverzekeraar is de toekomstige patiënt. En zorgverzekeraars beseffen dit heel goed. De vele reclamecampagnes gericht op het werven van zoveel mogelijk klanten getuigen hiervan. Via verschillende services lokken de verzekeraars hun patiënten zoals een flexibele pakketsamenstelling, wachtlijst-bemiddeling en vergoeding van behandeling in het buitenland. Zorgverzekeraars schrijven ook steeds vaker voor hoe een behandeling moet worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld dat een rugherniaoperatie met een endoscoop en liefst laser moet worden uitgevoerd. Voor de meerwaarde is nooit enig bewijs geleverd. Niet geremd door enig inzicht laten zij zich leiden door zaken die sexy klinken.

De vraag is of de patiënt op dit soort bevoogding zit te wachten. Bepaalde eerst de arts wat goed voor hem was vanuit een geneeskundige achtergrond, nu bepaalt de zorgverzekeraar dat vanuit een financieel perspectief. En dat terwijl de patiënt de premie betaalt.

Aan de ene kant ligt hier een kans voor de patiënt. Patiënten moeten en zullen zich organiseren tot belangenverenigingen. Zij kunnen inspraak eisen in het te vergoeden pakket van maatregelen. Wat te denken van behandelingen die in Nederland te duur bevonden worden, maar in omringende landen al lang plaatsvinden.

Aan de andere kant moeten we ervoor waken dat deze ontwikkeling doorslaat. Vanuit eenzelfde marktgericht denken zullen zorgverzekeraars zich inzetten voor de wensen van de patiënt. Zo kunnen patiënten behandelingen afdwingen die geen nut hebben of waarvan dat geenszins vaststaat.

Een tot nu toe onopvallende partij zal zich ook direct inmengen: de industrie. Als geen ander kent zij de principes van een marktgericht systeem. De patiënt zal in sneltreinvaart geconfronteerd worden met nieuwe en gelikte vindingen die voor alles en niets werken. Niet alleen middelen tegen erectiestoornissen, hoofdpijn, migraine, maar ook discusprothesen, schroefsystemen al dan niet oplosbaar en dergelijke zullen aan de man gebracht worden. Tot op heden brengt de industrie dit alleen onder de aandacht van de medisch specialist, die op grond van beschikbare wetenschappelijke artikelen het nut probeert te bepalen. Misleid en aangemoedigd door de propaganda en vooral onwetend zullen patiënten(-verenigingen) hun eisen kracht bijzetten.

Deze handelwijze zet zich voort in de arts-patiënt relatie. Als een arts de behandeling niet wil uitvoeren gaan we toch naar een ander. Dat is natuurlijk een goed recht dat ook vandaag geldt. Echter, door het marktmechanisme zal de arts eerder geneigd zijn een behandeling waar hij niet in gelooft toch uit te voeren. Zodra je inkomen afhankelijk wordt van de grootte van je praktijk zullen medische argumenten immers minder zwaar wegen dan financiële.

Dit heeft twee nadelige gevolgen. Ten eerste zal de professionaliteit van de arts verschuiven. Het strikt medische denken maakt plaats voor een meer commerciële denkwijze. Hier heeft de patiënt geen last van als het de service betreft, maar de kwaliteit van de zorg lijdt er wel degelijk onder. Behandelingen die niet bewezen effectief zijn zullen eerder worden uitgevoerd. Daarnaast zal het natuurlijk beloop minder kans krijgen. Veel ziekten genezen door af te wachten. Dat is lastig voor de patiënt. Door ze snel te behandelen is de patiënt tevreden, maar stellen we hem wel bloot aan de risico's van de behandeling.

Ten tweede stijgen de kosten. Mede onder invloed van de industrie zullen in sneltreinvaart de behandelingen met nieuwe, vaak duurdere medicijnen of chirurgische kunstmiddelen elkaar opvolgen. Tegenwoordig is de behoefte aan wetenschappelijk bewijs een stevige rem op de introductie van veel zaken. Zodra de stem van de zieke spreekt, speelt het vooruitzicht op een mogelijke snelle genezing een belangrijkere rol dan de rede.

Dat de kracht van de patiënt sterk kan zijn getuigt de recente druk op minister Hoogervorst om het chronisch vermoeidheidssyndroom als ziekte te erkennen. Zelfs politieke partijen bemoeien zich ermee. Medisch inhoudelijke argumenten spelen geen rol, maar des te meer emotionele en financiële.

Marktgericht handelen in de gezondheidszorg kan op selecte gebieden wellicht vruchten afwerpen, maar de grenzen moeten nu getrokken worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden