Als ik over muziek praatte, was het meestal met jongens. Ik hield ervan hoe ze over hun obscure kennis konden uitweiden.

Kunt u één ding, een persoonlijk bezit aanwijzen dat uw leven weerspiegelt? Deze zomer laat Letter&Geest acht auteurs zoeken naar een betekenisvol object. Vandaag: Julie Phillips

Je bent in een vreemde stad, trekt je koffer voort, een heuvel op, langs huizen met voortuinen. Wanneer je een naamloze struik passeert, dringt de geur je neus binnen ¿ en opeens ben je zeven, half zo klein, je loopt op een zomerochtend naar school, terwijl je gretig alles, elk mysterie dat die driehonderd meter je kunnen geven in je opneemt, waaronder de geur van deze struik in zomaar een voortuin.

Muziek heeft hetzelfde proustiaanse vermogen: om herinneringen in al zijn sensuele directheid op te roepen. Bij bepaalde liedjes vind je jezelf terug achter de kassa tijdens een vakantiebaantje, of op een dansvloer, of in een café waar je je liefdesverdriet wegdrinkt. "Tell me one more time, as I hold your hand, that you don't love me", zing je mee. En Joe Jackson, of Lou Reed of R.E.M of waar je nu ook maar naar luistert, zijn nog altijd in staat om je gedeukte ego op te krikken en je overeind te helpen.

Popmuziek is voor veel mensen de soundtrack van hun leven, met name van de meest intense momenten van hun jeugd ¿ ironisch genoeg precies de momenten waarop ze het meest in het hier en nu leefden. Popmuziek heeft de belofte in zich van jeugd en toekomst, maar mondt onvermijdelijk uit in het verleden. Het verandert de toekomst in het verleden waar je bij staat.

De doos met cassettes in de kelder, de stapel bandjes op de boekenplank vormen een spoor van ontdekkingen. Het ene jaar ben je nog een kind dat haar straat verkent, het volgende jaar ben je verliefd, en tegen de tijd dat je mijn leeftijd bent, in de veertig, is de cassette een achterhaalde technologie maar wel een waar je halve leven in zit. Zonder mijn muziekverzameling had ik mijn partner niet ontmoet en was ik misschien geen schrijver geworden. Muziek is de rode draad in mijn leven, en zelfs, nog steeds, in mijn schrijven. Voor een ander is dat mode, een voetbalteam, een lichaam vol tatoeages. Iedereen plant ergens een vlag, en van mijn achttiende tot mijn dertigste hing ik mijn identiteit op aan mijn muzieksmaak.

"De kindertijd is lang en smal als een doodskist, en in je eentje kom je er niet uit," schreef de Deense dichteres Tove Ditlevsen. Op eigen kracht kun je niet opgroeien. Iemand of iets moet je uit je puberteit trekken, je moet je ergens aan vast kunnen grijpen om die jaren door te komen. Ik denk dat mijn halve generatie zo uit die put is geklommen: hand over hand langs slierten magneetband.

Wat ik me vooral herinner van het eind van mijn jeugd is de kou. Ik was zeventien en de winter duurde maar voort. Ik had al met de kerst (lang verhaal) mijn diploma van de middelbare school gehaald en volgde alvast een aantal colleges aan de lokale universiteit, een complex van betonnen blokkendozen van dezelfde kleur als de bewolkte lucht en de vuile sneeuw. Op de parkeerplaatsen van de campus was de sneeuw opgeschoven tot smoezelig grijze manshoge hopen, als een vuilstort van de winter. Dit was Amerika, dus ik had een rijbewijs en de auto van mijn broer. Eenzaam pendelde ik op en neer vanaf het huis van mijn ouders en luisterde naar de enige cassettes die ik had: 'Rubber Soul' en 'Déjà Vu' en een verzamelbandje met vreselijke eind jaren zeventig-hits die een vriendje voor me had opgenomen. Het voelde als wachtkamermuziek. In de eerste week van april viel er nog een halve meter sneeuw en kon ik drie dagen het huis niet uit.

Eindelijk ging ik uit huis om te studeren aan zo'n 19e-eeuws college met studentenhuizen en een groene campus. Een wereld ging voor me open, ik bloeide op, en dit had alles te maken met muziek. Ik kreeg een nieuwe beste vriendin die een poster aan de muur had hangen van ene Elvis Costello, leerde een leuke jongen kennen die iedereen op zijn kamer uitnodigde om de nieuwe Talkings Heads-lp te beluisteren, een andere jongen zei: "Dit moet je horen" en zette de B-kant van een single van Laurie Anderson op. Op een dag toen ik me inspande om een nieuwe cassette met niet al te toegankelijke nummers (Gang of Four) mooi te vinden, werd de rauwe, schurende herrie uit mijn speakers opeens omgetoverd in muziek. Ik was getransformeerd. Kort geleden zag ik een ets van Rembrandt in het Rijksmuseum waarin een kleine figuur op een begroeide wal staat en tuurt naar het silhouet van de stad die hij net gewaar kan worden tussen de wilgen en het riet door. Ik voelde mij als die man, die na een lange reis ineens de torens van de stad voor zich ziet.

De muziekcassette werd in 1963 geïntroduceerd door Philips, en is daarmee twee jaar ouder dan ik. Binnen het hard plastic doosje liep een lange dunne strook plasticfolie heen en weer tussen twee kleine spoelen. Twee elektromagneten, een voor elk stereokanaal, namen op de magneetlaag van de band het geluid op. Een 90-minutenbandje was 135 meter lang. Cassettes waren compact, licht van gewicht en low-tech: als de band loszat, stak je je pink of een pen in het spoeltje en wond je hem gewoon op. Naar buiten hangende tape riep akelige associaties op met aangereden wild. Een kapotte cassette met alle tape naar buiten getrokken zag er daarentegen eigenlijk wel feestelijk uit, als serpentine.

De hoogste vorm was het zelfgemaakte verzamelbandje. Met een mixtape kon je zowel indruk maken met je muziekkennis als toegeven aan al je Nick Hornby 'High Fidelity'-neigingen om je leven te definiëren in muzieklijstjes. Ik was uren zoet met het samenstellen van zo'n bandje, met het bedenken van mooie overgangen en de juiste afwisselingen. Mijn vrienden en ik gaven elkaar mixtapes, uit vriendschap, verliefdheid, vanuit de wens om een muzikale ontdekking met iemand te delen, of puur om je eigen smaak te verkennen. Creatieve geesten leefden zich uit op het ontwerpen van hoesjes, met tekeningen, collages, een stuk van een oude plattegrond.

Als ik over muziek praatte, was het meestal met jongens, omdat zij er doorgaans het meeste van wisten. Ik hield ervan hoe ze over hun obscure kennis konden uitweiden. Het had iets rustgevends. Elizabeth Wurtzel, schrijfster van het boek 'Bitch', voerde eens aan dat vrouwen meer intellectuele obsessies nodig hebben. Vrouwen zouden zichzelf serieuzer nemen wanneer ze net zo in de wereld zouden staan als mannen, die zich overgeven aan hun vurige passies ¿ voor sport, strips,obscure singles of wat dan ook maar ¿ in plaats van over hun emoties te praten. Of dit waar is, weet ik niet, maar als ik niet wist wat ik tegen jongens moest zeggen, laat staan wat ik met ze moest doen, kon ik altijd genoeglijke uren met ze doorbrengen met het luisteren naar muziek.

Ik was trots op mijn verzameling cassettes. Ze tilden me uit mijn jeugd, de opeenvolging van plaatsjes waar ik opgroeide, de dingen die mijn ouders voor me bepaalden. Ik probeerde mijn eigen smaak te vormen, en mijn muziekverzameling vormde mij. Ik luisterde naar muziek waarvan ik niet wist hoe ik die moest waarderen, ik keek naar experimentele films die ik niet kon volgen, ik baande mij een weg door 'Ulysses' van James Joyce, en beetje bij beetje kwam ik dichter bij de stad die ik door de bomen kon zien liggen. Ik wilde, en dat wil ik nog steeds, zo veel mogelijk cultuur in me opnemen, bouwen aan wat een socioloog 'cultureel kapitaal' zou noemen, en wat dichters hebben beschreven als een innerlijke kathedraal van ervaring.

De Amerikaanse criticus Sven Birkerts schrijft dat we de wereld buiten onze dagelijkse gang van zaken als ongeordend, vol ruis zien, "een chaos die we in wezen niet kunnen bevatten, een gebeuren waarvan de betekenis ons later al of niet duidelijk zal worden. Dit constante uitstel van zingeving is het werkende principe van het leven van de meeste mensen: morgen, volgende week, dan zal ik erover nadenken, dan zoek ik het uit. Niet nu."

Daarom lezen we volgens hem. Omdat in de literatuur die chaos gebruikt wordt om een esthetisch en intellectueel doel te dienen. "De roman smelt de willekeur eruit, en geeft je betekenis terug." Muziek werkt ook een beetje zo, maar dan directer: op dat ene moment is alles helder.

All that history,

All those books have gone,

They've been blown away

On a breath of lust.

De geschiedenis weggeblazen door een zuchtje lust? Deze regels uit een nummer van een obscure Engelse band bleven door mijn hoofd zingen, terwijl ik langzaam maar zeker strandde in het schrijven van mijn scriptie. Ik was geschiedenis gaan studeren omdat dat serieus en 'echt' leek, en literatuur te gemakkelijk en frivool. Maar ik begreep niet hoe ik over geschiedenis moest schrijven. Elke dag als ik over de campus terugliep naar mijn studentenhuis, kwam ik voorbij een boompje met roze bloesem waarin een onzichtbare vogel een klagend geluid maakte dat leek op kattengemiauw. Maar ik was mijn nieuwsgierigheid kwijt, ik zat vast, de woorden van dat liedje maalden door mijn hoofd. Het was 1985, Reagan was president, Amerika bloeide weer op, de catbird in de pruimenboom zong de lof van het voorjaar, en ik luisterde naar muziek omdat die me zei dat ik niet altijd hoefde te bouwen. Ik mocht ook weggooien.

Ik onderbrak de studie en trok een halfjaar in bij een vriendin die slordig met geld omging en Joni Mitchell and Led Zeppelin draaide, muziek die mijn andere vrienden maar niks vonden. Toen ik terugging, gooide ik mijn met veel moeite opgebouwde intellectuele kapitaal overboord en switchte naar Engelse literatuur.

Ik hield van muziek met ruwe kantjes, onaf, met de nadruk op spontaniteit en creativiteit boven geliktheid, muziek die je het gevoel gaf dat het hele optreden elk moment de mist in kon gaan, en dat dat er gewoon bijhoorde. Van zulke muziek heb ik onder andere de kunst van de imperfectie geleerd. Een verkeerde weg inslaan, tekortschieten, falen, dat zijn ook zaken die bij het schrijven horen.

Overgang naar een zomeravond, op een reis vanuit New York naar Amsterdam. Ik was zevenentwintig, geen grunge-fan, maar verder volgde ik de alternatieve muziek op de voet. Ik was uitgenodigd door een oude studievriend om bij hem in de tuin te komen eten, samen met een vriend van hem die ik misschien wel leuk zou vinden. Hoewel ik in de periode daarvoor niet zo veel succes in de liefde had gehad, kon ik altijd op één ding aan: als een man, wanneer hij voor de eerste keer bij mij thuis kwam, keurende blikken wierp op mijn verzameling cassettebandjes, dan zou hij niet teleurgesteld zijn. Onder het eten liet ik iets vallen over een optreden van Sonic Youth in Central Park en de gast veerde op. Ik nam hem in eerste instantie niet erg serieus. Voor zover ik kon zien was de wereld bezaaid met magere jongens met punkerig haar en indierock-muziek. Pas tijdens de koffie, toen hij zei dat hij Margaret Atwood had gelezen, raakte ik geïnteresseerd. Toen ik terugging naar Amerika, stuurden we elkaar bandjes (hij maakte prachtige cassettehoesjes) en boeken. Uiteindelijk ben ik bij met ingetrokken.

Toen we ons eerste kind kregen, zaten we nog op dezelfde eenkamerwoning. Een week na de geboorte ¿ het was winter, ik was nog steeds ondersteboven en geëmotioneerd van de bevalling, het huis was te klein voor ons drieën en de katten en het bezoek en de kraamhulp ¿ kwam hij thuis met een boxset van The Byrds. Of het nu aan mijn labiliteit lag of niet: ik heb het hem nooit vergeven. Daarna, toen we veel minder tijd voor onszelf kregen, moesten we allebei iets laten schieten. Hij gaf het lezen van romans op, ik muziek.

Mijn muzieksmaak is nu zwaar gedateerd, net als het apparaat waarop ik mijn muziek afspeelde. Muziek bestaat nu nog slechts uit onzichtbare digitale data, en als je die niet zelf op je computer hebt, kun je altijd nog terecht op YouTube. Vroeger kon je wat je niet had niet afspelen. Nu is bijna alles beschikbaar, wanneer je maar wilt. Al die new wave, two tone, hiphop, funk, punk, glamrock, garage, lounge, hardcore, bubblegum, alt-country, indiepop, Madchester, Motown, I.R.S., 4AD ¿ het is allemaal te vinden op YouTube, de mixtape voor de hele wereld.

Tegelijk is rock grotendeels een museumstuk geworden. In het 'rock'n'popmuseum' in Gronau, net over de Duitse grens bij Enschede, zag ik in de ene hoek Nena in een videoclip '99 Luftballons' zingen, terwijl in een andere hoek de stem van Billie Holiday uit een luidspreker klonk. Foto's, outfits, gitaren stonden uitgestald achter glas of hingen aan de muur, met de nostalgie van antiek boerengereedschap. In zijn boek 'Retromania' vertelt muziekcriticus Simon Reynolds dat hij in een rockmuseum in New York het originele, met graffiti ondergekladde urinoir uit de roemruchte punkclub CBGB tentoongesteld zag. Doet denken aan Marcel Duchamp ¿ maar dit was een pisbak die Reynolds zelf nog had gebrúíkt.

De wereld is een verzamelbandje geworden, en mijn jeugd hangt in een museum. Wat nog niet in het museum beland is, is de kathedraal (of beter: poptempel) die ik in de loop van de jaren heb gebouwd in mijn hoofd: een ruimte waar alle kunst, hoog of laag, die ooit belangrijk voor me was, nog altijd voortleeft. Ik ga er vaak heen, wanneer ik recensies schrijf, vooral als ik niet helemaal weet wat ik van een boek moet vinden. Heb ik goed gezien wat de schrijver bedoelde? Is er kans dat deze kakofonie muziek kan worden? In die kamer bewaar ik de herinneringen aan oude ontdekkingen. En ik ga er heen als ik aan een nieuw boek begin, om alvast een blik op de kaart te werpen.

Ding cassettebandje Materiaal plastic Afmetingen 10 bij 6,5 cm. Waarde vijf nieuwe TDK-chroomcassettes kosten € 6,99 Citaat'De hoogste vorm was het zelfgemaakte verzamelbandje. Daarmee kon je zowel indruk maken met je muziekkennis als toegeven aan neigingen om je leven te definiëren in muzieklijstjes.'

Julie Phillips
Julie Phillips (1965, Seattle) is schrijver en recensent voor diverse Amerikaanse media en Trouw. Ze woont en werkt in Amsterdam met haar man en twee kinderen. Haar biografie over James Tiptree jr. ('James Tiptree, Jr.: The Double Life of Alice B. Sheldon'), won diverse prijzen, waaronder de National Book Critics Circle Award.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden