'Als ik zit te eten, eten de dieren met me mee'

Karin heet Karin, omdat de dochter van de slager Karin heet. En Kitty heet Kitty, omdat een van de meiden van het dameshandbalteam Kitty heet. Joop Ligthart uit Nibbixwoud woont samen, met twee schapen. En al beziet het dorp zijn liefde met enige gereserveerdheid, Ligthart verklaart de inwonende Kitty en Karin nuchter: “Kijk, ik woon maar alleen, en met dieren in huis heb je altijd volk om je poten.”

Ligthart heeft ook nog twee Mechelse herders, Wodan (“Gaat liggen! Gaat liggen! Gaat liggen!”) en sinds twee weken Boy (“Boy aaahaff!) die het korte verblijf in Nibbixwoud inmiddels met een gebroken poot heeft moeten bekopen. Hij stak de straat over en kwam tussen een auto met aanhanger terecht.

Verder heeft Joop in de wei achter de boerderij nog tientallen schapen en geiten, wemelt het van kippen met pullen (kuikens) en lopen er in en rond het huis zo'n twintig katten rond. “Ik kan jonge katjes heel slecht verzuipen, vooral als ze de ogen al open hebben.”

Toch heeft Ligthart de meest bijzondere band met zijn schapen, “omdat het potlammeren zijn geweest. Ze zijn verstoten door hun ouders en ik heb ze met de fles moeten groot brengen. En dat schept een band, hè? Je voedt ze, en op een gegeven moment kijken ze niet meer naar hun eigen moeder, maar naar jou. Ze komen automatisch op je af gelopen.”

En zo is het gekomen. Karin, het schaap dat al 3 jaar bij Joop woont, liep op een gegeven moment mee de boerderij in, vond het daar behaaglijk, en Joop dacht: dat is wel gezellig zo. “In de zomer ligt Karin in de koele gang, in de winter vindt ze het lekker op bed te liggen, of in de bank. Kijken we samen wat tv of zo. En met Kitty die van deze lente is, gaat het dezelfde kant op. Die is hier niet meer weg te slaan.”

Terwijl een bruine kip door de gang loopt, even de huiskamer inkijkt om vervolgens de weg naar de deel te vervolgen, vertelt Joop dat samenwonen met een schaap niet altijd even gemakkelijk is. “Je hebt wel zorgen, hoor. Karin bijvoorbeeld wordt te groot en te dik. Ze is nu geschoren, maar met haar vacht was ze wel een meter breed. Nou vindt ze het altijd lekker om onder de keukentafel te staan, om dan met haar rug tegen het blad te schuren. Maar op een gegeven moment nam ze de hele tafel mee. Als het mooi weer is, is ze vaker buiten. Misschien moet ze maar weer aan een bestaan buiten de keuken wennen.”

Kitty is qua formaat beter te handhaven. “Maar die is nu aan de diarree. Ik heb haar al een pil gegeven, maar die helpt tot nu toe nog niet. Ja, Kitty, jij bent een beetje ziek hè? Jij bent een beetje ziek! Nee, niet aan het tafelkleed knabbelen.” Die uitwerpselen in huis vindt Joop trouwens geen probleem. “Ik heb overal zeil liggen, meestal kan ik de mest met blik en veger zo opruimen.”

Af en toe loopt Kitty naar de tuin van de buren, om daar het jonge groen en de bloemen weg te knabbelen. “Ja, dat is een jeugdzonde. Dat deed mijn Karin ook toen ze klein was. Ik let er wel op hoor, ik vind het vervelend voor die buren. Zo zie je maar, je bent altijd met die dieren bezig.”

Kitty is zo aan me gehecht, zegt Ligthart. “Afgelopen week lag ik te bed, en ik hoorde me toch een geblèr. Stond Kitje voor de buitendeur. Ze moest per se naar binnen. Nou, dan ga ik er maar weer uit, je kan moeilijk de hele buurt wakker laten schreeuwen.” Kitty is dol op Joop zijn bed. “Soms, als ik ga slapen, ligt zij al op de sprei. En al ze dan een malle bui heeft, begint ze gewoon te springen als ik er aan kom. Dan zeg ik: Kit, op je karton. En dan gaat ze keurig naast mijn bed liggen.”

Met Karin, die meestal op de bank in de huiskamer overnacht, wordt de volgende ochtend dan weer ontbeten. “Als ik zit te eten, eten de dieren met me mee. De katten zitten dan op tafel, en Kit en Karin lusten wel een boterham. Het liefst met margarine. Vind ik logisch. Ik hou ook van margarine. Maar ze eten eigenlijk alles, hoor. Hondenbrokken, kattenbrokken, maar ze hebben wel hun voorkeuren.”

Joops vader heeft vroeger een transport-firma gehad, en hoewel hij liever boer wilde worden, moest hij meehelpen in de zaak van vader. “Ik heb het idee, dat ik nu toch nog een beetje boer ben kunnen worden. Hé Kit, blijf es van de telefoon af, blijf van de telefóóóón af.”

Zijn moeder heeft Joop meerdere malen op het hart gedrukt, dat hij toch eens een vrouw moest zoeken. “Ik zei dan altijd dat zij makkelijk praten had. Jij bent met vader getrouwd, maar ik moet een vreemde vinden. Ik ben wel 'ns op pad geweest, net na de dood van moeder, zo'n twintig jaar geleden. Via zo'n contactadvertentie kwam ik in Den Helder terecht, bij een vrouw in een rijtjeshuis. Ze wilde dat ik daar kwam wonen. Geen haar op mijn hoofd die daar aan dacht.”

Joop zou ook niet weten, waar hij die vrouw in zijn auto zou moeten laten, als Wodan, Boy èn Kit al meegaan. “Ik vind het best zo, zonder vrouw. Ik heb het druk genoeg, geen gezeur aan mijn hoofd, en het is hier gezellig.”

Kitty heeft intussen plaatsgenomen op Joops lila sprei. Dat doet ze wel vaker, een middagdutje.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden