’Als je ouder wordt, is het als actrice steeds lastiger om werk te vinden.’

’Ik ben de enige die normaal is hier”, stelt mevrouw Van der Hoeven geregeld vast. Zij is een van de vier Alzheimerpatiënten op de gesloten afdeling van een verzorgingstehuis in het verrassende, humorvolle en ontroerende toneelstuk ’Blessuretijd’ van Jeroen van den Berg.

Het duurt bij mevrouw Van der Hoeven net iets langer dan bij haar medebewoners, voordat je als toeschouwer door hebt dat er iets niet klopt. Dit is te danken aan het spel van Nettie Blanken (1946). Blanken heeft het patent op een laconieke speelstijl, die dingen net iets uit het lood kan zetten, even ontnuchterend als geestig. Met gevoel voor timing en een dwarse omslag in haar lichtelijk lijzige stem zet zij een sluimerend besef van verlies aan geestelijk decorum treffend om in bitse nuffigheid: „Val toch dood allemaal. Geef dát maar door aan de directie!”

Blanken vertelt, ter voorbereiding op het stuk, met een bevriende regisseur naar een gesloten afdeling van een tehuis in Den Haag te zijn geweest. De moeder van die regisseur werd daar verzorgd. „Het viel mij op dat mensen soms zo helder leken, zo ogenschijnlijk heel normaal, maar dan opeens was er die kortsluiting. Deze mevrouw Van der Hoeven kan wel helder uit de hoek komen, maar dan is er toch die kwaadheid, waardoor ze thuis niet meer te handhaven was. Ze eigent zich zelfs ongegeneerd de verjaardag van een ander toe.”

„Er waren daar in Den Haag twee dames die nooit iets zeiden, maar altijd naast elkaar zaten. Als je naar hen keek, keken ze precies tegelijk weg, met de ogen half naar boven. Dat gebruik ik ook in de voorstelling. Niet dat het de toeschouwer zal opvallen, maar het zegt iets over een van de werkelijkheid weg zwemmende geest.”

„Bij mijn mevrouw Van der Hoeven is de naald in de groef van kwaadheid blijven steken, met tussendoor lucide momenten van bijvoorbeeld verliefdheid op meneer De Graaf.” Op de speelvloer danst Blanken onstuimig rond met die vrijer tot ze valt en verdwaasd met haar benen in de lucht spartelt.

Blanken: „Het stuk is zo knap geschreven, met mededogen en gevoel voor humor. Zowel in artistieke als geestelijke zin was ik in mijn nopjes hierin te kunnen spelen. Ik wilde het per se, ondanks aanbiedingen die financieel aantrekkelijker waren. Op de een of andere manier blijven subsidies altijd flink achter bij ingediende begrotingen, met in dit geval tot gevolg een drie- in plaats van viermaandscontract, een korte repetitieperiode, maar twee try-outs en een beperkte speeltijd. Terwijl het thema kennelijk aanspreekt, want het publiek is enthousiast en de zalen lopen vol. Pas, in Amersfoort, zijn er zelfs twee rijen stoelen bijgesleept en dat was nog niet genoeg.”

„Het zou best kunnen dat je wat ouder moet zijn om dit soort onderwerpen en rollen dimensie te geven. Al zijn wij nog relatief jonge zestigers die tachtigers spelen. Zonder schmink! Wel ben je op een leeftijd dat allemaal mensen om je heen dement worden. Behalve wat je langzamerhand aan levenservaring hebt, breng je zulke dingen uit je omgeving als vanzelf in zo’n voorstelling in. Dat maakt het interessant. Het hele proces is prachtig beschreven door Stella Braam in ’Ik heb Alzheimer’, het verhaal over haar vader met achterin, heel aandoenlijk, een lijst van woorden die hij verzon als hij niet op het echte woord kon komen: ’eetbewaarapparaat’ bijvoorbeeld voor ijskast of ’neusdroognatmaker’ voor zakdoek.”

„Iedereen wordt oud, niemand ontkomt eraan. Dat is een troostrijke gedachte. Als oudere actrice in dit toneelland is het wat moeilijker om werk te krijgen, al zigzag ik er nog vrolijk doorheen. Komend jaar speel ik bij het jonge, gedreven groepje Annette Speelt in ’Eeuw van mijn dochter’ van Ilja Leonard Pfeiffer. Daar verheug ik me erg op.”

„Ik vind het leuk om als rode vlo van de ene club naar de andere te springen. Nu zou ik het ook weer best vinden om ergens een paar jaar vast te zitten. Maar ja, ik ben inmiddels te duur. Dat Ivo van Hove in zijn ’Staat Van Het Theater’ wel de positie van oudere regisseurs bepleit, maar niet die van oudere acteurs en actrices, vind ik jammer.”

„Binnenkort ga ik meedoen aan ’Het Goede Lichaam’ van de Amerikaanse Eve Ensler – opvolger van haar theaterhit ’De Vagina Monologen’ uit 2001 – over wat mensen allemaal met hun lichaam uitvreten. Zelf ben ik absoluut niet zoiets van plan, geen gelift en gedoe, al wil ik wel wat afvallen.”

„Dat is een probleem van leeftijd en beroep: je speelt het lekkerst met weinig eten, maar na de voorstelling heb je dan heel erg behoefte aan iets, een glaasje wijn, iets hartigs, daarna nog iets zoets; iedereen heeft wel iets bij zich, en dat is dodelijk. Ik moet dus maar weer ’s een paar keer per week naar de sportschool.”

„Lastiger nog in mijn vak is dat ik allergisch ben geworden voor schmink. Vroeger had je van die dikke pancake en na zo’n twintig jaar smeren bleek ik daar met mijn rode haar en witte huid opeens overgevoelig voor. Ik kreeg een gezwollen gezicht. Als ik lachte, knapte de huid onder mijn ogen en liepen er twee straaltjes bloed over mijn wangen. Goed spul is bijna niet te vinden, er zit haast altijd wel een snufje parfum in. Het leven wordt er wel saai van. Ik kan geen luchtjes meer op, terwijl iedereen vroeger altijd zei: wat ruik jij lekker. Nu komt het pas echt helemaal op mijn karakter aan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden