Als Jezus gestorven is, dan heeft hij geleefd

Wie Jezus precies was en wat hij gezegd heeft, is stof voor onderzoekers en (on)gelovigen. Maar dat hij in de eerste eeuw echt bestaan heeft, is een uitgemaakte zaak, zegt nieuwtestamenticus Sam Janse.

Sam Janse (1949) is protestants theoloog, gespecialiseerd in het Nieuwe Testament. Daarnaast publiceert hij geregeld over de Oudheid.

Protestantse christenen werden in de afgelopen dagen opgeschrikt door een bericht in deze krant dat Jezus nooit had bestaan, althans volgens dominee Edward van der Kaaij uit Nijkerk. Er zou geen historische Jezus zijn, wel een mythe, afkomstig uit het oude Egypte en overgenomen door Egyptische Joden. Die zou aanleiding gegeven hebben tot de berichten over een historische Jezus. Nu is men in de PKN wel wat gewend na de mededeling van dominee Klaas Hendrikse dat God niet bestaat. Maar dat ook Jezus niet zou hebben bestaan, bracht de tongen en pennen toch opnieuw in beweging.

Vanuit de Gereformeerde Bond, de behoudende vleugel van de PKN, werd opgemerkt dat dit tegen het belijden van de kerk ingaat. Arjan Plaisier, voorman van deze kerk, zei het welsprekender: "We moeten niet terugvallen in de droomwereld van de mythe, maar wakker worden in het evangelie."

De meest basale vraag is niet: 'Mag dit in de kerk allemaal gezegd worden?', maar: 'Klopt het?' Wat het verder ook allemaal is, het is ook een historische vraag, die met historische middelen beantwoord moet worden. Het debat over de historiciteit van Jezus is 'onbeslist', stond op 6 februari in een commentaar van deze krant. Dat is echt een te korte samenvatting.

Een nieuwe vraag is het niet. Al meer dan een eeuw debatteren theologen en historici erover: wat weten wij van Jezus, hoe betrouwbaar is het Nieuwe Testament als bron voor het leven van Jezus, en uiteindelijk ook de vraag: heeft Jezus überhaupt bestaan?

Er hangt voor de kerk wel wat van af. Het christendom is een historische godsdienst in die zin dat de geschiedenis telt en dat de geloofsbelijdenis van de kerk raakt aan de tijdbalk van de wereldgeschiedenis. Lucas zegt in zijn evangelie dat Jezus geboren werd 'onder keizer Augustus', en de Twaalf artikelen van het geloof stellen dat Jezus is 'gekruisigd onder Pontius Pilatus'. Wat gebeurt er als de historische dimensie hieruit wegvalt?

Het is een kwetsbare positie. Als bewezen kan worden dat Jezus geen historische figuur is, hebben christenen een groot probleem. Moslims zouden dat ook hebben als zou blijken dat Mohammed niet geleefd had. Een boeddhist kan in principe zonder Boeddha, maar in het christendom en de islam ligt dat anders.

De mythe biedt uitkomst, zegt Van der Kaaij. Het woord klinkt nogal mager ('we hebben niet meer dan een mythe'), maar voor sommige theologen heeft het ook een positieve kant: we hoeven niet meer te hebben, hier hebben we genoeg aan. Het gaat om een tijdloze waarheid die in de Jezus-mythe ligt verscholen, om de goddelijke vonk die in ieder mens te vinden is, om de Christus in jezelf - toevallig allemaal thema's die het in onze tijd goed doen.

De vraag blijft of hier niet van de nood een deugd wordt gemaakt en of het eindproduct toch niet iets onherkenbaar anders is dan waar het christendom mee begonnen is; een 'overgang naar een andere soort', om het met de oude Grieken te zeggen.

Maar, ongeacht de consequenties van het antwoord, zal de discussie allereerst moeten gaan over de historische vraag: heeft Jezus geleefd? De nieuwtestamentische wetenschap leeft al enige tijd met het inzicht dat het Nieuwe Testament geen geschiedschrijving is en dat de auteurs ervan niet wilden uitpluizen wat er exact gebeurd was, maar een boodschap hadden, en wel een goede: een evangelie. Er zijn dan ook uitvoerige en geleerde discoursen geschreven over wat Jezus gezegd zou hebben en wat hem in de mond is gelegd. Wat hij gedaan heeft en wat niet. Ondertussen is er wel een zekere consensus over dat ene feit: Jezus heeft bestaan. We weten niet zoveel van zijn leven, maar hij moet wel geleefd hebben. De Duitse nieuwtestamenticus Rudolf Bultmann, de grote man van de Entmythologisierung van Jezus, hield hier halt. Over Jezus' opstanding kon volgens hem, historisch gezien, niets zinnigs worden gezegd, maar zijn kruisiging was ergens op de tijdbalk van de geschiedenis aan te geven: rond 30 na Chr.

Mogen christenen wel in dit debat meedoen? Zij zijn immers bevooroordeeld. Ze werken ergens naartoe en zoeken argumenten bij de gewenste conclusie. Daar zit wat in, maar: zo werken we allemaal. Ook wetenschappers, in meerdere of mindere mate. Er zijn ook atheïstische zendelingen met een verborgen agenda en een vooropgezet doel. Objectiviteit bestaat op dit punt niet. Wel zijn er spelregels die onze subjectiviteit een beetje kunnen indammen.

Waar ligt de sleutel voor de vraag naar de historische Jezus? In het debat zijn we geneigd die allereerst te zoeken bij de pagane schrijvers, auteurs uit de Oudheid die niet van Joodse en christelijke komaf zijn. Dus toch maar beginnen aan de niet-christelijke kant. Als zij onomstotelijk over Jezus als een historisch persoon spreken, dan hebben we een sterk argument pro.

De Romeinse geschiedschrijver Tacitus spreekt rond het jaar 100 in zijn 'Annalen' over het dodelijk bijgeloof van de christenen, afkomstig van Christus, die leefde onder keizer Tiberius en werd gekruisigd op bevel van de procurator Pontius Pilatus. Niet zoveel later schrijft Plinius de Jongere, als proconsul in Bithynië (in het huidige Turkije), over de christenen. Ze vereren Christus en zingen liederen tot hem alsof hij een God is. Zo zijn er nog een paar berichten te noemen. Maar het bewijst allemaal weinig. Het zijn namelijk geen onafhankelijke bronnen die het leven van Jezus als historisch persoon bevestigen. Ze hebben hun informatie waarschijnlijk opgepakt van de straat, van wat 'men' wist te vertellen. Of van de christenen die ondervraagd werden over hun geloof. Opvallend is wel dat in de

polemiek tegen de christenen nooit het argument genoemd wordt dat deze Jezus in het geheel niet bestaan heeft. De verkondiging van Jezus heeft vanaf het begin tegenstand opgeroepen. Waarom niet met het argument dat hij nooit heeft bestaan? Voorzover wij weten althans.

Van Joodse zijde hebben we het 'getuigenis van Flavius Josefus'. De vakterm is het Testimonium Flavianum. Er zijn twee teksten in 'De oude geschiedenis van de Joden' (geschreven circa 93 na Christus) waarin hij over Jezus spreekt. Maar sommige woorden daarvan zijn omstreden. Zouden die niet door christenen later bij het overschrijven zijn vervalst? Op zich kan dat heel goed. Er zijn vele voorbeelden uit de Oudheid bekend van teksten die aangepast, ingekort of, vaker, uitgebreid werden.

In het genoemde werk lezen we iets over Jezus, namelijk: hij was 'een wijs man' en: 'Hij was de Christus'. Omdat het onwaarschijnlijk is dat een Jood als Josefus Jezus de Christus, de Messias, zou noemen, gaat men er algemeen van uit dat dit een latere toevoeging is, maar de meeste onderzoekers beschouwen de vermelding van Jezus als een wijs man wel als oorspronkelijk.

Dat geldt ook voor een passage over Jakobus, 'de broer van de Jezus die Christus genoemd wordt'. Ook deze woorden beschouwt de meerderheid van de deskundigen als echt. Nergens in de christelijke literatuur van die tijd wordt Jakobus aangeduid als 'de broer van Jezus'. Doorgaans heet hij 'Jakobus, de broer van de Heer'. Als een christelijke overschrijver hier zijn stempel had willen zetten, had hij het zo geformuleerd. Ook F.J.A.M. Meijer en M.A. Wes, bij mijn weten geen apologeten van het christendom, gaan er in hun vertaling van Josefus' boek van uit dat deze passage echt is, evenals de aanduiding van Jezus als een wijs man.

Het is dus niet zo veel wat we buiten het Nieuwe Testament hebben. Eigenlijk alleen Josefus' vermelding in beide passages. Sommigen zien deze schaarste op zich al als argument tegen de historiciteit van Jezus: waarom vinden we niet meer over Jezus bij de grote schrijvers van zijn tijd als hij van wereldhistorische betekenis was? Maar dat argument is niet zo sterk. De Amerikaanse nieuwtestamenticus John P. Meier schreef twee kloeke delen over Jezus onder de titel 'Jesus, A Marginal Jew'. In zijn verantwoording van de titel schrijft hij dat het marginale karakter van Jezus helemaal in overeenstemming is met diens zelfgekozen weg. Zijn belangrijkste werkterrein was niet Jeruzalem, maar Galilea. Hij trok doorgaans op met de achtergestelden en gemarginaliseerden. 'Zalig zijn de armen' was zijn boodschap. Geen favoriete thema's voor de geschiedschrijving van Livius en de poëzie van Vergilius, auteurs die de grote daden van de keizers beschreven en de lof van het Imperium Romanum bezongen.

Kan het Nieuwe Testament ons op dit punt nog wat bieden? Opnieuw komt de vraag op naar de historische betrouwbaarheid van een bundel geschriften die oproept tot geloof in Jezus. Geloofspropaganda dus. De historicus hoeft zijn gebruikelijke wantrouwen hier niet af te leggen omdat hij andere, heilige grond zou betreden. Hij mag kritisch doorvragen of niet veel woorden Jezus in de mond zijn gelegd en of er niet veel tijd zit tussen Jezus' dood rond 30 na Chr. en het oudste evangelie, Marcus, dat rond het jaar 70 na Chr. geschreven is. Het simpele beeld van Jezus' discipelen die het Nieuwe Testament hebben geschreven en woordelijk, zij het ook in vier varianten, zijn uitspraken hebben opgetekend, telt ook in de bijbelwetenschappen nog maar weinig verdedigers.

Maar na aftrek van dit alles blijft er nog wel wat over: in elk geval Paulus, zijn brieven! Voor velen misschien verrassend omdat hij vaak gezien wordt als de theologische vervalser van Jezus' woorden, de theoloog die van de eenvoudige boodschap van de Meester een ingewikkelde theorie over de Meester maakte. Toch is het deze apostel die duidelijk maakt dat er een mens van vlees en bloed geweest is van wie je heil kunt verwachten, luisterend naar de naam Jezus.

Paulus' brieven zijn de oudste teksten van het Nieuwe Testament. Hij schreef ze in de jaren vijftig van de eerste eeuw. Dus zo'n twintig jaar na Jezus' dood. Het is inderdaad opvallend dat hij weinig schrijft over Jezus' leven, maar alles concentreert op diens kruisiging en opstanding. Dat zal ermee te maken hebben dat hij, anders dan andere volgelingen, niet met Jezus was opgetrokken en niet uit eigen herinnering kon putten.

Cruciaal is echter dat hij in zijn brieven spreekt over Jezus als een reëel mens van vlees en bloed, die is gekruisigd en opgestaan. Voor de apostel is Jezus niet zomaar een mens, hij is de Zoon van God, maar hij is mens geworden, 'geboren uit een vrouw', schrijft hij in de Brief aan de Galaten. En in een van zijn brieven aan de Korintiërs spreekt hij over de nacht van Jezus' verraad, over het brood dat hij toen brak, de wijn die hij schonk en de woorden die hij daarbij sprak.

Het debat dat Paulus voert, gaat over Jezus' kruisiging en opstanding. Ten diepste raakt dat de messianiteit van Jezus. Kan hij de Messias zijn, gezien zijn smadelijke dood? Waarom heeft God dan niet ingegrepen? Daarover gaat het geding van Paulus met zijn vroegere Joodse geloofsgenoten die Jezus afwijzen. Maar niet over het bestaan van Jezus op zich, niet zijn historiciteit. Volgens het Trouw-commentaar van 6 februari is het debat over de historische Jezus tot nu toe onbeslist. Inderdaad, maar dan in de zin waarin ook het debat over het verband tussen energieverbruik en klimaatopwarming onbeslist is; er is altijd nog wel iemand te vinden die zegt: 'Dat moeten we nog eens heel goed onderzoeken.'

Als Jezus een verzonnen figuur was geweest, heilbrenger in een mythe uit Egypte of van elders, hadden Paulus' tegenstanders hem onderuit kunnen halen met de simpele opmerking: 'Wij hebben nooit van een dergelijke Jezus gehoord. Hij is niet opgestaan, niet gekruisigd en zelfs niet geboren.' Er zit twintig jaar tussen Paulus' brieven en Jezus' kruisiging, het is door zijn opponenten allemaal nog te controleren wat de apostel schrijft, maar we vinden geen spoor van een dergelijke discussie. Het zou natuurlijk kunnen dat het Vaticaan ook deze gegevens onder het vloerkleed heeft geveegd. Er schijnt niet vrij over gesproken te kunnen worden; het genoemde Trouw-commentaar op de kwestie-Van der Kaaij wees op mogelijke angst binnen de PKN om opening van zaken te geven. Hier is nader onderzoek gewenst. Mogelijk levert dat nog stof op voor een nieuwe intrigerende roman van Dan Brown.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden