Review

Als je dood bent, mag je in een kist

Kinderen komen al jong met de dood in aanraking. Een dode vlieg in het raamkozijn of een dood vogeltje in de tuin is al genoeg om de kiem van het doodsbesef aarzelend te doen uitlopen. Dat hoeft niet per se met verdriet gepaard te gaan. Verbazing, opwinding spelen eveneens een rol. Opeens kun je zo'n vogeltje, anders zo ongrijpbaar, als een stilleven bestuderen: zijn tenen tellen, zijn kleuren bestuderen, voelen hoe donzig zijn borstveertjes en stevig zijn staartpennen zijn. Heel anders wordt het wanneer dat dode vogeltje je eigen kanariepietje is. Dan blijkt plotseling dat de dood behalve bij vreemden, ook bij bekenden aanklopt. Bij je kanarie, of bij opa en oma, of papa en mama. En misschien kun je zelf wel doodgaan!

Iedere kleuter maakt een periode door waarin hij de dood op zijn eigen omgeving gaat betrekken. Toch zijn boeken hierover dun gezaaid. Max Velthuijs heeft in zijn befaamde 'Kikker en het vogeltje' prachtig over een dood vogeltje geschreven, maar dat beperkt zich tot één (sterf)geval. Boeken voor kleuters waarin de dood zelf in al zijn facetten centraal staat, zijn er nauwelijks.

Het zojuist verschenen prentenboek 'Het Boek van de Dood' van de Zweedse schrijfster Pernilla Stalfelt vormt echter een uitzondering op deze regel. Het vertelt geen afgerond verhaal, het is meer een soort lappendeken van tekst en tekeningen waarin zo ongeveer alles aan bod komt van wat zich rond sterven, dood en begrafenis zoal afspeelt. Zelfs de hamvraag: waar ga je als je dood bent naar toe? ontbreekt niet en dat levert een met veel 'misschiens' gelardeerde waaier van vaak geestig verwoorde en geïllustreerde antwoorden op. Op dit punt betoont Stalfelt zich het tegendeel van een religieuze drammer. Zij laat allerlei mogelijkheden (je gaat naar de hemel; je wordt een ster; je keert terug als een bloem, of als een knakworstje) eensgezind en zonder rangorde de revue passeren.

Het mooie van dit kleine maar overvolle boek is dat ernst en luchtigheid er voorbeeldig in samengaan. De schrijfster verzwijgt niets. Meestal gaan oude mensen dood, omdat ze geen kracht meer hebben om te lopen, te eten of gewoon eens lekker te lachen. Maar je kunt ook jong doodgaan, als je een ernstige ziekte hebt of een ongeluk krijgt. Ja, soms worden babytjes zelfs dood geboren: 'Ze hebben alleen in de buik van hun moeder geleefd, maar niet erbuiten'.

Dat klinkt allemaal droevig, maar daarmee is het verhaal nog niet af. Misschien gaat de ziel van de dode wel naar het hemelrijk, zoals het vage figuurtje op een van de tekeningen dat op een raket gezeten door de ruimte vliegt. En wellicht schuilt er waarheid in de tekening waarin een grote rode bloem 'Dag jochie' zegt en het afgebeelde kind antwoordt met 'Dag opa'. Aan het slot van al deze gedaanteveranderingen van doden prijkt overigens als slotmogelijkheid 'een gewoon skelet dat er stil bij ligt'. Het pleit voor Stalfelt dat haar troostrijke fantasie de openhartigheid niet uitsluit.

Wat gebeurt er in dit boek nog meer? In een komisch intermezzo verwijst het met de dood verwante engerikken als vampiers en spoken naar het rijk der fabelen. Allerlei begrafenisrituelen komen aan bod: het leggen van kransen en bloemen, de halfstok gehesen vlag (het tekeningetje ervan toont een piratenvlag met doodshoofd!), muziek en toespraken tijdens de begrafenis, de koffiemaaltijd erna. Daarbij is Stalfelt wel zo fijngevoelig om in haar teksten de harde realiteit waar mogelijk in milde bewoordingen te presenteren. Zo staat er bij een plaatje van een doodkist: 'Als je dood bent mag je in een kist met een deksel liggen'. Mag je,-alsof het een voorrecht is.

Dat Pernilla Stalfelt dit en andere taboes rond de dood zo smaakvol, eerlijk en vooral geestig doorbreekt is een grote verdienste. Het maakt haar boek bij uitstek voor kleuters geschikt, of zij nu al over de dood tobben of niet. Want erover tobben zúllen zij, vroeger of later, en zij zullen dat als volwassenen naar gevreesd moet worden blíjven doen. Wat dat betreft verbaast het me niets dat de oorspronkelijke editie van dit boek door de Zweedse Kinderjury werd genomineerd in de categorie alle leeftijden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden