Als je in handen van de Turkse politie valt

Politiegeweld is in Turkije aan de orde van de dag. Deze foto houdt geen verband met de getuigenissen onder.Beeld AFP

Op de Turkse straat is de politie de baas. Door de noodtoestand verdwijnt de controle. Slachtoffers van politiegeweld vertellen aan Trouw hoe dat er in de praktijk uitziet. 'De politiechef keek toe terwijl vijftien agenten ons in elkaar sloegen.'

Voor de zevende maal op rij verlengde het Turkse parlement woensdag de noodtoestand. Dat betekent dat president Erdogan nog altijd nooddecreten kan doorvoeren die als wet gelden. Die afbreuk van de rechtsorde sijpelt van de Turkse staat door naar de Turkse straat.

Daar bepaalt de politie steeds vaker wat wel en niet mag. Wie protesteert, kan rekenen op grote problemen. Dat is de context waarin Turkije op 24 juni naar de stembus gaat: kort voor de verlenging van de noodtoestand op woensdag maakte president Erdogan bekend dat er vervroegde verkiezingen komen.

Hoe ziet een aanvaring met de Turkse politie eruit? Deze krant traceerde burgers die in het afgelopen jaar in aanraking kwamen met de politie. Sommigen demonstreerden tegen de regering. Anderen waren op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Allemaal kregen ze te maken met grof geweld.

Volgens hoogleraar Ümit Bicer is dat een direct gevolg van de noodtoestand. De forensisch arts is bestuurslid van de Organisatie voor Mensenrechten (IHV) in Istanbul en stelt al jaren medische rapporten samen over slachtoffers van marteling en mishandeling in Turkije.

Nooddecreet

De noodtoestand ondermijnt wetgeving die burgers moet beschermen tegen politiegeweld, stelt Bicer. Hij wijst op een nooddecreet waarmee gedetineerden dertig dagen kunnen worden vastgehouden zonder aanklacht. Bestaande wetten worden slecht nageleefd. "Neem de verplichte dokterscontrole tijdens politiedetentie. In de wet bestaan daar hele precieze regels voor. Maar onder de noodtoestand worden de controles vaak uitgevoerd in het bijzijn van de politie. Daardoor durven artsen hun werk niet te doen."

De tragiek is dat uitgerekend de AKP-regering van president Erdogan jarenlang talloze wetten doorvoerde om dit soort misstanden tegen te gaan. Toen Erdogan in 2002 aan de macht kwam beloofde hij een einde te maken aan Turkije's duistere verleden van staatsgrepen, geweld en straffeloosheid.

De huidige noodtoestand is volgens de AKP een tijdelijk antwoord op een ongekende situatie. In juli 2016 doorstond Turkije een couppoging waarbij 248 Turken om het leven kwamen. Bovendien vielen bij terreuraanslagen door Islamitische Staat en de Koerdische militanten van de PKK in de afgelopen jaren honderden slachtoffers. Iedere staat heeft het recht zich daartegen te beschermen. Dat is de taak van de politie.

Maar wat als de politie over de schreef gaat? "Politiegeweld wordt vrijwel nooit bestraft in de rechtbank", zucht professor Bicer. "Dat is eigenlijk nog erger dan het geweld zelf. Zo creëer je een mentaliteit van straffeloosheid. Dat sijpelt door naar alle takken van de samenleving. Daardoor leven we steeds meer in een geweldscultuur."

In het busje gingen ze door met trappen

Dogan Özkan, geschopt en bedreigd

Dogan ÖzkanBeeld Melvyn Ingleby

Dogan Özkan (40) is bestuurslid van Insan Haklari Dernegi (IHD), één van de oudste mensenrechtenverenigingen van Turkije. Hij voert al jaren campagne tegen politiegeweld. Afgelopen zomer was hij zelf aan de beurt.

Op 5 augustus 2017 gaven demonstranten in de Istanbulse wijk Besiktas een persverklaring af tegen de opsluiting van twee Turkse hongerstakers. Toen Özkan hoorde dat de politie tot arrestaties overging, besloot hij om namens IHD naar Besiktas te gaan om daar bezwaar tegen te maken. Vrijwel onmiddellijk werd hijzelf ook opgepakt.

"De agenten trokken mijn armen achter mijn rug en schopten tegen mijn benen zodat ik op de grond viel", vertelt Özkan droogjes. "Vervolgens gooiden ze me het politiebusje in en gingen door met trappen. Ze begonnen me overal aan te raken, ook in mijn schaamstreek. Ze dreigden me te verkrachten zonder dat iemand het zou zien."

Buiten het politiebusje klonken de slogans van andere demonstranten. "Ik begon met ze mee te roepen", grijnst Özkan. "Dat maakte de agenten nog agressiever. Ze zeiden dat ik beter mijn bek kon houden en dat niemand me kon horen. Ik antwoordde dat Allah alles ziet en hoort. Daarop verliet één van hen geschrokken het busje."

In totaal werden 41 mensen opgepakt. Zij werden later die avond naar het ziekenhuis gebracht voor de verplichte dokterscontrole. "Dat duurde zo'n vijf minuten", aldus Özkan. "De politie stond dreigend mee te kijken in de deuropening. De dokter stelde een paar vluchtige vragen, maar heeft me niet eens onderzocht."

Özkan bracht drie nachten door in een cel in de kelder van het hoofdkantoor van de politie in de wijk Fatih. "Dat viel best mee", vertelt hij. "Natuurlijk schold de politie ons uit voor landverraders, maar we kregen wel gewoon te eten en er lag een matras op de grond. Ik ben eerder in 2000 gearresteerd. Toen was de situatie veel slechter."

Volgens Özkan gaan de agenten rondom het politiekantoor voorzichtiger te werk. "Het echte geweld vindt plaats wanneer niemand kijkt", verklaart hij. "In de politiebus probeerde een politievrouw een vriendin van mij in haar gezicht te trappen. Op de achtergrond speelden ze keiharde nationalistische muziek, zoals "Ik sterf voor Turkije!" of "Daar komt de speciale eenheid aan!"

Özkan kreeg pas na twee dagen toegang tot een advocaat. Volgens normale wetgeving mag die periode maximaal 24 uur duren, aldus Özkan. "Maar wat maakt de wet uit? In veel gevallen duurt het nog veel langer voordat mensen hun advocaat zien. Dit is de noodtoestand."

Op 8 augustus werd Özkan voorwaardelijk vrijgelaten. Zijn paspoort is afgenomen en hij moet zich iedere week melden bij de politie. Hij kan Turkije niet meer uit.

Eén voor één kregen ze een gerichte beuk

Ahmet Harsak, legde mishandeling vast op beeld

Ahmet HarsakBeeld Melvyn Ingleby

Ahmet Harsak (28) beheert een gamingsalon in de afgelegen Istanbulse buitenwijk Sahintepe. Kinderen uit de buurt komen naar hem toe om FIFA te spelen. Dat is maar goed ook, want op straat gaat het er hard aan toe.

Sahintepe staat bekend als een broeinest van terreur. Islamitische Staat, de PKK en de DHKP-C zijn hier allemaal actief. Vorig jaar bouwde de Turkse regering een speciale kazerne met antiterreur-eenheden. Dat heeft grote gevolgen voor de inwoners.

Harsak is zelf Koerdisch, maar moet niets hebben van de PKK. "Ze plegen moorden, ook op andere Koerden", vertelt hij. "Maar de politie maakt geen onderscheid. Ze zien Koerden automatisch als de vijand. Ze kennen de wijk niet en vertrouwen niemand. Vanwege de noodtoestand kunnen ze alles met ons doen."

Maar Harsak heeft een beveiligingscamera. Trots opent hij zijn laptop. De opnames dateren van 11 december 2017, even voor middernacht. Daarop is te zien hoe een groep agenten zijn klanten de zaak uit trekt. Met de handen tegen de muur worden ze gefouilleerd. Eén voor één krijgen ze een gerichte beuk midden in het gezicht.

Harsaks broer Mehmet paste die avond op de tent en werd als eerste geslagen. "Ze waren gewoon aan het gamen!", roept eigenaar Ahmet Harsak, die zelf kort na het incident aankwam. "Waarschijnlijk waren de agenten pissig omdat ze geen terroristen hadden gevangen."

Harsak besloot de beveiligingsbeelden te delen met de pro-regeringszender ATV. Die wilde er niets mee. Het meer onafhankelijke kanaal FOX stuurde wel een verslaggever. De gamingsalon in Sahintepe werd de opening van het journaal.

"Drie uur later stonden meer dan honderd politieagenten voor de deur", vertelt Harsak. "Omringd door zijn beveiliging kwam de commandant van de antiterreur-eenheid mijn zaak binnenlopen. Hij vroeg wie Ahmet was. Ik stak mijn hand op. Iedereen hield zijn adem in en wachtte af wat er ging gebeuren. Het bleef stil. Toen bood hij zijn excuses aan!"

De volgende ochtend stonden de schuldige agenten op de stoep. "Eén van hen jammerde dat hij net getrouwd was en zijn baan niet kwijt wilde. Ik waarschuwde dat niemand aan mijn broer mag zitten, maar ik zag dat zijn geweten knaagde en heb hem vergeven."

De politiecommandant gaf zijn mobiele nummer aan Harsak. "Voor als je problemen hebt". Daar stond wel iets tegenover. Met Turkse media wordt niet meer gesproken. De slachtoffers hebben hun rechtszaak tegen de agenten laten vallen. "Onze vaders besloten dat dat het zo beter is", verklaart Harsak. "Zo gaat dat bij ons in de wijk."

Hij riep: Kijk wat ik met je broertje doe!

Selim Akdogan, afgetuigd op het bureau

Selim AkdoganBeeld Melvyn Ingleby

Selim Akdogan (20) gaat bijna studeren. Dit jaar werkte hij in Izmir als loodgieter om wat bij te verdienen, maar hij kwam regelmatig op familiebezoek in zijn geboorteplaats Çankiri. De politie in dat kleine stadje ten noorden van Ankara was niet gediend van zijn lange haar.

In de avond van 29 december 2017 hing Akdogan met zijn broer en wat vrienden rond in het centrum van Çankiri. Ineens hield een auto stil. Vanuit het raampje wenkten drie mannen de jongens naar zich toe. "Wat is dat voor haarstijl man! Je lijkt wel een clown", riep één van hen, zo vertelt Akdogan. "Ik antwoordde dat ze hun commentaar voor zich moesten houden. Op dat moment kwamen de mannen de auto uit en pakten me hard beet. Mijn broer kwam aanrennen en sloeg één van hen op zijn rug."

Een grote fout. De mannen waren politie in burger. "Ze hadden niet verteld dat ze agenten waren", stamelt Akdogan over de telefoon. "Dat kregen we pas door toen er andere politieauto's kwamen aanrijden."

Akdogan, zijn broer en twee anderen werden meegenomen naar het politiekantoor. "Toen we de trap op liepen beukte een politieman mijn hoofd tegen de muur. We werden naar een kamertje op de vierde verdieping gebracht. Daar keek de lokale politiechef toe terwijl zo'n vijftien agenten ons in elkaar sloegen."

"We moesten naast elkaar op de grond liggen. Een politieman ging op het hoofd van mijn broer staan en riep: 'Kijk wat ik met je broertje doe!' Daarna gingen ze mij te lijf en schreeuwden ze dat ik niet meer welkom was in mijn geboorteplaats."

Even na middernacht bereikte Akdogans familie het kantoor. "Mijn oom is de voorzitter van de taxichauffeursbond en kent veel mensen in Çankiri", verklaart de jongen. "Hij heeft een hogere politiechef verzocht in te grijpen. Eindelijk mochten onze handboeien af." De jongens werden naar het ziekenhuis gebracht. De politie probeerde binnen te komen tijdens de dokterscontrole, vertelt Akdogan. "In mijn rapport staat alleen dat ik een gebroken neus had, terwijl ik onder de blauwe plekken zat. Bij een vriend van me vonden de artsen een barst in zijn schedel, maar dat schreven ze niet op."

Akdogan is een rechtszaak begonnen. Daarop klaagden de agenten hem aan voor het beledigen van president Erdogan. Volgens Akdogan is het chantage. "De politie vertelde ons dat de agenten hun zaak zouden terugtrekken als wij dat ook doen. We hebben dat niet gedaan, maar de politieagenten zijn nog altijd niet gestraft."

De 20-jarige moet zich iedere week op het politiekantoor melden en is daardoor zijn baantje in Izmir kwijt. Maar het ergste zijn de herinneringen, vertelt Akdogan. "Soms spoken de beelden plotseling weer door mijn hoofd. Dan voel ik me de rest van de dag nerveus en agressief."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden