Als je niet spuit, word je geen prof

Bernhard Kohl kondigde op 25 mei in Wenen aan dat hij stopt met wielrennen. Op een scherm achter hem zijn uitspraak 'Ich will ein Leben ohne Lÿgen' (Ik wil een leven zonder leugens). (AFP)Beeld AFP

Wielrenner Bernhard Kohl gebruikte vanaf zijn jonge jaren doping. Hij werd betrapt en de succesvolle coureur biechtte zijn zonden op. Over een leven van leugen naar leugen. „Er kan maar op één manier iets veranderen: door een gevangenisstraf van twee jaar op dopegebruik te zetten.”

Bernhard Kohl pakt een vel papier en tekent een grafiek. De grafiek van zijn persoonlijk geluk. Een lijn met pieken en dalen, met als uitschieter de Ronde van Frankrijk van vorig jaar. De Oostenrijkse wielrenner werd derde en veroverde de bolletjestrui, als beste klimmer van het peloton. Vorig jaar was hij gelukkig, gelukkiger dan ooit. Hij bereikte daar, op de Avenue des Champs-ülysées, alles waar hij als topsporter van had gedroomd.

Nu, bijna elf maanden later, is er van die succesvolle, trotse wielrenner weinig over. De lijn in de grafiek heeft een flinke duikeling gemaakt. In het najaar lekte uit dat Kohl zich tijdens de Tour de France had bezondigd aan doping. Hij gaf het direct toe.

„Dat had ik jaren geleden al besloten”, zegt Kohl op het kantoor van zijn manager, gevestigd in een statig pand in het Museumkwartier van Wenen. Kohl: „Ik wilde zo niet verder leven. Ik wilde niet de rest van mijn leven blijven liegen. Als ik niet was betrapt, was ik doorgegaan en met het wielrennen mijn geld blijven verdienen. Achteraf ben ik blij dat ik positief heb getest in déze Tour. Ik had mijn doelen al bereikt.”

Daarvoor moest je jarenlang liegen. Was dat moeilijk?

„Natuurlijk is dat moeilijk. Maar ik denk dat elk mens iets in zijn hoofd heeft, waardoor je het als normaal kunt gaan beschouwen. Liegen was voor mij heel normaal. In mijn tijd bij de Rabobank had ik bijna anorexia. Ik woog nog maar 55 kilo en iedereen zei me dat ik veel te licht was geworden. Maar dat wilde ik niet horen. Ik moest lichter worden om een betere klimmer te worden. Ik zag niet dat ik door het gewichtsverlies geen kracht meer had. Ik creëerde mijn eigen waarheid. Zo was het ook met doping. Zolang ik niet betrapt zou worden, voelde het voor mij niet als liegen.”

Had je wel door dat je mensen bedroog?

„Voor het publiek, de supporters is het bedrog. Maar voor de renners niet. Het is gewoon. Ik ben nooit boos geweest op een renner die positief was. Je móet het doen. Als je het niet doet, heb je geen kans. Jammer, maar het is zo. Ik heb de afgelopen zes jaar genoeg gezien om dat te kunnen zeggen. Alle andere renners in de top doen het ook. Dus als je hetzelfde doet, doe je niets verkeerd; doe je het zelfs goed. Pas als je het niet doet, doe je iets verkeerd!”

Werkt het zo?

„Nou, zo zat het wel in mijn hoofd.”

Bernhard Kohl gaf onlangs toe dat hij al vanaf zijn negentiende doping heeft gebruikt, waarvan de laatste jaren, vanaf 2005 systematisch.

Hoe was dat, die eerste spuit?

„Het was eng. Ik zweette. Een spuit zetten in je buik is niet niks. Ik heb lang getwijfeld. Zou ik het wel doen, zou ik het niet doen? Dan legde ik de spuit weg, pakte ik ’m weer op. Zweten. Tien minuten later nog eens en dan ineens heb je dope gebruikt. Die eerste keer is verschrikkelijk, later wordt het heel gewoon – als eten en drinken. Gewoon een spuit zetten.”

Dan ben je ineens een dopingzondaar.

„Ja, maar de eerste jaren viel het nog wel mee. Misschien twintig of dertig spuiten in twee jaar. Niet echt veel. Maar ik wist wel dat als je op je negentiende al doping gebruikte, dat je dat dan bij de profs systematisch zou moeten doen om mee te kunnen. Daar was ik me van bewust.

„Ik stond op een kruispunt. Ik kon naar links en naar rechts. Ik was op mijn dertiende begonnen met wielrennen en wilde prof te worden. Ik kreeg toen door dat doping zelfs bij de beloften al heel normaal was. Het was de keuze tussen stoppen of een heel goede renner worden. Ik koos voor de doping. Het voelde alsof ik er eindelijk bij hoorde. Een stap in de echte wereld. Ik denk dat je het kunt vergelijken met het roken van een eerste sigaret. Dat doe je ook om er bij te horen.”

Hoe ging dat in de praktijk?

„Ik had bij T-Mobile een contract gekregen en ik vond dat ik mijn dopegebruik toen ook wat beter moest organiseren. In de beginjaren zat er niet echt een systeem achter: een spuit hier, een spuit daar. Ik heb aan andere sporters gevraagd hoe zij dat deden. Toen werd Stefan Matschiner genoemd. Ik heb hem gebeld en een afspraak gemaakt. Hij vroeg me hoe ik het tot op heden had gedaan en toen zei hij: Jij hebt echt potentieel in je. Vanaf toen kreeg ik af en toe zakjes met epo en met groeihormoon en een plan hoe en wanneer ik moest gebruiken. Zo begon het.”

Ook in de Tour?

„Nee, natuurlijk niet. Ik zei in welke wedstrijden ik goed wilde zijn en dan nam ik voor die wedstrijden de dope. Tijdens de wedstrijden nemen heeft geen zin. Bloeddoping is weer wat anders. Ik heb tijdens de Tour wel bloedtransfusies ondergaan.”

Was daar geen controle op?

„Als je het goed doet, valt het echt niet op. Ik had bloedzakjes en die bracht ik in, als een infuus. Ik had dat bloed niet zelf bij me, dat deed Matschiner. Hij kwam op afgesproken tijden naar het hotel waar wij ook logeerden. Dan stapte hij in het vliegtuig, met het bloed in zijn handbagage. Na de massage, de interviews en de verzorging ging ik even naar zijn kamer. Even bloed erin, een half uur en dan is het gebeurd.”

Jij was de exponent van het nieuwe wielrennen. Het voorbeeld dat je als schone sporter ook succes kon behalen. Liegen was zo normaal voor je dat je zelfs op de persconferentie waarin je doping toegaf, bleef liegen. Je zei de eerste keer dat het eenmalig was gebeurd.

„Toen stond ik voor de tweede keer op een kruispunt. Terug in de sport of stoppen. Dus: weer liegen of niet liegen. Ik heb zoveel meegemaakt dat ik vond dat ik niet opnieuw wilde gaan liegen. Nog eens betrapt worden, had mijn dood betekend.”

Dus verdraaide je de waarheid om een terugkeer open te houden?

„Ja, dat klopt. Door een nieuwe leugen moest ik de optie op een terugkeer openhouden. Dat was heel raar. Twee jaar schorsing is voor een renner ook niet zo erg. Dat is zelfs goed. Je kunt jezelf twee jaar lang bloed afnemen, zonder betrapt te worden. Daarna heb je tien, of twintig liter bloed en kun je schoon in het peloton terugkeren. Ik weet zeker dat een dopingstraf sommige renners niet slecht uitkomt.”

Nu vertel je alweer een waarheid. Snap jij dat het moeilijk is om te geloven dat het nu wel dé waarheid is?

„Dat snap ik. Als ik niet betrapt was, was ik nog wielrenner. Als een ander betrapt zou zijn in mijn plaats en hij zou dit verhaal vertellen, zou ik denken dat hij ze niet allemaal op een rijtje heeft. Dat moet je ook zeggen omdat je in het systeem zit. Voor het wielrennen en voor de topsport is het misschien niet goed wat ik deed. Maar ik spreek de waarheid. De beste manier om hier uit te komen is de waarheid. Dat heb ik wel geleerd.”

Je hebt in een schizofrene wereld geleefd. Je werd verafgood, terwijl je niet eerlijk was.

„Ach. De wedstrijden zijn eerlijk geweest. Niet tegenover het publiek, maar wel als renners onder elkaar. De grote familie is eerlijk. Iedereen doet het. De oneerlijkheid is zo groot dat het weer eerlijk wordt. Dat is het probleem van de wielersport. Ik was heel gelukkig toen ik die bolletjestrui won. Ook ’s avonds in bed heb ik niet aan bedrog gedacht. Ik ben in mijn leven tweehonderd keer gecontroleerd. In zeker honderd gevallen had ik moeten worden betrapt. Maar dat gebeurde niet, dus was ik schoon.

Heb je naar de Giro gekeken?

„Ik zag dat ze 40,6 gemiddeld reden. En nu zeggen ze dat het zuiver is. Een paar jaar geleden ging het minder hard. Dan weet jij ook wat er aan de hand is. Er is niets veranderd en er zal niets veranderen.”

Dan is jouw biecht vrij zinloos.

„Er kan maar op één manier iets veranderen en dat is door op de hele wereld een gevangenisstraf van twee jaar op dopegebruik te zetten. Ik had in dat geval geen dope gebruikt. Ik wilde mijn verhaal vertellen. Misschien dat het helpt. Ik zeg dat alle topsporters in de wereldtop dope gebruiken. Zeker in de duur- en in de krachtsport. Misschien is er wel iemand die niet gebruikt. Maar of zulke mensen bestaan? Misschien helpt mijn verhaal de jeugd. Dat ze niet kiezen voor doping als ze op dat kruispunt staan.”

Heb je eigenlijk spijt van alles wat je hebt gedaan?

„Nee, want het was voor mij persoonlijk de enige manier. Ik ben trots op wat ik heb bereikt. Voor de mensen langs de kant van de weg en de televisiekijkers was het bedrog. Aan hen wil ik mijn excuses aanbieden. Maar ik weet hoe hard ik gewerkt heb en hoe de andere renners in de Tour hebben gewerkt met doping. Ik zat op dezelfde weg.”

Waarom zeg je dan sorry?

„Omdat ik heb gelogen. Maar niet om mijn prestaties. Ik weet hoe de topsport werkt. Dat probeer ik te vertellen. Maar of de mensen het geloven? Als wielrenner leef je in twee werelden. Het is als een man die een tweede vrouw heeft. Die heeft ook een tweede leven.”

Een ongelooflijk verhaal.

„Ik weet het. Maar zo is het. Dit is de waarheid.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden