Als kinderen thuis weinig meekrijgen, is de voorschool een verstandige oplossing

Wetenschappelijk bewijs dat kinderen beter gaan presteren als ze vóór hun vierde naar school gaan, is er niet. Toch pompt minister Van Bijsterveldt (CDA) 95 miljoen euro in de voorscholen, waar kinderen met een achterstand vanaf hun tweede les krijgen. Hulp voor die scholen lijkt tegenstrijdig met het adagium van het kabinet dat onderwijsbeleid evidence based moet zijn, berustend op beproefde methodes. Een goed uitgangspunt, maar gelukkig geen dogma voor het kabinet.

Want er zijn voldoende redenen om de voorscholen uit te bouwen en te voorzien van goed opgeleid personeel. Reeds bij het begin van de basisschool zijn er forse verschillen in wat kinderen kunnen. Die hebben niet louter te maken met hun intelligentie; een flink deel wordt bepaald door de opleiding van de ouders. Hoe hoger die is, hoe groter de kans dat het kind goed presteert, en andersom. Niet alle kinderen van laag opgeleide ouders lopen achter, maar gemiddeld ligt dat percentage in die groep wel fors hoger. Ze groeien op in een anderstalige of taalarme omgeving, zonder boeken, zonder speelgoed, zonder Sesamstraat en met ouders die om allerlei redenen de opvoeding van hun kinderen niet als hoofdtaak zien.

Een aantal van deze kansarme kinderen wordt opgevangen op de voorschool. De gedachte is dat deze peuters hun achterstand alleen inlopen als zij zo vroeg mogelijk gericht onderwijs krijgen. Speels, op hun niveau, maar wel: school, gestructureerd, gericht op presteren. Dat druist in tegen de gedachte dat kinderen voor hun vierde vooral moeten spelen in plaats van leren. Daar staat tegenover dat kinderen uit kansrijke milieus spelenderwijs eigenlijk permanent aan het leren zijn. Bij zo'n stimulerende omgeving is elk kind gebaat. Als het die niet thuis krijgt, of op de opvang, dan is de voorschool de beste keuze.

Het kabinet is zo overtuigd van het nut van vroege educatie dat het ouders 'met drang en dwang' wil bewegen hun kinderen naar de voorschool te sturen. Daarin lijkt het door te schieten. Minister Van Bijsterveldt studeert nog op de mogelijkheden die dwang juridisch rond te breien. De Leerplichtwet geldt voor kinderen vanaf vijf jaar. Ook de boetes die de Amsterdamse wethouder Asscher (PvdA) wil opleggen aan onwillige ouders missen een wettelijke basis. Dat moest maar zo blijven. De overheid mag er alles aan doen ouders te overtuigen van het belang van een voorschool. Maar ouders moeten de vrijheid houden hun kinderen een leerzame omgeving te onthouden. Hoe jammer ook voor kind en maatschappij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden