Als Moody's spreekt beeft telecomsector

Het Nederlandse telecombedrijf KPN kreeg vorige week maandag andermaal een neerwaartse bijstelling van zijn kredietwaardigheid voor zijn kiezen. Donderdag kreeg kabelexploitant UPC een soortgelijke waarschuwing, van Moody's, en schoot de koers van het fonds omlaag. Vervelend. Als een kredietbeoordelaar als Moody's spreekt, siddert op dit moment vooral de telecomsector.

Nu aandelenmarkten al een tijdje op hun gat liggen, bloeien de obligatiemarkten. Bedrijven met afkalvende beurskoersen zoeken noodgedwongen de obligatiemarkt op om aan het benodigde geld te komen voor hun investeringen. Denk aan KPN en UPC. Zij hebben inmiddels schuldenbergen van respectievelijk ruim 40 miljard gulden en 18 miljard gulden. Plus hoge rentelasten - dit jaar kosten die UPC naar schatting alleen al 1,3 miljard gulden.

Hun schuldenposities worden nauwlettend gevolgd door de 'kredietpolitie'. Instellingen als Moody's en Standard & Poor (S & P) onderzoeken de kredietrisico's van bedrijven. Zij doen dit voor de ondernemingen zelf, en uiteindelijk ook voor de beleggers. De laatsten kunnen aan de rating, een soort rapportcijfer, zien hoe risicovol het voor hen is om geld uit te lenen aan het betreffende bedrijf.

Hoe lager de rating, hoe hoger de rente die de uitgevende instelling (bank of bedrijf) moet betalen aan toekomstige obligatiehouders.

Beleggers hoeven zich geen zorgen te maken over een onderneming met een triple A waardering, de hoogste rating die er uitgedeeld wordt. Hebben de schuldenpapieren van een bedrijf bijvoorbeeld een C-status, dan staat dat voor zeer risicovol. Dit soort langlopende schulden worden ook wel junkbonds genoemd, en hebben ter compensatie een zeer hoge rente. Vaak gaat dan om bedrijven die in de financiële gevarenzone zitten, of die net begonnen zijn en nog geen trackrecord bezitten.

Moody's en zijn concurrenten zijn geen filantropische instellingen. Bedrijven betalen voor hun diensten. En dat betekent dat een KPN of UPC bij tijd en wijle een mannetje of drie, vier van deze ratingbureaus over de vloer krijgt.

Moody's, de pionier in deze sector, heeft 700 analisten in dienst, die vanuit zestien internationale kantoren opereren. Zij spitten de boekhoudingen door van hun klanten. Hoe groot is het vreemd vermogen? Hoe is het met de cashflow (winst plus afschrijvingen) gesteld: wordt er genoeg geld verdiend om de rentelasten te kunnen betalen?

Een kredietwaardering van Moody's of S & P heeft voordelen. Met een goede waardering kan een bedrijf goedkoper geld lenen. Dat leidt weer tot meer investeringen en hogere winsten, en dus ook tot hogere koersen, zo redeneren beleggers graag.

De laatste jaren zijn de ratings populairder geworden. Vroeger kon een Nederlandse onderneming zonder problemen in eigen land geldschieters vinden die wel wilden inschrijven op hun obligaties. Zij kenden het bedrijf en hadden er wel vertrouwen in.

Maar met de komst van de euro is deze markt veel internationaler geworden. Beleggers kijken vaker over de grenzen, dus ook naar schuldenpapieren van buitenlandse bedrijven. Een internationaal keurmerk is daarbij een uitkomst. In 1999 had bijvoorbeeld 95 procent van langlopende schulden (internationaal) een rating van Moody's.

Toch is een rating geen garantiebewijs. Ook investeringsbank Barings, die in 1995 plotseling omviel, had een goede rating achter zijn naam staan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden