'Als je in de kunst wilt oogsten, moet je breed zaaien'

Jos Houweling vertrekt vandaag als directeur van het Sandberg Instituut, de masteropleiding van de Rietveld Academie. 35 jaar lang was hij aan de kunstschool verbonden. „Iedereen die kunstenaar wil worden, verdient een kans.”

’In China heb je pakweg duizend universiteiten. Op vrijwel al die universiteiten kun je een kunstopleiding volgen. Zo’n miljoen kunststudenten telt het land”, zegt scheidend Sandberg-directeur Jos Houweling (1943).

Hij zit in de directiekamer die niet lang meer aan hem zal toebehoren, bovenin het hoge betonnen onderkomen van het Amsterdamse Sandberg Instituut, pal naast de Rietveld Academie. „Ik vroeg in China aan de directeur van zo’n opleiding: daar is toch geen markt voor? Dat is waar, zei hij. Maar van die miljoen studenten zijn er duizend goed. En tweehonderd echt goed.” Houweling grijnst. Hij heeft de kern te pakken, zijn kern.

Dit is waar het hem om gaat als aanjager van het kunsttalent in Nederland: de krenten uit de pap halen. Wie in de kunst wil oogsten, moet breed zaaien. „Je kunt niet zeggen: we zien het met deze tien studenten wel zitten. Zo werkt dat niet. Iedereen die vindt dat hij of zij kunstenaar moet worden, moet een kans krijgen”, vindt Houweling. Zolang je er maar eerlijk bij zegt dat de kans op succes gering is. Met die bril op beziet hij ook het project ’The One Minutes’, dat zich in dik tien jaar heeft ontpopt tot een rap expanderende internationale videobeweging.

Jonge videomakers over de hele wereld worden binnen dat concept uitgedaagd om een filmpje te maken van exact zestig seconden. Internationaal vinden festivals rond het concept plaats. Op de wereldtentoonstelling in Shanghai is het fenomeen present en aan een project voor de Olympische Spelen wordt gewerkt. „We hebben inmiddels een archief van 15.000 video’s”, zegt Houweling. Dat dit zeker niet allemaal meesterwerkjes zijn, beaamt hij. „Tien procent is goed en interessant”, schat Houweling in. „Dan is het nog niet mislukt. Integendeel.”

De uitblinkers, daar is het hem om te doen. De gewaardeerde videomaker Guido van de Werve bijvoorbeeld, kreeg in 2003 zijn eerste erkenning via een publieksprijs op het One Minute Festival. En dat heel wat middelbare scholieren een kennismaking krijgen met het ’schieten’ van bewegend beeld, dat is toch mooi meegenomen?

Houweling begon 35 jaar terug als avonddocent op de Rietveld Academie. Hij zette de afdeling Audiovisueel op, voor video- en geluidskunst. In 1999 werd hij directeur van het Sandberg Instituut, genoemd naar voormalig directeur van het Stedelijk Museum Willem Sandberg (1897-1984). Altijd is hij bezig met het bouwen van platforms, waarmee studenten zich kunnen profileren, zoals de alternatieve kunstbeurs de Kunstvlaai, als tegenhanger van de Kunstrai (nu: Art Amsterdam). „De kunstwereld zit niet op ons te wachten”, zegt hij namens de nieuwe, nog onbekende namen.

De terugkerende kritiek dat Nederland veel te veel studenten toelaat op kunstopleidingen deelt hij niet. „Het is niet zo alarmerend”, zegt Houweling. Als gemiddeld vijf procent van de klas als kunstenaar aan de bak komt, is dat een mooi resultaat. En die andere vijfennegentig dan? „Die zijn niet dood, die gaan niet aan de drugs”, zegt Houweling. „Je moet kijken wat voor posities de afvallers in onze samenleving innemen. Ze hebben geleerd om hun creativiteit te gebruiken en hun fantasie. Ze weten van aanpakken en vinden een betekenisvolle baan.” Zelf begon hij ook als kunstenaar, maar Houweling plaatst zichzelf niet in de groep die moest afhaken. „Vanaf het begin wilde ik kunst maken met lesgeven combineren. Ongemerkt slokte het kunstonderwijs al mijn tijd op.”

Breed zaaien werd in dat vak zijn mantra. Maar ook daar zitten grenzen aan. Tevreden meldt Houweling dat het Rietveld, de onderliggende opleiding van het Sandberg, zich beperkt tot duizend studenten per jaar. „We hadden kunnen verdriedubbelen. Maar je moet wel de meest talentvolle nemen.” Dat is niet altijd makkelijk. „De selectie is moeizaam”, zegt Houweling. „Het valt niet altijd goed uit te leggen waarom de een wel welkom is en de ander niet. We zoeken naar oorspronkelijkheid. Kleine uitvinders, dwarsliggers, volhouders. Ik herinner me een jongen die was afgewezen. Aan het begin van het schooljaar, op maandagochtend, zat hij toch in de klas. Hij kwam gewoon, dat was even schrikken. Na overleg zeiden we: ’Het is wel een volhouder, we geven hem tot vrijdag. Als hij goed meedoet, mag hij blijven’. Op donderdag kwam hij niet meer.”

Met tevredenheid kijkt Houweling terug op een afgeschoten politiek plan van staatssecretaris Rick van der Ploeg (PvdA, onderwijs, cultuur en wetenschap), die in 1999 het plan had om het aantal studieplaatsen in het kunstonderwijs te halveren, binnen een miljoenenbezuiniging om tot kwaliteitsverhoging te komen. Zijn plan vond geen steun in de Tweede Kamer.

In 2002 hetzelfde verhaal, toen OCW-minister Maria van der Hoeven (CDA) een kwaliteitsslag wilde maken met 143 miljoen aan bezuinigingen. In een boze column had Houweling geschreven: „Met een arm kun je sneller hardlopen. Amputeren verhoogt de kwaliteit van het hardlopen. (...) Pijnlijk en dom.” De grote vriendelijke reus van het Sandberg kan scherpe klauwen hebben.

Het ’rendementsdenken’ in de politiek, zegt Houweling, leidt er paradoxaal genoeg ook toe dat kwaliteit niet altijd voorop staat. „Studierendement betekent: hoeveel procent haalt zijn diploma? Als er studenten zijn van wie we gaandeweg denken ’die kunnen toch beter iets anders gaan doen’ zou het aandeel zakken door ze weg te sturen. Je dupeert je eigen school, dat kun je niet doen.”

Van een nieuw kabinet vreest Houweling niet veel als het gaat om het aantal studieplekken. „Er zijn inmiddels zoveel pseudo-kunststudies, verkapte opleidingen tot kunstenaar. Sleutelen aan het aantal kunstplekken is daardoor ondoenlijk, die politieke macht is er niet.” Wat hij wel vreest, zijn mogelijke bezuinigingen. „Als je zwaar in subsidies gaat snijden en alleen maar geld geeft aan de gevestigde instellingen, dan zeg je: we sluiten de weg naar vernieuwing af. En kunst heeft juist vitaliteit nodig.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden