'Als je uit Bosnië komt, heeft alles wat je doet een politieke lading

Geboren in Sarajevo. Uitgeweken naar Amerika, waar hij in een mum van tijd werd aangemerkt als een van de grootste talenten op het gebied van het korte verhaal. Een gesprek met Aleksandar Hemon (1964) over de invloed van de oorlog in Bosnië op het schrijverschap. ,,Het is een regelrechte tragedie dat mensen je identiteit proberen te reduceren tot je etnische afkomst.'' 'Als je uit Bosnië komt, heeft alles wat je doet een politieke lading' Literatuur Gertjan Vincent 'Nederland is voor Bosniërs geen onbekend gebied' 'Toen ik in Sarajevo woonde, kon ik al tweetalig vloeken'

Half tegen de muur geleund, met zijn ene arm in het gips, lijkt het wel alsof hij poseert voor het politiearchief. Aleksandar Hemon, de uit Bosnië afkomstige schrijver, die sinds 1992 in Amerika woont, begint al aardig gewend te raken aan het onvermijdelijke ritueel van fotosessies en interviews. Hij speelt het spel geduldig mee, maar plotseling haalt hij zelf een camera tevoorschijn en draait de rollen om. ,,Shoot, got you'', zegt hij grijnzend.

Sinds The New Yorker een paar jaar geleden een verhaal van hem publiceerde, geldt hij in Amerika als een van de grootste talenten op het gebied van het korte verhaal. De Nederlandse vertaling van zijn debuutbundel met de intrigerende titel 'Wat is er toch met Bruno?', is vrijwel gelijktijdig met het origineel op de markt gekomen. Dat betekent een promotierondje Europa en een paar dagen Amsterdam.

,,Nederland is voor ons Bosniërs geen onbekend gebied'', zegt hij sarcastisch, ,,met name in Den Haag wonen de laatste tijd heel wat landgenoten van me!'' Een gesprek met Hemon loopt binnen de kortste keren uit op een discussie over het Balkanconflict, dat tussen de regels door in vrijwel al zijn verhalen de kop opsteekt. Het is ook de directe oorzaak van zijn emigratie naar Amerika: ,,Ik was er eigenlijk alleen maar op bezoek'', zegt hij, ,,maar precies op 1 mei, de dag dat ik terug zou komen, sloten de Serviërs mijn geboortestad Sarajevo hermetisch af en begonnen de raketaanvallen, die de escalatie van het conflict inluidden. Mijn ouders waren toevallig net de stad uit om familie te bezoeken en zijn via een omweg uiteindelijk in Canada terechtgekomen. Mijn vaders familie komt oorspronkelijk uit de Oekraïne en mijn moeder is van Bosnisch-Servische afkomst, maar de ethnische problematiek speelt voor ons niet zo'n rol. Het is een regelrechte tragedie dat mensen je identiteit proberen te reduceren tot je etnische afkomst. Ik herinner me nog goed het relaas van een professor, die geboren was in het voormalig Joegoslavië, maar vrijwel zijn hele leven in Canada gewoond en gewerkt had. Hij doceerde internationaal recht. Op een gegeven moment besloot hij een bezoek te brengen aan zijn geboorteland. Daar werd hij voor controle aangehouden door een Servische patrouille. Omdat hij een vrij neutrale naam had, die zijn ethnische identiteit niet verraadde, vroegen ze hem wat hij eigenlijk was. Verbouwereerd antwoordde hij: 'Ik ben professor'.''

Toen Hemon nog aan de universiteit van Sarajevo vergelijkende literatuurwetenschap studeerde, ontdekte hij tot zijn verbijstering dat het gif van de etniciteit ook onder de intellectuele elite zijn sporen had achtergelaten: ,,Ik had een literatuurprofessor, die ik erg bewonderde. Hij kon zeer overtuigend praten over de zuiver esthetische waarde van de letterkunde en bood op die manier tegenwicht aan een klimaat dat verziekt was door politieke discussies. Ademloos volgde ik zijn colleges, totdat ik er op een onzalige dag achter kwam dat hij deel uitmaakte van de topvijf van de Servische nationalisten en in hoge mate medeverantwoordelijk was voor de organisatie van de genocide die heeft plaatsgevonden! Ik was daar totaal kapot van en pijnigde mezelf met de vraag hoe het mogelijk was dat ik al die tijd niets in de gaten had gehad. Had ik beter tussen de regels door moeten luisteren p u Ik kreeg het gevoel dat heel mijn leven onecht was geweest, een verzonnen verhaal waarin ik had rondgelopen. In die zin kun je zeggen dat ik in Amerika echt een nieuw leven ben begonnen.''

Van een cultuurschok was niet direct sprake: Hemon was via film en televisie redelijk vertrouwd met de Amerikaanse manier van leven, maar de praktische dagelijkse zaken zoals je weg vinden met het openbaar vervoer leverden wel wat problemen op. Ook de Engelse taal vormde aanvankelijk een barrière: ,,Toen ik nog in Sarajevo woonde, kon ik al tweetalig vloeken'', zegt hij lachend, ,,maar toen ik net in de Verenigde Staten was gearriveerd, was het wel even worstelen. Ik was totaal afgesneden van mijn oude leventje en voelde me min of meer opgesloten in de taal. Ik heb toen een tijdje leden geworven voor Greenpeace; dat hielp om het Engels snel onder de knie te krijgen. Natuurlijk hoorden de mensen wel dat ik een accent had en dat maakte ze nieuwsgierig. Dan vertelde ik dat ik in mijn 'vorige leven' een Bosniër was geweest . Zo voelde ik het ook, maar toen iemand me vroeg of ik dan als Amerikaan gereïncarneerd was, begreep ik dat ik me toch iets nauwkeuriger moest uitdrukken! Achteraf heb ik begrepen dat dat gevoel samenhing met wat ze post traumatic stress disorder noemen, de nasleep van mijn ervaringen in Sarajevo. Ik voelde me totaal ontworteld en het heeft jaren geduurd voor ik daar overheen was. Pas toen ik Sarajevo weer kon bezoeken en urenlang kon luisteren naar de verhalen die familie en vrienden te vertellen hadden, merkte ik dat de kloof langzaam gedicht werd.''

Hemon wordt nu geafficheerd als 'Bosnisch-Amerikaans', een etiket dat associaties oproept met groepen binnen de Amerikaanse samenleving als de Afro-Amerikanen en de Chinees-Amerikanen. Ten onrechte vindt hij: ,,Er is in de Verenigde Staten nog geen sprake van een hechte gemeenschap van Bosniërs, zoals dat bij die andere groepen wel het geval is. Ik denk dat dat zeker nog een generatie zal duren. Los daarvan: ik vertegenwoordig niemand, behalve mezelf.''

Dat neemt niet weg dat discussies over zijn werk zich zelden beperken tot de literaire kwaliteit ervan: Hemon houdt er uitgesproken politieke opvattingen op na en vindt het kunstmatig om die twee terreinen strikt van elkaar te scheiden: ,,Als je uit Bosnië komt, heeft alles wat je doet een politieke lading'', legt hij uit. ,,Mijn ervaringen daar hebben mij als schrijver gevormd. Voordat ik naar Amerika vertrok, schreef ik als journalist over de politieke spanningen en de wenselijkheid van een multi-ethnische samenleving. De indruk bestaat misschien dat zoiets in de huidige situatie een volstrekte utopie is, maar tot mijn grote vreugde heeft een multi-etnische partij onlangs de gemeenteraadsverkiezingen in Sarajevo gewonnen. De lijstaanvoerder was nota bene een Serviër, die de moed heeft gehad om van deur tot deur te gaan om kiezers te winnen. Dat was buitengewoon riskant, want hij kon ieder ogenblik geconfronteerd worden met oorlogsveteranen of mensen die hadden moeten vluchten voor de genocide van de Servische haviken. De overwinning van zijn partij betekent veel voor me en geeft aan dat er wel degelijk hoop voor de toekomst is.''

Het is opvallend dat er in vrijwel alle verhalen sprake is van een afstandelijke, alwetende verteller, die als een camera inzoomt op de gebeurtenissen en zich er op andere momenten enigszins van distantieert. Het lijkt erop dat de schrijver zich uit zelfbescherming terugtrekt om de verknipte realiteit beter onder woorden te kunnen brengen: ,,Interessant'', zegt Hemon bedachtzaam, ,,zo heb ik het eigenlijk nog nooit bekeken, maar het zou heel goed kunnen dat het onbewust een rol heeft gespeeld. Dat soort depersonalisatieverschijnselen treedt vaker op bij traumatische ervaringen. Ik wil benadrukken dat je de dingen om je heen nooit als vanzelfsprekend moet zien. De aanwezigheid van een camera beïnvloedt de realiteit onmiddellijk: mensen reageren al anders wanneer ze zich bewust zijn van de aanwezigheid van een fotograaf of cineast. Als schrijver manipuleer je de werkelijkheid ook voortdurend en een scheutje brechtiaanse vervreemding houdt de lezer scherp.''

Die vervreemding neemt wel heel sterke vormen aan in het verhaal 'Leven en werk van Alphonse Kauders', een merkwaardige verzameling absurdistische notities, die er ten opzichte van de andere verhalen nogal uitspringt. ,,Dat klopt'', zegt Hemon, ,,want het is het enige verhaal in de bundel dat ik in eerste opzet direct in het Servo-Kroatisch heb geschreven. Het meeste werk uit mijn beginperiode heb ik vernietigd. Je zou kunnen zeggen dat dit verhaal een zekere continuïteit aanbrengt tussen mijn Bosnische productie en het Amerikaanse werk dat rechtstreeks in het Engels is geschreven. Het past in de traditie van de absurdistische verhalen, die als een soort reactie tegen het totalitaire politieke systeem geschreven zijn.''

'Eilanden', het openingsverhaal uit 'Wat is er toch met Bruno?', is een fragmentarisch verslag van een uitstapje dat de hoofdpersoon, een jongetje, met zijn ouders naar een eilandje voor de kust maakt, waar zijn oom Julius en tante Loedmilla een huisje hebben. Idyllische herinneringen worden afgewisseld met gruwelijke verhalen die oom Julius vertelt over zijn ervaringen in een stalinistisch strafkamp. De dood is alomtegenwoordig: niet alleen in het relaas van Julius, maar ook in wat het jongetje in zijn directe omgeving observeert: een dode bij, een civetkat die door een Duitse herder opengereten wordt. In de slotregels wordt de dreiging onder het oppervlak van het alledaagse in een paar zinnen samengevat: ,,Toen we thuiskwamen stonden de verdorde planten en bloemen midden in de plas oranje van de ondergaande zon. Alle planten waren verwelkt, want de buurman die ze water had zullen geven was gestorven aan een hartaanval. De poes, die al ruim een week geen eten meer had gehad, was broodmager en bijna gek van de honger. Ik riep haar, maar ze kwam niet naar me toe, ze keek me alleen maar aan met onverzettelijke haat.''

,,Als je opgroeit in Sarajevo, raak je al snel vertrouwd met de dood'', zegt Hemon. ,,Het is een soort vanzelfsprekendheid waar je, zeker als kind, niet bij stilstaat. Dat gebeurt pas als het heel dichtbij komt. Ik herinner me nog dat toen mijn oom -die op het platteland woonde- stierf, de klokken in het dorp begonnen te luiden. Mijn ouders waren naar mijn tante gegaan om haar te troosten en hadden mij meegenomen. Verbaasd keek ik toe hoe de tranen over mijn tantes wangen stroomden. Met mijn neefje ging ik naar buiten. We plukten wat uien, die we pelden en over ons gezicht heen wreven, omdat we het gevoel hadden dat we pas meetelden als ook wij onze tranen de vrije loop konden laten. Op zo'n moment is de dood niet vanzelfsprekend meer, maar een verschijnsel dat betekenis krijgt doordat het onder woorden wordt gebracht. Je moet getraind worden in het accepteren van de dood als de ultieme voltooiing van het leven.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden