Column

Als Kirsten over de meet gaat, lig ik stil te huilen

Kirsten Wild op de wielerbaan in Saint-Quentin-en-Yvelines. Beeld ap
Kirsten Wild op de wielerbaan in Saint-Quentin-en-Yvelines.Beeld ap

Dit is een van de leukste columns die ik ooit mag schrijven. Want ik ben zo gloeiend trots, op Kirsten, die dit weekend wereldkampioen werd. Wereldkampioen! Mijn trainingsmaat, ex-ploeggenoot en vooral vriendin is wereldkampioen.

Ik heb de wedstrijd niet eens live gezien. Op het moment dat Kirsten Wild aan de start van de scratch op de wielerbaan in Saint-Quentin-en-Yvelines staat, sta ik op een podium in een hotel in Zuid-Limburg. Mijn ploeg, Parkhotel Valkenburg, wordt aan de pers gepresenteerd.

Pas na afloop lees ik het bericht op mijn telefoon. Ik krijg kippenvel en een brok in mijn keel. Even later in bed kijk ik de koers terug. Ik weet al wat er gaat gebeuren: drie rondes voor het eind gaat Kirsten op kop van het peloton rijden, om vervolgens de sprint zelf aan te gaan én te winnen.

De oordopjes vullen mijn oren met gejuich. Wielrensters vliegen de baan rond. Daar komt Kirsten in eerste positie, de vrouw in het oranje.

Peleton in haar wiel
De vrouw die een jaar geleden nog in mijn huiskamer op de grond zat, met een schroevendraaier in de ene en een gebruiksaanwijzing in de andere hand. Ze zette mijn nieuwe Ikea-tafel in elkaar. Ik keek dankbaar toe, met een gebroken sleutelbeen, opgelopen in een onfortuinlijke wielerkoers.

Nog drie rondes te gaan, staat in beeld, en ze gaat al zo hard. Dat kan ze nooit volhouden, met dat hele peloton in haar wiel.

Ze kan veel volhouden. Halverwege een koers vallen, haar schouder breken en de wedstrijd gewoon uitrijden, bijvoorbeeld. En daarna niet naar de dokter gaan, maar naar een bijeenkomst met sponsors, omdat het nu eenmaal belangrijk is je sponsors te bedanken, toch, ook al verga je van de pijn.

Nog twee rondes te gaan en Kirsten voert het tempo op en op. Ik weet hoe het afloopt, maar ik word steeds zenuwachtiger. Want dit kan helemaal niet. Dit verschroeiende tempo kan ze onmogelijk vasthouden tot de streep. Dat kan niemand.

We lachen zoveel samen. Om de domste dingen. Om niks. Een hele etappekoers lang lachen we om het Engelse woord voor bil. "Bum cheek". Kontwang. Zo noemen we elkaar sindsdien: "Haai, kontwang." "Hee kontwang!" Omdat onderbroekenlol soms het leukst is.

Honderdduizenden sproetjes
Ze houdt telkens een fietslengte voorsprong. De bel voor de laatste ronde. Het gejuich wordt harder. Daar lig ik in bed, mijn best te doen geen kik te geven terwijl Kirsten snoeihard op de overwinning afrijdt.

Kirsten van de practical jokes, van het knopen leggen in pyjamabroeken zodat je 's avonds omvalt in plaats van in de pijp schiet. Kirsten met de honderdduizenden sproetjes, die bij elke valpartij in aantal afnemen, omdat er met de huid ook ongeveer duizend sproetjes op het asfalt achterblijven. Kirsten van het stiekem koekjes eten als ze eigenlijk goed op haar voeding moet letten, tot haar vriend briefjes met 'er zijn er nog acht!' in de koekjestrommel ging leggen.

Kirsten gaat staan. Ze gaat staan op de pedalen en versnelt nog een keer en het zuur moet wel uit haar oren komen, maar geen van de andere vrouwen komt ook maar langszij.

Daar is de meet en daar zijn de armen en ze heeft het gewoon geflikt. Juichen en haar vader en haar moeder op de tribune, haar vriend en omhelzen en ik lig stil te huilen in mijn bed in de donkere kamer waar mijn ploeggenoten al slapen.

Ik ben zo trots dat ik er niet van kan slapen. Kirsten ook niet: ze sms't me om vier uur 's nachts terug. Ook al is ze nu wereldkampioen: over een paar dagen drinken we gewoon weer koffie. Maar dit keer zonder briefjes in de koekjestrommel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden