Als ouder en kind elkaar haten

Een cursus voor ouders van lastige kinderen moet later geweld voorkomen. De moeder van de 7-jarige, ’zeer explosieve’ Marco is een van de ouders die meewerken aan een proef. „Als Marco boos wordt, barst er een bom: schelden, vloeken, slaan.”

De ruzies tussen de 32-jarige Alexandra en haar 7-jarige zoontje Marco liepen steeds hoger op. Tot het moment dat de jongen razend met zijn honkbalknuppel opgeheven voor zijn moeder stond en schreeuwde: „Zal ik jou eens effe...”

Dat gebeurde thuis in hun flat in Alphen aan de Rijn vorig voorjaar, vertelt Alexandra. „Dit gaat te ver, dacht ik. Hij heeft nu nog schoenmaatje 32, maar straks is hij 13 en heeft hij maatje 45, dan krijg ik hem écht liever niet over me heen.”

Ze had nog een reden om hulp te zoeken. „Ik stond zelf op het punt van ontploffen. Ik kon me ineens goed voorstellen dat er ouders zijn die hun kinderen wat aandoen. Ik heb Marco ook wel eens een tik gegeven, niet erg, niet tegen zijn hoofd of zo, maar ik was soms zó kwaad op hem.”

Alexandra meldde zich vrijwillig bij Bureau Jeugdzorg. Ze werd doorverwezen naar ’intensieve gezinsbegeleiding’ en kwam op een wachtlijst. In september kreeg zij een telefoontje: of ze mee wilde werken aan een proef met een nieuwe opvoedtraining. „Ik wilde liever gisteren beginnen dan vandaag. Ik wist echt niet meer wat ik met dat mannetje aan moest.”

De nieuwe training is een initiatief van Corine de Ruiter (46), hoogleraar forensische psychologie in Maastricht en onderzoeker bij het Trimbos-instituut. De Ruiter hoorde tijdens een studiereis in de Verenigde Staten over een succesvolle therapie voor ouders van kinderen met zeer ernstige gedragsproblemen, de zogenoemde Parent Management Training Oregon (PMTO), en haalde deze therapie naar Nederland.

Volgens De Ruiter zijn er hier weinig effectieve therapieën voor kinderen tussen de 4 en de 12 jaar, vindt zij. „Terwijl juist in dossiers van mensen die heel zware delicten plegen, zoals geweldsmisdrijven en zedendelicten, blijkt dat zij al heel jong ontsporen. Niet te handhaven in de klas, stelen, gewelddadig op straat.”

In die dossiers wordt de schuld vaak gelegd bij de ouders, die de kinderen verwaarloosd hebben. „Het gaat ook altijd over kinderen met een moeilijk temperament, of bijvoorbeeld ADHD”, vervolgt De Ruiter. Het gezin komt in een negatieve spiraal terecht: het kind is moeilijk, de ouder reageert streng, het kind gaat steeds meer in de oppositie, de ouder wordt nog strenger. Uiteindelijk ziet de ouder niets leuks meer in het kind. Het kind hoort alleen maar ’nee’ en geschreeuw. „Op den duur haten ze elkaar.”

Er bestáán moeilijke kinderen, het ligt niet alleen aan de ouder als het misgaat, zegt De Ruiter. Er zijn kinderen die onverschillig zijn tegenover straffen en strengheid. „Maar met deze training leren ouders hoe ze kunnen bereiken dat deze moeilijke kinderen zich beter gaan gedragen.”

PMTO is intensief: Alexandra wordt nu al weken in haar eigen huiskamer elke maandagmiddag gevolgd door PMTO-trainer Brecht Rutgers van der Loeff (34). Ze oefenen in het omgaan met Marco, die daar zelf niet bij is. Alexandra krijgt wekelijks een huiswerkopdracht en later in de week belt Rutgers van der Loeff nog eens om te vragen of die lukt.

Zelf noemt deze moeder haar zoontje ’zeer explosief’. „Hij is heel gevoelig voor verandering en hij uit zich heel moeilijk. Als het er uitkomt, barst er echt een bom: schelden, vloeken, slaan. Sinds de scheiding is het erger geworden.”

De fulltime receptioniste woonde in een dorpje in Groningen maar verhuisde in 2003, na haar scheiding, naar Zuid-Holland om dicht bij haar eigen moeder te zijn. Haar beide kinderen – naast Marco de 11-jarige Mandy – worden elke dag door hun oma van school gehaald.

De eerste basis-opvoedvaardigheid die Rutgers van der Loeff haar trainde ging over: ’instructie geven’. Dat is de eerste van vijf basisvaardigheden die deze ouders niet beheersen. Hoe geef je een kind een opdracht iets te doen?

Ze spelen het na. Eerst hoe het ging. Rutgers van der Loeff speelt de moeder en schreeuwt vanuit een hoek van de huiskamer: „Zet je kopje in de keuken”. Zo voelt Alexandra, hoe het voor Marco is, als zijn moeder iets van hem vraagt. „Niet zo prettig dus”, zegt ze lachend.

Dan speelt de trainer na hoe het wel moet. Ze gaat naast Alexandra staan, kijkt haar recht aan en zegt heel rustig: „Zet je kopje maar even in de keuken”. Vervolgens blijft ze staan, tot het kind het ook gaat doen.

Als dit goed loopt, komt de tweede vaardigheid: positief gedrag belonen. Vooral dat was even wennen, zegt Alexandra. „Ik zei opeens tegen hem: ik vind het fijn dat je dat gedaan hebt. Hij keek me echt aan zo van: wat doet ze nou? Maar hij is er gevoelig voor. Als ik zeg: ik ben trots op je, dan zie je dat koppie helemaal stralen.”

Het beste heeft de aanpak geholpen bij wat Alexandra noemt ’het ochtendritueel’. „Dat was bij ons een grote chaos. De kinderen wilden gewoon niet opstaan, het werd altijd schreeuwen. De juf klaagde dat de kinderen altijd te laat kwamen.”

Op een A4’tje is met plaatjes een zogenoemd ’stappenplan’ voor het gezin gemaakt. Daarbij leert de moeder samen met de kinderen de problemen op te lossen. De stappen werden: aankleden, eten, tandenpoetsen, tas pakken, schoenen aan.

Bij elke stap die goed lukt, verdienen ze een punt. Daarvoor zijn speciale puntenkaartjes gemaakt, met een fotootje van ieder kind. Bij drie punten krijgen ze een lekker koekje mee naar school. Alexandra is vooralsnog positief over de hulp die ze krijgt: „Het is niet zo dat nu elke ochtend gladjes verloopt, maar het gaat wel stukken beter dan vroeger en we zijn nooit meer te laat.”

Alleen vorige week liep het weer níet zo lekker, erkent Alexandra. Marco en Mandy zijn in de kerstvakantie twee weken bij hun vader in Limburg geweest. Vandaag is de eerste trainingssessie met Rutgers van der Loeff in het nieuwe jaar.

Alexandra: „Ik moet weer effe gaan nadenken over wat ik zeg. Ze gaan bij hun vader op een andere manier met elkaar om, ze mogen bijvoorbeeld veel later naar bed. Nu geeft het weer zoveel commotie als ik ze vraag of ze willen gaan slapen, maar ik moet voet bij stuk houden en zeggen: je bent nu niet bij papa.”

Rutgers van der Loeff: „Weet je nog wat goed werkte? Niet vragen: wil je naar bed? Maar vriendelijk zeggen: Marco, ga nu naar je bed, alsjeblieft.”

De namen Alexandra, Marco en Mandy zijn om reden van privacy gefingeerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden