'Als je maar met intensiteit schrijft' A. DEN DOOLAARD 1901-1994

HOENDERLOO - Bang voor de dood is de schrijver A. den Doolaard nooit geweest. Al in de jaren zeventig had hij zich met zijn levenseinde verzoend. “Ik heb een heel mooi leven gehad. Doodgaan is niet erg. Als ik maar niet in bed sterf. In mijn boek 'Land achter Gods rug' wordt een zoontje geboren. Een buurvrouw bidt boven zijn wieg: Beware hem voor de dood in bed. Dat hoop ik ook voor mezelf. Er zijn genoeg gekken op de weg die me dood willen rijden.”

HANNEKE WIJGH

Die laatste wens werd niet vervuld. Den Doolaard overleed zondag, op drieënnegentig-jarige leeftijd. Gisteren is 'Bob' in zijn woonplaats Hoenderloo ter aarde besteld. Die A. voor Den Doolaard betekende niets. Hij had die letter alleen gekozen vanwege de alliteratie.

Met Cornelis Johannes George Spoelstra, zoals hij officieel heette, is de laatste vitalist heengegaan. Generaties scholieren zijn met zijn boeken opgegroeid. Iedereen kent 'Wampie', 'De herberg met het hoefijzer', 'Oriënt-Express' en 'De druivenplukkers', of heeft er tenminste van gehoord. “Het dondert niet wat je schrijft, als je het maar met intensiteit doet. Drang, dat slaat op de mens over”, zei Den Doolaard eens.

Die bekendheid geldt overigens niet voor de officiële literatuur. In de handboeken komt zijn naam slechts sporadisch voor. Maar dat heeft zijn succes als verteller nooit in de weg gestaan. Vorig jaar verscheen 'De herberg met het hoefijzer' in het Albanees, de taal van het land waarin het boek speelt. Bij Querido kwam onlangs nog 'Oriënt-Express' uit, als Salamander, in een zoveelste herdruk. Op de uitgeverij is men de tel is allang kwijtgeraakt.

Tot op hoge leeftijd is Den Doolaard zich met Joegoslavië blijven bemoeien, het land dat hij in de jaren dertig had leren kennen en waar hij op slag verliefd op werd. 'Mijn tweede vaderland', zei hij later. Hij ergerde zich aan de kortzichtigheid van politici als minister Hans van den Broek, die in 1992 meende de Joegoslavische crisis met wat formalistische druk te kunnen oplossen. Tegen Elsevier mopperde hij dat Van den Broek niets van de Joegoslavische mentaliteit begreep en blunder op blunder stapelde: “Wie het verleden van Joegoslavië kent, krijgt een heel andere kijk op het heersende conflict. Joegoslaven hebben een buitengewoon ontwikkeld collectief geheugen. De Middeleeuwen spelen nog steeds een grote rol.”

In zijn jonge jaren werkte Den Doolaard als boekhouder bij de Bataafsche Petroleummaatschappij. Tot hij er op een dag genoeg van had. Op 27 september 1928 nam hij ontslag: “Op de dag dat ik het distelpluisje volgde naar een horizon die ik nog steeds niet heb bereikt.” Met een paar duizend gulden op zak en in een tweedehands Bugatti reed hij richting Parijs, het avontuur tegemoet.

Toen het geld op was, ging hij als druivenplukkker werken. Die ervaringen verwerkte hij in zijn gelijknamige roman, die in 1931 verscheen. Het boek was een groot succes. Den Doolaard werd meteen in het kamp van de vitalisten ingedeeld, net als vriend Henny Marsman. Later ontkende Den Doolaard dat Marsman een vitalist zou zijn: “Hij had iets zorgelijks in zijn ogen. Hij had ook van die smalle handen. Ik heb nooit zo in dat vitalisme van Marsman geloofd.”

Na Frankrijk ging Den Doolaard naar de Balkan, waar hij een paar jaar rondzwierf en de stof verzamelde voor zijn andere romans. In 1935 keerde hij terug naar Nederland, hij werd reizend verslaggever voor Het Volk. Drie jaar later nam hij ontslag, na problemen met de redactie over een reportage over het fascisme. Het werd in boekvorm uitgegeven onder de titel 'Hakenkruis over Europa'. “Mijn slechtst verkochte boek”, zei Den Doolaard. Zijn publiek was gewend aan vitale 'zwerfromans', nu kreeg het opeens te maken met een sombere profetie.

De inval van de Duitsers in Nederland wachtte hij niet af. Samen met zijn tweede vrouw Erie ('Wampie' was haar troetelnaam) vluchtte Den Doolaard naar Frankrijk, en vandaar uit naar Engeland. In Londen ging hij werken bij Radio Brandaris, de zender voor de Nederlandse zeevarenden, die zo populair was dat koningin Wilhelmina een keer de uitzending binnenliep.

Eind 1942 ging Radio Brandaris op in Radio Oranje. Vanaf die tijd werkte Den Doolaard nauw samen met Loe de Jong, de latere directeur van het Rijks Instituut voor Oorlogsdocumentatie en de officiële geschiedschrijver van de Tweede Wereldoorlog. Erg harmonisch was die samenwerking niet. Vorig jaar nog beschuldigde Den Doolaard hem in Trouw van persoonlijk gewin en naijver. De Jong, aldus zijn vroegere collega, had de hele oorlog aan zijn promotie zitten werken. Een rapport over de systematische uitroeiing van joden zou hij doelbewust hebben achtergehouden. Loe de Jong ontkende.

Na de oorlog werkte Den Doolaard nog een tijdje als verbindingsofficier bij de droogmaking van Walcheren. Hij schreef er 'Het verjaagde water' over. Halverwege de jaren zestig vestigde hij zich met vrouw en twee dochters in Hoenderloo, een bosrijk dorp op de Veluwe. Het zwerven was ten einde. Romans schreef hij niet meer, wel reportages voor De Gelderlander, pamfletten en ingezonden brieven.

Hoewel hij geen linkse partijganger was - “Ik ben nooit een meeloper geweest, maar altijd een eenling” - heeft hij zich tot op hoge leeftijd gekeerd tegen zinloos geweld. Maar een optimist was hij evenmin: “In zijn diepste wezen blijft elke mens voor zijn medemens een geheim. Eerder zal zout tot honing worden dan dat een mens een mens begrijpt, laat staan een volk een volk.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden