Levenslessen

'Als mijn vader niet ziek was geworden, was ik niet op mijn 17de wijnboer geweest'

Stan Beurskens, wijnmaker. Beeld Merlijn Doomernik

Er is volgens de Limburgse wijnboer Stan Beurskens (40) niets leuker dan in je geboortedorp iets te beginnen waar de inwoners trots op zijn. ‘Er lopen nog steeds Limburgers rond met een Calimerogevoel. Niet nodig.’

Les 1: Als je het kunt uitleggen, is het goed

“Toen ik acht was, was ik jaloers op de boterhammen van mijn klasgenoten. Zij hadden van die zachte witte die je met je vinger kon induwen. Met hagelslag erop. Dat wilde ik ook wel, maar ik moest het stevige zelfgemaakte brood van thuis eten, met zelfgemaakte geitenkaas en zelfgemaakte boter. Nu kan ik het plaatsen, mijn ouders waren hun tijd ver vooruit. Zij vonden goed en eerlijk eten belangrijk. Ze bakten ons brood, verbouwden groenten en fruit en het vlees kwam van onze eigen kippen en schapen. Ik zie mijn vader nog gehakt draaien. Van hem heb ik geleerd dat je eigenwijs mag zijn, van mijn moeder dat iets goed is als je het kunt uitleggen.

Overal viel over te praten, mijn zusje en ik mochten alles ter discussie stellen, maar uiteindelijk moesten we wel consensus vinden. Ik herinner me een lange discussie omdat ik vond dat ik tot laat in Maastricht mocht uitgaan. Mijn moeder vond van niet. Ik heb het vermoedelijk niet goed genoeg kunnen uitleggen, ik herinner me dat het één uur werd. Zij leerde me ook dat je op tijd moet ophouden als mensen iets niet wíllen horen. Ik raakte eens met een collega in een eindeloos dispuut over druivenrassen verzeild. Op een gegeven moment had ik het gevoel dat ik een IS-terrorist probeerde te overtuigen dat de 72 maagden niet bestaan. Laat ik maar stoppen, dacht ik, deze moeite kan ik me beter besparen.”

Les 2: Het leven is fragiel

“Als mijn vader niet ziek was geworden, was ik niet op mijn 17de wijnboer geweest. Het was een ingrijpende gebeurtenis. In het laatste jaar van het vwo was ik opeens de man des huizes. Mijn moeder zat alle dagen bij mijn vader, mijn zusje was nog maar dertien, ik runde het bedrijf. Ik werd in één klap volwassen en had in één klap door hoe fragiel het leven is. Tijdens mijn studie was ik van maandag tot vrijdag in Wageningen, op zaterdag en zondag in de wijngaard. In die jaren heb ik de waarde van echte vriendschap leren kennen. Mijn studievrienden dachten met me mee en ze werkten mee: plukken, opbinden, snoeien... Als we maandagavond met elkaar aten, zagen ze het al als er wat was. ‘Krijg je het niet gedaan, Stan? Dan komen we vrijdag weer mee.’ Hoe vaak hier niet zeven of acht matrassen in de woonkamer hebben gelegen. Ik heb dat zo mooi gevonden, dat je elkaar als vrienden vanzelfsprekend en belangeloos helpt. Dat weten ze, ik heb het ze vaak gezegd. Ze zijn nog steeds mijn beste vrienden ook al wonen ze over de hele wereld verspreid. Ze waren erbij, op mijn huwelijksfeest met Nienke en toen mijn moeder tien dagen later begraven werd, waren ze er weer.”

Les 3: Doe geen water bij de wijn

“Ik vergelijk wijn graag met kunst. Een goede kunstenaar maakt wat hij zelf mooi vindt. Als je voor het geld gaat, produceer je vooral veel van hetzelfde. Ik maak wat ik goed vind en doe er geen concessies aan. Ik wil onze wijnen alleen laten schenken in restaurants die mijn enthousiasme delen. En ik hecht eraan dat ze ons verhaal aan hun gasten doorvertellen, van die met veel liefde en weinig toevoegingen geproduceerde wijn uit het Zuid-Limburgse Vijlen. En als ik merk dat mensen alleen vanwege de medailles komen, verkoop ik ze ook niet.

Een jaar of vijf geleden had ik een Chinees aan huis die twee pallets van mijn duurste wijn, de Prestige, wilde kopen, dat zijn 1200 flessen. Ik ben best zakelijk en ik kon het geld goed gebruiken, het was in de periode dat de kelder gebouwd werd, achttien meter de grond in. Ik heb het hem niet verkocht. Wijn is ook gevoel, en dit voelde niet goed. In China bestaat de onhebbelijkheid om cola door de wijn te gooien, om het te zoeten. Dat is mijn nachtmerrie, dat mijn flessen terechtkomen bij mensen die het niet waarderen. Dáár hebben we met vijftien man niet zo keihard voor gewerkt.

De dagen daarna dacht ik wel: heb ik dit echt gedaan, heb ik die man gewoon weggestuurd? Maar ik stond en sta er nog honderd procent achter. Het allergelukkigst word ik als mensen die hier een doosje hebben gekocht, de volgende week met kennissen terugkomen: dít moet je zien, dít moet je proeven. Dan is voor mij de cirkel rond: ik doe wat ik leuk vind en ik heb mensen iets laten proeven wat ze geraakt heeft.”

Beeld Merlijn Doomernik

Les 4: Met een beetje dromen is niks mis

“Volker Jörger van het Weinbauinstitut in Freiburg is co-promotor bij mijn promotieonderzoek dat helaas al meer dan drie jaar op een zijspoor staat - het schrijven komt er niet van. Hij is een kundige en inspirerende man met een ijzeren mening en de gave om goed uit te leggen wat hij bedoelt. Ik ben het lang niet altijd met hem eens, maar hij zet me wel vaak aan het denken: hé, zou dat echt zo kunnen? Daar mag ik dan graag over dagdromen. Met een beetje dromen is niks mis. Het liefst laat ik dingen die niet kunnen werkelijkheid worden.

Wij waren de eersten die buiten het Weinbauinstitut een nieuw ras, de souvignier gris, aanplantten. Het is gebruikelijk om een ras vijf tot acht jaar te testen, maar hierbij had ik na twee jaar al het gevoel dat ik het maar moest proberen. Het ras paste bij me, de smaak stond me aan en de resistentie tegen echte meeldauw en valse meeldauw, de meestvoorkomende ziektes onder druiven, was goed. We hoefden heel weinig te spuiten. Het was een gok, maar het heeft prima uitgepakt. Ik houd van experimenteren: nieuwe gisten testen of een andere techniek inzetten waardoor we nog minder hoeven te spuiten.

Ik heb honderd ideeën per jaar. Het team werd helemaal gek van me. Als ik op de teamvergadering binnenkwam met m’n lijstje zag ik ze allemaal denken: wat heeft-ie nú weer? Het levert ze ook veel werk op. Nu hebben we afgesproken dat ik vijf of zes experimenten per jaar mag doen. Dat is goed voor me. Het dwingt me beter na te denken welke van die honderd ik ga doen én ik moet het goed onderbouwen. Zij zorgen ervoor dat ik mijn ideeën beter uitkristalliseer.”

Les 5: Wees trots op je afkomst

“Wijn maken is blijven leren. In de beginjaren zat ik in de winter vaak een paar maanden op het zuidelijk halfrond, als het daar oogsttijd is. In Chili kreeg ik een vaste baan aangeboden. Ik belde mijn moeder, ze zei: “Je moet het allemaal zelf weten, maar ik hoop wel dat je iets kiest waar voor jou de uitdaging ligt.” ’s Avonds in bed lag ik te denken: wijn maken in Chili, wijn maken in Limburg... Drie dagen later ben ik teruggevlogen. Het is mijn beste beslissing ooit. Er is niets leuker dan in je geboortedorp, als jungske van ’t dorp zoals ze hier zeggen, iets neer te zetten waar de mensen uit de omgeving ook trots op zijn.

Er lopen nog altijd Limburgers rond met een Calimerogevoel. Nergens voor nodig! We mogen er trots op zijn dat we Limburgers zijn en ik vind dat we met z’n allen ook trots op Nederland mogen zijn. Wij zijn over het algemeen innovatief en nuchter en we staan open voor anderen. En we zijn niet hiërarchisch, ik vind het een zegen dat de directeur van de multinational naast de bakker in het voetbalstadion staat en ze hetzelfde feest vieren.

Hoe meer ik ging reizen, hoe meer ik besefte dat ik in een topland woon. Wat ik vooral stuitend vind, is de onverschilligheid van rijk tegenover arm. In Brazilië zie je mensen op straat zo over een zwerver heen stappen, als vuilnis dat in de weg ligt.

Dan hadden ze maar moeten werken, is hun oordeel. In zulke landen heb je die keus niet altijd. In Nederland is ook armoede, maar over het algemeen heeft iedereen hier de mogelijkheid iets van zijn leven te maken.”

Les 6: Drink liever een fles minder

“De bezoekers van ons wijndomein hoop ik mee te geven dat ze gaan nadenken waarom ze misschien wijn van twee of drie euro kopen, waarom ze voor smakeloze tilapiafilet kiezen. ‘Jouw wijn is te duur, Stan’, krijg ik nog weleens te horen. Ja, de duurste fles is 45 euro, maar de meeste zitten rond de 15. Iedereen is vrij in zijn keuze, maar ik wil graag laten zien dat je, ook in Nederland, een natuurlijke en eerlijke wijn kunt maken. En ja, daar moet je iets meer voor betalen.

Ik begrijp het niet zo goed, dat besparen op gezond eten en drinken. Eet dan een stukje vlees minder als je het te duur vindt, drink geen drie flessen wijn per week, maar twee. Ik heb liever één goed glas wijn dan twee flessen matige. Op jaarbasis leiden we drie- tot vierduizend mensen rond, ik ga zeker niet de hele wereld bereiken, maar als ik het voor elkaar krijg dat deze mensen even stilstaan bij wat ze eten en drinken en hoe dat gemaakt wordt, dan heb ik straks misschien toch een beetje betere wereld achtergelaten.”

Stan Beurskens (Heerlen, 1977) groeide op in het Zuid-Limburgse Vijlen, op de hoogstgelegen wijngaard van Nederland, St. Martinus. Hij studeerde procestechnologie in Wageningen en oenologie aan de universiteiten van het Duitse Geisenheim en Stellenbosch, Zuid-Afrika. Een oenoloog bestudeert de biochemische processen bij de wijnteelt en -bereiding.

St. Martinus was de eerste Nederlandse wijngaard die op grote schaal rode wijnen produceerde. De 16 hectare grote wijngaard is een bron voor experimenten. In zijn energieneutrale wijnkelder en wijnkenniscentrum - gebouwd in de grond van het wijndomein - onderzoeken Beurskens en zijn team technieken om wijnbouw duurzamer te maken. Er worden nieuwe druivenrassen getest en alternatieve bestrijdingsmiddelen gezocht.

Stan Beurskens woont naast de wijngaard in Vijlen met zijn vrouw Nienke, die de marketing en verkoop van de wijn doet, en dochter Josefien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden