Review

Als kerk niet in zichzelf gelooft, helpt 'luisteren naar jongeren' niet

K.A. Schippers, Kerk, waar is dat goed voor? Ontwerp van een jeugdpastoraat, Kampen (Kok), 1995.

De kerk heeft altijd beseft dat zij zonder de jeugd geen toekomst heeft. En daarom heeft zij ook altijd allerlei speciaal op de jongeren gerichte aktiviteiten ontplooid (katechese, jeugdwerk e.d.).

Heel lang is het haar gelukt het grootste deel van de jeugd op deze wijze bij de kerk te houden, ook in tijden dat we al van een afzonderlijke jeugdcultuur konden spreken en van duidelijk generatieconflicten. Sinds enkele decennia gaat het de meeste kerken minder gemakkelijk af. Vandaar het zoeken naar nieuwe vormen van kerk-zijn, waarin ook de jongeren zich thuis voelen. En vandaar bijvoorbeeld de door de Gereformeerde kerk van Berlikum aangekondigde 'eerste disco-kerkdienst van Nederland', waarmee de predikant hoopte 'de jeugd zijn kerk weer in te krijgen'; het evenement werd op het laatste moment afgelast, omdat de overweldigdende belangstelling het samenzijn dreigde te verpletteren.

Men kan zich afvragen of de kerk met de eenzijdige gerichtheid op de jongeren wel op de goede weg is. Omvat het 'probleem' dat men meent te signaleren niet veel meer dan alleen maar de relatie met een bepaalde categorie leden? Gaat het niet de hele kerk, de kerk in heel haar bestaan aan?

Anders gezegd: waarschijnlijk gaat het niet primair om generatieconflicten, maar om culturele conflicten. Conflicten die daarmee ook dwars door biologische leeftijdsgrenzen en dus dwars door heel de kerkelijke gemeenten lopen. Ja, men zou zelfs kunnen zeggen dat de kerken de jongeren alleen als een 'probleem' kunnen ervaren indien en voorzover zij dat 'probleem' in en bij zichzelf ervaren.

Bij het denken over deze zaken kan een onlangs verschenen boekje over jeugdpastoraat van de Kampense emeritus-hoogleraar Schippers goede diensten bewijzen. Hij denkt niet in termen van generatieconflicten. Hij zoekt niet primair naar methoden om jongeren weer bij de kerk te betrekken. Hij houdt zich bezig met de achtergrondsvragen van het jeugdpastoraat. Daarbij gaat het volgens hem om een veranderende cultuur, die weliswaar in sterkere mate bij jongeren dan bij ouderen zichtbaar wordt, maar waar de hele kerk mee te maken heeft. “Er is eerder een kerkprobleem dan een jeugdprobleem.” En dat probleem is niet dat de kerk niet naar de jongeren wil luisteren. Het probleem is dat ze zelf niet goed weet wat ze wil en wat ze is. “We mogen aannemen dat er nooit een oudere generatie is geweest die zo bereid was tot praten en tot begrip (...); open en bereid tot discussie, echter ... niet uit kracht maar uit onovertuigdheid van zichzelf.”

De kerk komt met andere woorden in de jongeren zichzelf tegen. Daarom gaat het ook niet (alleen) om een kerk die aantrekkelijk is voor jongeren, maar om een kerk die voor alle mensen goed, zinvol en van belang is. “De kerk zal er niet in slagen jongeren te boeien alleen door een nieuw, eigentijds jasje aan te trekken. Het gaat om haar boodschap. Om de vraag of zij werkelijk bevrijdend is en dus toekomst biedt. Met andere woorden: is de gemeente echt van belang voor het leven van (jonge) mensen?” Daarbij zal het ten diepste moeten gaan om zingevingsvragen en om de Godsvraag. Om de existentiele vragen van het christelijk geloof “en als zodanig de fundamentele vragen van de gemeente zelf”.

Nogmaals: de vragen die jongeren hebben zijn de vragen waarmee een groot deel van de gemeenteleden, ook de ouderen, worstelen. En de situatie waarin jongeren zich bevinden is voor veel ouderen ook hun situatie. Alleen als men dat goed beseft, kan men als kerk van werkelijke betekenis zijn voor jongeren. Inderdaad: er is eerder een kerkprobleem dan een jeugdprobleem.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden