'Als ik twee weken niet train, breek ik doormidden'

INTERVIEW | Bart Deurloo, eindelijk vrij van blessures, gaat in Glasgow met Nederland op jacht naar olympisch ticket

"Heb je effe?", zegt Bart Deurloo lachend als hij gevraagd wordt naar zijn blessuregeschiedenis. De 24-jarige turner heeft inmiddels een behoorlijke waslijst opgebouwd. Zowat elk ledemaat heeft het wel eens te verduren gehad in zijn carrière.

Deze week komt hij in actie op de wereldkampioenschappen turnen in Glasgow, die gisteren zijn begonnen. De Nederlandse turnmannen staan maandag op het programma voor de teamwedstrijd, waar een ticket voor de Olympische Spelen in Rio te verdienen valt.

Dat Deurloo in Schotland op de mat verschijnt, is op zich al bijzonder. Door zijn kwetsuren turnde hij nog nooit in één jaar zowel een EK als een WK.

In Schotland vormt de turner, naast zijn kunsten op de meerkamp, een serieuze bedreiging voor Epke Zonderland in de strijd om medailles op de rekstok. Zeker nu de wereldberoemde Fries niet helemaal fit aan de start verschijnt vanwege een hersenschudding.

Deurloo is voor de verandering wel gezond. "Volgens mij raakte ik voor het eerst zwaar geblesseerd toen ik dertien was", graaft hij terug in de geschiedenis van alle pijntjes in zijn lichaam. "Ik hing aan de ringen en ineens knapte er iets in mijn schouder."

Deurloo was niet sterk genoeg voor het element dat hij in die wedstrijd deed. Adrenaline hielp hem er toch doorheen. "Ik heb die wedstrijd gewoon afgemaakt. Dat had ik eigenlijk niet moeten doen. Ik heb er lang last van gehad."

De pijn is nooit over gegaan. Zijn schouder is altijd stijf. Niet dat Deurloo zich daar wat van aantrekt. Dat hoort nu eenmaal bij de sport, vindt de allrounder. "Alle topsporters hebben kwaaltjes. Wij geven ons lichaam geen tijd om te herstellen."

De dokter bezoekt hij zo min mogelijk. Behalve als er echt iets aan de hand is. Deurloo weet al wat artsen gaan zeggen als hij met een pijnlijke vinger aan komt zetten. Rust houden, en daar heeft hij geen tijd voor. "Laatst ging mijn vinger uit de kom. Misschien zit er zelfs wel een breuk in. Een dokter zegt waarschijnlijk: je mag even niets doen. Misschien moet er zelfs gips omheen."

Deurloo begint hard te lachen om dat idee. Een vinger in het gips. Belachelijk. "Ja, dag. Ik heb daar helemaal geen zin in. Drie weken rust wordt bij ons één. Wij kunnen niet zomaar een paar weken niets doen."

Hij raakte in de loop der jaren gewend aan alle fysieke ongemakken. Deurloo ziet pijn als een emotie die hij kan negeren. Hij voelt het nog wel, maar neemt het voor lief. Kwestie van accepteren. "Als ik één keer mijn knie stoot, doet het pijn. Als ik honderd keer mijn knie stoot, doet het nog steeds pijn maar dan raak ik er aan gewend. Je kunt wel zielig lopen doen, maar dat heeft geen nut. Anders nemen ze iemand anders mee naar de WK."

Wijze lessen uit het verleden leerden hem dat hij pijn echter niet altijd kan uitschakelen. Van een gekneusde vinger trekt hij zich niets aan. Is hij er erger aan toe, luistert hij wel naar zijn lichaam. Blessures hebben hem al te veel toernooien gekost.

"Ik ben nu voorzichtiger in de training. Ik denk meer na over wat goed voor me is." Vroeger dacht Deurloo dat hij, hoe harder hij trainde, hoe beter hij werd. Dat veranderde toen hij ouder werd. Nu neemt hij meer rust.

In zijn jeugd keek hij vaak op naar zijn teamgenoot Boudewijn de Vries. "Hij traint als een beest. Wij noemen hem ook the beast. Hij kan heel veel aan."

Deurloo kwam er snel achter dat hij zich daar beter niet aan kan meten. "Als ik zoveel doe als hij, dan breek ik doormidden. Boudewijn is een soort dubbelglas. Ik ben enkelglas."

Als hij zelf twee weken niet traint, valt hij naar eigen zeggen uit elkaar. Dan is zijn lichaam zo stijf dat hij zijn armen amper omhoog krijgt. "Ik zit dan helemaal vastgeroest."

Alleen maar op het strand liggen tijdens vakanties zit er daarom niet bij. De turner zoekt waar hij ook komt een fitnesszaal op voor wat rek- en strekoefeningen.

Niets doen past sowieso niet bij hem. Daar heeft hij te veel energie voor, ook al eet hij maar drie boterhammen en een avondmaaltijd per dag. "Ik heb op de een of andere manier nooit honger.". Als Deurloo na een groot toernooi weer thuis komt, is hij niet te genieten. "Vraag maar aan mijn ouders. Ze zullen je vertellen dat ik een draak ben. Ik word dan helemaal gek."

Om tot rust te komen pakt hij vaak zijn gitaar. "Dan hoef ik in ieder geval niet aan turnen te denken omdat ik drie andere dingen tegelijk moet doen. Zingen, akkoorden bedenken en aanslaan. Dat geeft afleiding."

In zijn appartement verwijst niets naar zijn turncarrière. Daar is hij al genoeg mee bezig. "Je zult bij mij geen posters vinden. Zelfs niet van de Japanner Kohei Uchimura, die trouwens echt de baas is."

Anders komt hij niet tot rust. Over turnen praat hij in de hal wel weer.

Thuis gaat het over muziek. Of tatoeages, een van zijn grote passies. Als het over die pijn gaat, vindt Deurloo zichzelf overigens een watje. Aan het gevoel van naalden kan hij maar niet wennen. "Het is verschrikkelijk. Ik stoot liever vijfduizend keer mijn teen."

Een kunstwerk van een half uur is nog wel te doen. "Maar dit", hij wijst op zijn arm die vanaf zijn schouder tot halverwege zijn onderarm helemaal vol zit. "Dit is een vreselijk gevoel." De lijdensweg duurde maar liefst dertig uur. "Ik scheld die jongeman altijd uit voor alles wat ik kan bedenken. Het went nooit."

Deurloo is een van de eerste turners die zijn lichaam veelvuldig met inkt opfleurt. In de conservatieve turnsport werden tatoeages tot voor kort verborgen uit angst voor een slecht imago bij de jury.

De nummer twee in de olympische meerkampfinale in Londen, de Duitser Marcel Nguyen, werkte de tekst op zijn borst drie jaar geleden weg met foundation. Deurloo: "Nu zit zijn hele arm er ook onder, dus dat gaat niet meer. Ik denk dat hij gewoon dacht: schijt. We zien wel wat er gebeurt."

Met die instelling nam hij zelf ook plaats in de stoel voor zijn eigen sleeve, de getatoeëerde 'mouw' op zijn arm. Deurloo vindt het zonde om zijn lichaam onbedekt te laten. Nieuwe plannen zijn alweer in de maak. "Als ik nu in de spiegel kijk, vind ik mezelf al kaal. Erg, hè? Ik vind het gewoon mooi. Je laat een mooi schilderij toch ook niet achter de winkelruit staan?"

Deurloo denkt niet dat juryleden hem benadelen vanwege zijn excentrieke uiterlijk. Ook al heeft hij nog steeds een nare smaak in zijn mond van die gemiste EK-finale op de rekstok.

Tijdens de Europese kampioenschappen van dit jaar april in Montpellier turnde Deurloo veruit de moeilijkste oefening van het veld, nadat de voornaamste kandidaat voor de titel, Epke Zonderland, van de rekstok was gevallen.

Deurloo werd zwaar bestraft voor een paar slordigheidfouten, waardoor hij de finale miste. De turner uit Zwijndrecht had in Frankrijk zijn eerste grote prijs kunnen pakken, nu Zonderland ontbrak in de eindstrijd om het goud. "Ik heb er geen woorden voor. Nog steeds niet. Het was zwaar onterecht. Maar ja, de jury is met elkaar tot die score gekomen. Ergens zal het wel kloppen."

Hij neemt maar genoegen met de steunbetuigingen van zijn collega-gymnasten, die weten dat Deurloo naar huis had moeten gaan met een medaille.

Zijn moment of fame komt nog wel, hoopt hij. Het liefst op de WK, dan wel de Olympische Spelen volgend jaar zomer. Toen Zonderland in Londen historisch goud won op de rekstok, wist hij dat er andere tijden aankwamen voor het turnen in Nederland. "We hadden nog nooit een turnmedaille gehaald. Nu werd er ineens goud gewonnen op rek, met drie vluchtelementen. Ik wist meteen dat die medaille het moment van de Spelen zou worden."

Het zette de spotlights op de turnploeg, die deze week in Glasgow de eerste stap wil zetten op weg naar Rio. Als de turners bij de beste acht landen eindigen ¿ een zeer lastige opdracht ¿ kunnen er niet één, maar vijf Nederlandse atleten naar de Spelen. Tenzij Deurloo op de WK een medaille haalt. Dan plaatst hij zich op naam voor de Spelen. Rio is voor hem sowieso het doel. "Ik zou er niet mee kunnen leven als ik nooit naar de Spelen zou gaan. Dat is net alsof je je hele leven naar school gaat, en je diploma niet haalt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden