Als Jozef en Maria

We stoppen niet te laat hoor, dan hebben we nog wat aan onze avond. Hier dan maar. Complet?

Volgende camping. Ook vol. Als het tegen zit pakken we een hotelletje. Ook dat lukt niet. Vanwege een ‘Folk Festival’ zit alles bomvol. We voelen ons als Jozef en Maria. Iedereen is moe en het is al bijna donker. Dan opeens, een ‘Eglise Protestante’ met een groot grasveld. ‘Hier mag je niet staan hoor’, waarschuwen de kinderen angstig. Bij het licht van de koplampen zetten we ons tentje op. Van slapen komt niet veel. Tot overmaat van ramp dendert er elke vijf minuten een trein langs. Geradbraakt nemen we ons voor de volgende dag de eerste de beste camping te pakken die we tegen komen.

‘CAMPING-SIGN!’ juichen de kinderen. De camping is moeilijk te vinden, maar het lukt. Daar komt al iemand aan. ‘Wat zegt ie?’ vraagt pa. ‘Dat we er niet op mogen ‘. Alweer complet? Non, non, dat niet, het is hier niet voor buitenlanders. Mama zwaait met het internationale kampeercarnet en verzekert de jongen dat ze daarmee toegang heeft tot elke camping in Europa. Hij bekijkt het en vraagt dan in krakkemikkig klinkend Duits ‘Sind Sie vielleicht Lehrerin?’ ‘Hoe weet ie dat?’vraagt mama verbaasd. Haar echtgenoot, die boos is omdat ze zoveel moeite doet om toegelaten te worden, zegt een beetje kribbig ’Das sieht man daran, nou goed? Kom we gaan’. ‘Mooi niet’, zegt de eigenwijze schooljuf.

Een wat oudere heer komt aangelopen. Zeker de baas van de camping. Die informeert wat er aan de hand is en zegt dan: ‘Rij maar achter mij aan dan wijs ik waar jullie kunnen staan’. Het kost mama nog wel enige moeite om manlief over te halen, maar het lukt. Er is een prachtig plekje onder de bomen beschikbaar. Geen tent te zien, wel mooie grote caravans met enorme voortenten.

De camping heeft een privé-strandje. Gaan we daar meteen heen, papa? ‘Eerst nog even boodschappen halen, want als alles eenmaal ’staat’ zit de auto met een tussentent aan het kleine tentje vast en kunnen we voorlopig niet meer weg'. Pa zet het tafeltje neer en de stoeltjes en rijdt meteen weer weg. Na een uurtje komt hij verontwaardigd terug. Er stond een agent en die wilde me beletten naar deze camping te rijden. Ik heb gezegd: Ma famille est là‿ et moi ‿‿ aussi’.

Gaan we nou eindelijk zwemmen, mama? Ja, maar even de filmcamera pakken. ‘Waar blijf je nou?’ roept pa ongeduldig, als ma achterblijft bij een boom met een bordje erop. ‘Even filmen hoe de camping heet, ik kom zo’. Man en kinderen zijn al bijna uit het zicht verdwenen. ‘We zijn of superbrutaal of superstom’, zegt mama als ze hen ingehaald heeft. Dit is een camping voor ‘les professeurs de l’Université de la France’. Het maakt geen indruk. De kinderen draven al naar het water. De hondjes aan de lijn kijken hen verlangend na. Die kunnen de schade later inhalen op een weiland vlakbij de camping. Ze buitelen over elkaar heen van blijdschap. Een van de twee wentelt zich vrolijk rond in een hoop ‘modder’.Het vrouwtje ziet niks. Zij wijst man en kinderen net op een klein rood bloempje. Heb jij die boeken van de ‘Scarlet Pimpernel’ vroeger ook gelezen? Die gaan over de redding van edelen ten tijde van de Franse revolutie, spannend hoor. Dan ontdekt ze wat Sammy aan het doen is. ‘Sambal, viezerik, laat dat!’ Als ze hem aan de lijn doet gaat ze bijna over haar nek. Geen wonder dat pa de hond met gestrekte arm van zich af houdt, als ze weer teruglopen. ‘Est il malade? (is hij ziek) vraagt een van de professeurs meelevend. Daar staat juffrouw mama ze dan met haar mond vol tanden. ‘Non, il‿. eh ‿‿il s’en a roulé,‿. eh ‿.tourné (handbewegingen) dans une‿..(help, wat is een koeienvlaai in het Frans?) ‿.. plaque de vache’. Als de lucht zijn verfijnde Franse neus bereikt, snapt hij het helemaal.

Met Tato de troetelaap in de armen zwaait de jongste nog eens naar zijn Franse campingvriendjes. Die praten geen Engels en zijn ook nog nooit in Amerika geweest. Ze hebben geen tante in Canada en geen mama die de boekjes voorleest die ze stuurt.

‘Leuke camping. Gaan we hier nog eens naar toe?’ vraagt zijn zusje.

‘Ik zou niet durven’, zegt mama. Papa grijnst. Jij en niet durven‿.la-me-nie-lachen Maria’. ‘Shut up, Jozef’, zegt ze quasi verongelijkt. ‘Jij staat zeker liever op een grasveldje bij de kerk?’ ‘Klopt, ik ben familie van Calvijn. Het was er gratuit, dus wat wil je nog meer?’

Dit alles gebeurde in het jaar dat de kolonels de macht in Griekenland overnamen. Op deze bijzondere camping aan het Meer van Genève vonden dissidente Griekse professoren met hun gezinnen onderdak, vandaar.

.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden