Als ik schrijf ben ik de baas over de lelijke dingen in de wereld

Thomas Verbogt (1952) is schrijver, columnist bij De Gelderlander en auteur van toneelstukken en cabaretteksten. Hij debuteerde in 1981 met de verhalenbundel 'De feestavond'. Deze maand verscheen zijn roman 'Als de winter voorbij is'.

I Gij zult de Here uw God aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten

"Mijn ouders hebben de katholieke kerk verlaten toen sinistere personages zoals monseigneur Gijsen het toneel betraden, maar ze bleven wel in God geloven. Dit geloof in God leidde bij hen tot een manier van leven die ik zeer bewonder. Voor mijn ouders - mijn vader stierf in 2008, mijn moeder is nu bijna negentig - gold edelmoedigheid als het hoogste goed. 'Be gentle', zeiden ze altijd. Je moet zachtmoedig, zorgvuldig en rechtvaardig met mensen omgaan. Hulpvaardig en rechtvaardig zijn. Ze hadden veel vrienden, ook vrienden die één avondje hun hart kwamen uitstorten en vervolgens zes maanden bleven. Die God, de God die hen inspireerde en over wie zij met liefde spraken, heb ik in mijn hart meegenomen."

II Gij zult de naam van de Heer uw God niet zonder eerbied gebruiken

"Vloekende mensen vind ik als personages helemaal niet interessant. Het is geleende taal. Als ik die woorden de hele dag al om mij heen hoor, ga ik ze toch niet nóg eens op het toneel of in een boek gebruiken? Dat is mij te makkelijk. Ik zoek liever naar andere manieren om te beschrijven hoe iemand reageert als hem iets vervelends overkomt. Bovendien: waarom zou ik zomaar vloeken als het door mijn omgeving als kwetsend wordt ervaren? Ik laat toch ook mijn broek niet zakken in het bijzijn van mensen die daar niet van gediend zijn?"

III Gij zult de dag des Heren heiligen

"Ik heb snel geleefd en veel meegemaakt. Mijn rugzak raakte gaandeweg steeds voller; ik nam nooit de tijd om te bekijken wat ik zoal had verzameld. Op een dag heb ik mezelf gedwongen om af en toe heel even stil te blijven staan, om uit te zoeken: wat heb ik hier, waar gaat het om? Gewoon een half uurtje, 's ochtends vroeg of 's avonds laat, nadenken over wat ik had gehoord en gezien. Ik weet niet waarom ik dit niet eerder heb gedaan. Misschien was ik er wel bang voor om de effecten van mijn gebrekkige sociale vaardigheden goed tot mij te laten doordringen, maar inmiddels kan ik het leven beter aan en weet ik ook hoe ik zelf de kwaliteit ervan kan verbeteren. Ik laat mij niet meer zo snel van mijn stuk brengen. Ik pieker minder. En het lukt mij dus ook om die halve uurtjes rust te nemen. In het begin luisterde ik tegelijkertijd naar muziek, maar inmiddels kan ik in volledige stilte in mijn gedachten verzonken raken."

IV Eer uw vader en uw moeder

"Bij mijn moeder ging ik sneller schuilen dan bij mijn vader. Als ik iets deed wat botste met de verwachtingen die hij van mij had, was hij daar openlijk teleurgesteld over. Dat vond ik weleens lastig. Hij was jurist, gespecialiseerd in medisch recht, maar het liefst was hij schrijver geworden. Hij vond het geweldig dat ik Nederlands ging studeren, maar maakte zich zorgen toen ik mijn studie afbrak en zei dat ik mij helemaal op het schrijven zou gaan richten. Ja, natuurlijk was er competitie. Ik wilde twee dingen: laten zien dat ik het kon en laten zien dat ik het wél kon. Ons contact in die tijd was niet optimaal.

En toen, in 1981, verscheen mijn eerste boek en wist hij zich met zijn trots geen raad. Als ik ergens voor een handvol lezers stond te signeren, hoorde ik ineens onrust in de zaak: kwam mijn vader met zijn enorme videocamera binnen. Inclusief standaard en lampen. Een paar dagen later kon ik bij mijn ouders thuis de film komen bekijken. In het begin zei ik nog: 'Je hoeft de volgende keer niet te komen, want de beelden zullen ongeveer hetzelfde zijn', maar na een tijdje liet ik het maar zo. Prima, dacht ik, laat die man trots zijn. Het hoort bij zijn geluk.

Een paar jaar voor zijn dood ging hij alsnog schrijven: het verhaal van zijn leven. Het was heel mooi hoe hij over Halsteren, zijn geboortedorp, schreef en over het eenvoudige leven op het Brabantse platteland. Heel sfeervol. Hij had er geen plannen mee; het was voor ons. Een klein ding, onvoltooid, want op een dag overleed hij toch vrij plotseling.

Na mijn vaders dood begon mijn moeder te verstillen. Ik denk dat ze zich opmaakt voor vertrek. Ze heeft weleens gezegd: 'Als het straks afgelopen is, vind ik dat helemaal niet erg.' Mijn ouders hebben bijna zestig jaar samen geleefd, ze zijn op een paar dagen na nooit zonder elkaar geweest. Ze hebben hun moeilijkheden gehad, natuurlijk, maar ze vormden een hecht blok. Mijn vader was de gedachte, mijn moeder is meer het gevoel. Ratio en romantiek. Het werkte. Ze hebben elkaars leven verrijkt."

V Gij zult niet doden

"Er is een periode in mijn leven geweest waarin ik soms moest kotsen van woede. Als ik op straat een man zijn hond zag schoppen, deed ik zoveel moeite om mijzelf te bedwingen dat ik er ziek van werd. Ik denk dat ik in die tijd heel goed in staat zou zijn geweest om iemand te doden. De woedeaanvallen waren zo heftig dat ik besloot in therapie te gaan. De therapeut adviseerde mij Prozac te slikken om het evenwicht tussen hoog en laag een beetje te herstellen, maar vooral om ervoor te zorgen dat ik iets laconieker zou worden. Ik moest leren mezelf iets minder serieus te nemen. Loslaten. Het werkte: ik wérd laconieker en naarmate ik hem dingen ging vertellen werd het ook lichter in mijn hoofd. We kwamen onder andere uit bij een herinnering die ik ook in 'Als de winter voorbij is' heb gebruikt.

Vier dagen na Sinterklaas, 1955. Ik was bijna drie jaar oud. Ze zeggen weleens dat je je pas na je vierde levensjaar dingen gaat herinneren, maar voor heftige ervaringen gelden andere regels: ik kreeg een hersenvliesontsteking en werd met een rotvaart in een ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Dit weet ik nog: die gillende sirene, de glazen kist waar ik in lag, een jongen naast mij in zo'n zelfde couveuse, helemaal blauw van de injecties... Maar ik zie vooral mijn ouders, in de verte, achter een deur. Ze zwaaien. De enige twee mensen bij wie ik mij vertrouwd voel en ze mogen niet bij me komen. En het gekke is: ik herinner mij vooral dat ik mezelf tekort vond schieten. Het was mijn schuld dat zij niet bij mij konden zijn. Het was mijn schuld als ik niet beter zou worden - dat had ik kennelijk ook ergens opgevangen, dat ik dood zou kunnen gaan. Het woord teleurstelling kwam natuurlijk niet in mij op, maar ik wist zeker dat dit alles voor hen véél erger was dan voor mij. Toen ik herstelde en naar huis mocht, moest ik opnieuw leren lopen. Mijn moeder zei: 'Wees blij dat je nog leeft', maar ik kon met de blijdschap daaromtrent moeilijk uit de voeten.

Die hele episode veroorzaakte een gevoel van verantwoordelijkheid dat mij mijn hele leven is blijven achtervolgen. Doordat ik niet ingrijp wordt de hond geschopt. Lelijke dingen gebeuren in de wereld waar ik deel van uitmaak; daardoor ben ik medeschuldig, aan alles. Er ontstond een soort minderwaardigheid die ik alleen kon opheffen als ik schreef. Dan kwam ik ergens waar ik de baas was, waar ik alles kon regelen zoals ik vond dat het geregeld moest worden. Ik had dus al een manier gevonden om met die kwetsbaarheid, die sociale onhandigheid, om te gaan, maar ik moest vijftig worden om erachter te komen waar het allemaal was begonnen. Dat is ook het voordeel van ouder worden: je leert hoe je dingen moet begrijpen. Je vindt er woorden voor. Als je ergens woorden voor hebt, is een groot deel van het probleem al opgelost."

VI Gij zult geen onkuisheid doen

"Onkuisheid... Jij spreekt het woord uit, en ik herhaal het nu, maar dat hele begrip heeft in mijn leven geen enkele rol gespeeld. Ook niet op een vervelende manier. Ik herinner mij wel dat er op het Canisius College een pater was die na de gymles af en toe iemand bij zich riep om zijn benen af te drogen. Ik moest ook een keer komen, na twee rondjes hardlopen, volledig bezweet. Op dat moment zocht ik er niet zo veel achter, maar een jaar later werd ineens afgekondigd dat diezelfde pater 'ons belangrijke werk' ging voortzetten in Ethiopië. Missiewerk. Wat je daar met kinderen uitspookte, kwam toch niemand te weten. Toen in 2010 het nieuws over seksueel misbruik op ons college in de jaren vijftig en zestig naar buiten werd gebracht, bleek de grootste veelpleger 'pater S.' te zijn, een lieve erudiete man, die regelmatig bij ons thuiskwam. Ik zie hem nog aan tafel zitten, met een glas wijn, pratend over de God die we in elkaar moesten zien te vinden. Die gedachte vind ik nog steeds mooi, maar mijn herinnering aan de man die hem verkondigde is besmet geraakt. Hoe kon hij zo over God praten en zich tegelijkertijd aan jongetjes vergrijpen? Maar sterker dan die verontwaardiging is toch het gevoel van schaamte: hoe ik toen - maar ook later in mijn leven - te goed van vertrouwen ben geweest."

VII Gij zult niet stelen

"Je blijft van de spullen van een ander af. Werk er maar voor, dan krijg je het ook. Beetje moralistisch misschien, maar luister eens: voor een bepaald moralisme hoef je niet bang te zijn.

De literatuur, dat is een ander verhaal. Er wordt in de kunsten veel gekopieerd, gestolen. Zo ben ik ook begonnen, tot ik, zo rond mijn vijftiende, een boek opensloeg van ene Nabokov. Ik had nog nooit van hem gehoord. Het was een verhalenbundel, 'Lente in Fialta'. Ik las de eerste pagina. Het ging over de geur die in een dorp aan zee hing, na een regenbui. Nabokov beschreef die geur en ik rook hem. Ik dacht toen: wat hier staat gebéurt. Ik lees er niet alleen over, het gebeurt! Zo wilde ik ook schrijven, maar het werkt niet als ik hem nadoe. Het kan alleen maar gebeuren als ik zelf zo intens mogelijk opschrijf wat ik wil dat er gebeurt. Het duurde wel een paar boeken voor ik het in mijn vingers had, maar nu... ja, het klinkt misschien heel stom, heel narcistisch, maar ik werd ontroerd door een passage uit 'Als de winter voorbij is' omdat ik wist dat daar precies stond wat ik sinds die eerste keer dat ik Nabokov las voor ogen had: het werkt zoals ik wil dat het werkt. Het gebeurt echt, ook al heb ik het bedacht."

VIII Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen

"Ik ben niet bang voor de waarheid, ook niet voor de waarheid in mezelf. Ik heb mijn onvolkomenheden geaccepteerd, ik ben door schade en schande wijs geworden. Als schrijver ben ik mij heel erg gaan bezighouden met zaken die ik lang geheim heb gehouden of beter: nog niet voor mezelf op een rij had gezet. Kwetsbaarheid, het onvermogen om mezelf over te geven, de oorzaken van mijn schuldgevoel. Dit zijn de dingen die ertoe doen. Ik moet schrijven over wat ertoe doet; de urgentie bepaalt de kwaliteit van je boek. Dus ja: ik word steeds waarachtiger."

IX Gij zult geen onkuisheid begeren

"Overspel komt voort uit teleurstelling. Met lust heeft het niet zoveel te maken. Tuurlijk, het avontuur lokt mij ook zinderend aan, maar als je je goed voelt bij de manier van leven waarvoor je hebt gekozen, zul je niet zo snel meer vreemdgaan. Ik heb het gedaan, ik heb de aandrang om iets wat mooi is kapot te maken niet altijd kunnen onderdrukken, maar toen ik voor de zoveelste keer opnieuw begon te leven wist ik: als ik die rotzooi niet meer wil, zal ik mij een keer aan iemand moeten overgeven. Mijn donkere kanten laten zien. Het is niet altijd makkelijk geweest - knallende deuren, momenten van vertwijfeling en tochten door de nacht - maar het maakt wel schoon. Trouw is een deugd waaraan je kunt werken."

X Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort

"Ik begin zo langzamerhand het risico te lopen om voor een zeer braaf mens te worden versleten, maar het is niet anders: ik heb geen last van jaloezie. Als iemand een prijs krijgt voor een boek waarvan ik denk dat het minder goed is dan het mijne, kan mij dat werkelijk niets schelen. Waarom zou ik daar ook last van hebben? De literatuur heeft mij een goed leven bezorgd. Ik doe wat ik het liefste doe: schrijven. De sensatie om iets te maken wat er nog niet was.

Toen ik klein was woonden wij op kamers in een studentenetage waar alles in één ruimte moest gebeuren. Er was altijd veel bezoek, levendig bezoek, en ik raakte eraan verslaafd om die mensen stilletjes te observeren en om hele biografieën voor hen te verzinnen. Het bedachte leven kreeg mijn voorkeur. Waarschijnlijk uit angst om in het echte leven teleur te stellen. Sinds enige jaren is er een aardige overlap zichtbaar. Soms vertel ik iets en dan weet ik ineens niet meer of ik het nou heb bedacht of dat ik het heb meegemaakt...

Zeg, weet je waar ik nu al een tijdje over zit te denken? Dat ik de hele tijd maar aan het woord ben! Ja goed, ik begrijp wel dat dit de bedoeling is maar zullen we het dan een volgende keer over jou hebben? Graag."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden