'Als ik nou al die veranderingen in Rotterdam eens zou kunnen vastleggen'

Wie is de ware liefhebber van kunst? De beroeps die veertig keer om den brode hetzelfde stuk speelt? Of de amateur die weliswaar gedijt bij publieke aandacht, maar die genoegen neemt met een expositie in de plaatselijke bibliotheek? De Tweede Kamer wil meer aandacht voor de beoefening van amateurkunst, en staatssecretaris Aad Nuis is het daarmee eens. Maar waarom, omdat de amateur, soms 'de kunstzinnige burger' genoemd, een intensieve bezoeker van professionele kunst blijkt? Of vanwege de eigen merites van de amateur? Deze weken onderneemt Trouw een speurtocht naar de oprechte liefhebber. Vandaag: Bas Hoogstad, fotograaf.

Hoewel Bas Hoogstad (40) na meer dan twintig jaar genoeg ervaring heeft om een aardige foto te maken, veert hij op wanneer de Teleac-cursus over fotografie, die momenteel op tv wordt uitgezonden, ter sprake komt. “Ik kijk daar graag naar. Wat ik vooral leuk vind, is hoe al die beroepsfotografen werken. Dan zie je die gedrevenheid van zo'n figuur als Martin Kers die daar ergens in Engeland urenlang zijn onderwerp bestudeert. Eerst proberen de juiste plek te vinden en dan het geduld opbrengen om daarna eindeloos te wachten op het juiste licht. Maar je ziet ook de beroepsfotograaf voor wie fotograferen gewoon werk is. Die staat dan ergens voor zo'n ANWB-gids op een plekje en zegt: 'Misschien is het licht over een uur iets mooier, maar ik kan nu eenmaal niet altijd overal zijn.' Die man lost dat probleem dan even snel op met een filter. Moet-ie een sfeerplaatje maken van een paar fietsers op de dijk en is er nauwelijks contrast omdat de lucht niets doet. Pakt-ie een B-8 of B-10 filter en opeens wordt het een plaatje.”

Hoewel Hoogstad met de vrijheid van iemand als Kers soms wel zou willen ruilen, heeft hij er nooit naar gestreefd om van zijn liefhebberij zijn beroep te maken. Juist de combinatie en afwisseling van zijn werk als produktie-systeembeheerder bij de Nederlandse Kabel Fabrieken (NKF) in Delft en zijn hobby vindt hij prettig. Bovendien is hij niet echt jaloers op beroepsfotografen. Neem behalve die ANWB-fotograaf van zoëven die fotojournalisten eens, die elke dag voor de krant met hèt moment moeten terugkomen. De ene dag naar Groningen waar de commissaris een lint doorknipt, de volgende naar Limburg waar het water weer hoog staat en daarna weer naar Leeuwarden, waar zo'n voorzitter moet vertellen dat de Elfstedentocht weer niet doorgaat. Al dat dringen en duwen rond zo'n man. En dat voor dat ene plaatje. Nee, dat hoeft voor hem niet. “Neem zo'n Van der Weij, die tijdens zo'n voetbalwedstrijd nog niks heeft en toch blijft gokken dat er op het laatste moment nog wat gebeurt, terwijl zijn collega's al weggaan. Verschrikkelijk moet dat zijn. En dan toch met de plaat thuiskomen. Als je dat kunt... ik vind dat echt geweldig. Maar voor mij hoeft het niet.”

“Als ik beroeps was, zou ik ook niet zo goed kunnen kiezen wat ik echt zou willen. Ik vind veel dingen leuk.” Lachend: “Stel dat ik er echt door een blad als Avenue destijds op uit zou worden gestuurd. Naar New Orleans bijvoorbeeld, dan vrees ik dat ik daar nooit aan zou komen. Dan heb ik onderweg al zoveel moois gezien...”

Nee, Hoogstad is een echte liefhebber. Van huis uit al trouwens, want zijn vader was voorzitter van de AFVR, de Amateur Fotografen Vereniging Rotterdam, een van de oudste fotoclubs van Nederland. “Regelmatig werden er fotowedstrijden uitgeschreven en dan kwam de jury bij ons thuis de ingezonden foto's beoordelen. Dan keek ik vaak mee en luisterde waarom bepaalde foto's wel en andere niet uitverkoren werden. Een van de juryleden was zelf een niet onverdienstelijk reisfotograaf. Toen de meeste mensen nog naar Duitsland of Luxemburg met vakantie gingen, kwam hij al met fraaie reportages uit 'vreemde' landen als Marokko thuis. Dat vond ik zo mooi, dat wilde ik ook wel. Toch ben ik pas vanaf 1982 serieus gaan reizen en fotograferen. Sindsdien doe ik ook regelmatig aan fotowedstrijden mee en exposeer ik zo nu en dan in een kantoor of een café. Ook verkoop ik regelmatig foto's. Van één foto heb ik meer dan zeventig exemplaren verkocht. Het is die van de laatste treinrit over het luchtspoor tussen Zuid en Blaak. Dat was in september 1993. Heel Rotterdam liep uit om nog een keer een stoomtrein over de Maas te zien gaan. De Havenloods schreef daarna een fotowedstrijd uit en mijn foto behoorde tot de drie winnende. Leuk was dat.”

“Natuurlijk ben ik wel eens jaloers op het materiaal van veel beroepsfotografen. Als je nagaat dat ik op mijn reizen alles met een kleinbeeldcameraatje moet doen, dan droom ik er wel eens van om met twee of drie camera's te kunnen werken. Een kleinbeeld voor dia's en een middenformaatcamera voor het technischer werk, voor zwart-witportretten bijvoorbeeld. Nu komt het vaak voor, dat ik net op het verkeerde moment het verkeerde rolletje in mijn camera heb zitten. Ook mooi: van die toestellen waarvan je de achterwand even kunt wisselen. Maar niet te betalen joh.”

Hoogstad pakt een fotoblad en wijst een paar camera's aan. “Zo'n Bronica of Mamiya. Zou ik graag willen hebben. Ik werk met een kleinbeeldcamera van 24x36 milimeter. Bij zo'n middenformaat heb je het over 4,5 bij 6,5 centimeter. Vooral bij portretten levert dat al snel scherpere en technisch betere foto's op. Kijk, als je niet kunt fotograferen met kleinbeeld, hoef je het met zo'n Bronica ook niet te proberen. Maar verschil is er wel. Alleen de kosten hè? Koop je zo'n camera, ben je minstens duizend gulden kwijt. Wil je er een prisma op, komt er zeshonderd gulden bij. Een paar lensjes en voor je het weet geef je kapitalen uit en dat wil ik me niet veroorloven... en dan hebben we het nog lang niet over een Hasselblad hoor. Dat zou natuurlijk pas echt mooi zijn. Ja, als ik ooit de Staatsloterij win, koop ik een Hasselblad.”

Boven de tafel in de woonkamer hangt een groot zwart-witportret van 40 bij 50 cm van een oude Chinese veeboer. De man draagt vrij traditionele kleding en heeft een mooie lange baard. De close-up is haarscherp. En dat terwijl hij toch gewoon met een kleinbeeldcamera genomen is. De compositie is eenvoudig. De man, een Uygur uit het bergdorpje Kashkar of Kashi in het grensgebied met Kirgizië en Afghanistan kijkt rustig voor zich uit. Hoogstad maakte het portret op een van zijn vele reizen naar China en andere landen in het verre oosten zoals Tibet, Thailand, Singapore, Indonesië, Pakistan en Japan. De foto's vallen op door een zekere levendigheid. Vaak straat- of markttaferelen. Vaak ook enkelingen in het landschap, maar nooit landschap zonder mensen. Niet voor niets noemt Hoogstad Ad van Denderen, die lange tijd voor Avenue reisreportages maakte, een van zijn grote voorbeelden. Het licht, de kleur en de mensen maken Van Denderens foto's heel bijzonder. Minder mooi, maar heel spannend noemt hij Van der Elsken. “Ik bewonder zijn brutaliteit. Hij was een echte wilde fotograaf. Dat kun je ook goed zien aan zijn foto's. Dan let hij even niet op de belichting bijvoorbeeld. Hij ging bij wijze van spreken met zijn camera zo, pats, voor de mensen staan die hij wilde hebben. Ik durf dat niet. Ik ben een echte Rotterdammer. Geboren en getogen. Als er iets te beleven valt aan de Maas, ga ik even kijken. Laatst nog heb ik vrij genomen toen dat grote cruiseschip, de Willem Ruis, de haven aandeed. Camera mee. Dan denk je, ik zal er wel alleen zijn, maar nee hoor. Dan staan al die oude Rotterdammers ook aan de kade. En omdat ik daar dan met de camera sta, vragen ze aan mij de gekste dingen: 'Wat denkt u, hoeveel zal zo'n ding nou weege?' Ik heb wel eens gedacht: als ik nou al die veranderingen in Rotterdam vast zou leggen. De aanleg van de metro eertijds, de spoortunnel, de veranderingen op de kop van Zuid, dan heb je later toch een mooi archiefje? Maar ik heb er het geduld niet voor. En de tijd niet. Cas Oorthuys? Ach, daar tref je me recht in het hart! Die heeft Rotterdam zo mooi gefotografeerd. Hij kon alles. Zowel de plek als het moment vallen altijd prachtig samen. Ja, en dat voor een Amsterdammer.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden