'Als kind vond ik verhalen over winti al onbeschrijfelijk fascinerend'

“Op zoek naar mijn zwarte wortels? Nee, ik weet al waar ze zijn: in Suriname. Wat mij naar Ghana trekt is iets anders”. Marlene Ceder (45 jaar) friemelt aan haar Senegalese jurk. Ze zoekt woorden om haar devotie voor de Afro-Surinaamse religie winti en haar verlangen in West-Afrika te wonen te verklaren. “Weet je, bij winti is het belangrijk dat de mens in harmonie met zichzelf en met de omgeving leeft. Na zestien jaar in Nederland mis ik dat thuis-gevoel nog steeds. Hier ben ik nog steeds anoniem, nobody eigenlijk. In Senegal en Ghana zei men welkom, overal waar ik kwam en ik voelde mij thuis. Van die kleine dingen”.

MARIANO SLUTZKY

Haar achternaam dankt zij aan de cederplantages in het district Para, ten zuiden van hoofdstad Paramaribo, waar haar ouders geboren zijn. “Toen registratie van namen verplicht werd in Suriname mochten de ex-slaven zich alleen met Nederlands klinkende namen registreren. Daarom kregen deze de naam van slavenhouders, of van de naam van de dag waarop ze geboren werden of van het produkt van de plantage waar ze werkten”.

Na haar studie voor onderwijzeres en een ambtenarenopleiding strandde ze in het Surinaamse wespennest van vriendjespolitiek: “Zoals alles in Suriname is carrière maken afhankelijk van kruiwagens en lid zijn van bepaalde politieke partijen. Ik wou daar niet aan mee doen en miste daardoor alle promoties”.

Naar Nederland kwam ze in 1979, haar toenmalige echtgenoot achterna. “Zoals velen dacht ik voor twee, hooguit drie jaar”. Inmiddels leeft ze in het statige Almere met twee zonen, een dochter en een kleinzoon. “Zonder man. Wat moet ik met een vent? Ik ben er te zelfstandig en dominant voor. Als ik het in bed koud heb, zet ik de verwarming hoger”, grinnikt ze.

Aan haar curriculum vitae voegde ze in Nederland nog drie opleidingen toe: supervisor onderwijskunde en deskundigheidsbevordering, bejaardenverzorging en maatschappelijk en cultureel werk. Thans combineert ze organisatietrainingen met het werken in de terminale bejaardenzorg.

Tijdens haar jeugd in de wijk Freeman Apou in Parimaribo - waar veel afstammelingen van slaven wonen - groeide haar affiniteit met winti. “Als kind vond ik de verhalen over winti onbeschrijfelijk interessant. Zaken die bij winti horen - de magie, de kracht van de natuur, de ontspannende levenswijze - vond ik fascinerend”.

“Winti is een samenvoeging van verschillende Westafrikaanse religies aangevuld met Indiaanse tradities. Winti betekent wind: het is onzichtbaar maar het raakt mensen wel aan. Anders dan andere Afrikaanse religies, zoals de santeria op Cuba, heeft winti nauwelijks invloed ondergaan van westerse religies. “Nederlandse hervormden en gereformeerden wilden niet dat slaven gedoopt werden, want zij waren in hun ogen geen mensen. Alleen de Evangelische Broedergemeente heeft slaven gedoopt en bekeerd”.

“Anders dan het katholicisme kent Winti meerdere goden. De oppergod - Anana Kedoeman Kedoeampong - bemoeit zich niet met de dingen op aarde. Daarvoor heeft bij Mama Aisa (godin van de aarde), Kromantie (god van de lucht) en Watra Mama (godin van het water). Naast de goden is verering van voorouders erg belangrijk voor Afro-Surinamers. De winti-goden en vooroudergeesten dragen zorg voor de handhaving van morele codes. Wij geloven dat voorouders in het dodenrijk leven waar ze over het nageslacht waken. Samen met de goden belonen ze voorbeeldig gedrag en bestraffen degenen die hun geboden overtreden, zich asociaal gedragen of immorele handelingen verrichten. Er moet harmonie heersen in de geest en in het lichaam. Ook de relatie tussen persoon en omgeving is erg belangrijk; er moet saamhorigheid heersen”.

Ceder lacht als ze hoort dat de beschrijving holistisch klinkt. ,Waar dacht je dat de new age-groepen de filosofie vandaan halen? Uit oude religies zoals winti”. Ze vervolgt met de beschrijving: “In het dagelijks leven kan men worden geholpen door de loekoeman. Hij is door de wintigoden uitverkoren en moet een lange training bij een oudere collega volgen. Hij is de aanspreekpersoon in geval van psychische of sociale problemen. Tijdens een winticeremonie heeft hij de leiding. Hij bidt, voert genezingsrituelen uit en leidt de purificatie. Tijdens zo'n avond kan men in het reine met zichzelf komen. Door de combinatie van dans, zang, muziek en concentratie kan men in trance raken”.

Maar hoe kan winti lichamelijke klachten verhelpen? Alsof ze door een wesp is gestoken: “Wat dacht je dan? De loekoeman kent kruiden en bladeren die een geweldige werking hebben op wonden en botbreuken. Echt waar”.

Ze ergert zich aan het feit dat winti-gelovigen in Nederland nauwelijks gelegenheid hebben om hun geloof te beleven. Daarom houdt ze sinds 1992 eens in de maand in Amsterdam in de culturele centra Akhnaton en de Badkuip een wintiseance en in het Amsterdamse vrouwenhuis een wintiseance alleen voor vrouwen. “Ik houd er dan een lezing waarna het publiek in discussie gaat over de betekenis van winti. Wij sluiten de avond af met wintimuziek. Soms raken mensen uit het publiek dan in trance”.

De wintiseances trekken een breed publiek: “In het begin waren er alleen maar Afro-Surinamers. Thans komen er Antillianen, Ghanezen, Puertoricanen, Dominicanen. Zelfs Nederlanders”. Maar Ceder is alles behalve tevreden. Winti komt maar niet verder dan de achterafzaaltjes. “Er is in Nederland niet één zaal waar winti ongestoord gevierd kan worden. In Akhnaton moeten wij vaak stoppen juist op het moment dat wij op gang komen. Laatst deed de coördinator van het centrum het licht uit op het moment dat iemand in trance was. Nou ja”.

Enkele maanden geleden ontstond er commotie bij de Dierenbescherming na een uitzending op RTL-4 van een voodoo-ritueel van mensen uit de Dominicaanse Republiek in de Bijlmer. Een kaars werd op het hoofd van een levende geit gezet en het bloed van een geslachte kip werd gedronken. Hoewel Ceder zulke zaken in Nederland zegt af te keuren - “dit mag nu eenmaal niet in Nederland en daar heb je je aan te houden” - zet ze vraagtekens bij de consternatie. “Dierenmishandeling? Is het vetmesten van kalveren minder erg?”

Relativerend zegt ze: “Jammer, dat het magische element van niet-westerse religies zo wordt overtrokken. Op deze wijze ontstaat er het beeld dat het tot occultisme behoort, terwijl het levensbeschouwelijke en verzorgende van winti minstens zo interessant is”.

Een andere reden van ontevredenheid is de onderwaardering bij de hulpverlening voor winti, zegt Ceder. “Hoewel veel van de cliënten van de bejaardenzorg, de medische wereld en het welzijnswerk te maken hebben met winti, weet de staf er erg weinig over. Bovendien, de medische en psychische hulp van winti wordt niet vergoed door het ziekenfonds. Een bezoek aan een loekoeman kost tussen de vijftig en tweehonderd gulden. Als het blijkt te helpen, waarom wordt het dan niet opgenomen in het ziekenfonds?”

Ook zou ze willen dat huisartsen en verpleegkundigen iets meer interesse voor de werking van winti tonen. “Eens organiseerde ik in Haarlem een informatiemiddag voor huisartsen over het verschijnsel ziek zijn in andere culturen, maar de desinteresse was enorm. Misschien zou het helpen als dit onderwerp onderdeel zou zijn van de huisartsenopleiding”.

Tijdens een bezoek aan Ghana eind vorig jaar verbaasde ze zich over “de overlevingskracht van winti”. Met ogen vol verbazing zegt ze: “Er is veel van deze religie intact gebleven. Ook de taal van sommige Ghanese stammen lijkt veel op Sranantongo, het Surinaams. Verbazingswekkend hoe dit de slaventijd en kolonisatie overleefd heeft”.

In Ghana was ze op uitnodiging van het Festival van de Afrikaanse Diaspora. “Voor het eerst kwamen er afstammelingen van slaven die thans buiten Afrika wonen bij elkaar. Wij namen kennis van elkaar en stonden stil bij de ontwikkeling van Afrika. Voor mij was het een geweldige ervaring. Als ik terugdenk aan het bezoek aan het Nederlandse fort Delmina krijg ik kippevel. Daar werden slaven bijeengebracht en op schepen gezet. Volgend jaar hoop ik er met een grotere groep Surinamers heen te gaan”.

Sinds haar terugkomst in Nederland is ze vol met plannen om daar te gaan wonen. Is haar beeld van West-Afrika niet idyllisch? De Amerikaanse zwarte activist Eddy Harris beschreef vorig jaar in het boek 'A Black American's Journey into the heart of Africa' na een reis dwars door Afrika zijn uiteindelijke teleurstelling over het continent van zijn voorouders. Loopt ze niet het gevaar dezelfde ontgoocheling te krijgen?

“Nee, het verschil tussen Harris en mij is dat ik opgevoed ben met Afrikaanse tradities en dat ik in Suriname geen strijd hoef te voeren over wie het land bezit. Ik hou van Afrika met zijn leuke en nare dingen. Afrika is voor mij een stukje pijn en heimwee naar het verleden. Maar ik heb geen vrede met mijzelf totdat ik een tijd in het land van de ouders van mijn grootouders heb gewoond”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden