'Als ik maar wel netjes word dichtgenaaid...'

Anne van der Vaak (64), vuttende onderwijzeres, wil geen donor zijn. “Ik hoef geen organen of weefsels van een ander, en wil ze ook niet aan iemand anders geven.” Haar standpunt hangt samen met haar visie op de bijbel. “De Heer wil geen vermenging, dat staat in de bijbel. Maar helemaal consequent ben ik niet, want ik ben wel voorstander van het geven van bloed.”

Heleen Kansma (22), studente psychologie, heeft drie jaar geleden al een donorcodocil ingevuld. Ze wil alleen orgaandonor zijn, en geen weefsel als huid of netvlies afstaan. “Dat vind ik toch te veel een aantasting van mijzelf, of wat er van mij over is.” Ze heeft het er met haar ouders over gehad. Die hebben wel moeite met de keuze van hun dochter, maar ze respecteren haar.

“Het lichaam is geen schrootauto, waar je naar believen allerlei onderdelen uit kunt slopen”, zegt de hervormde predikant van Nederhemert, dr. W. op 't Hof. “Dingen die een mens bij leven niet kan afstaan, hoort hij ook na zijn dood niet te geven”, is zijn mening. Hij zou nog wel, als de nood aan de man komt, bereid zijn bij leven een nier af te staan. “Maar dan toch het liefst aan iemand die ik ken, anders wordt het toch nog onmenselijk.” Ook bloedtransfusie is voor hem geen probleem.

De orthodoxe theoloog Op 't Hof baseert zijn mening uiteraard op de heilige schrift. “Maar orgaantransplantatie was in die tijd niet aan de orde. Ik kan mijn ethisch standpunt dus hoogstens op indirecte wijze aan de bijbel ontlenen. Ik lees van maar twee personen bij wie organen na de dood zijn uitgenomen. De aartsvaders Jacob en Jozef werden op Egyptische wijze gebalsemd. Het betekende dat hun organen moeten zijn vervangen door een vulling. Zij zijn de enigen in de hele bijbel. Dat kan geen toeval zijn.”

Orgaantransplantatie past in de ogen van Op 't Hof in een puur mechanistische visie op de mens. “En dat is de mijne niet. Daar ben ik op bijbelse gronden tegen: God heeft het lichaam in eenheid met de geest geschapen.”

Ook de natuur verbiedt transplantatie. “God heeft de natuur zo geschapen dat zij 'nee' zegt tegen transplantatie van organen. In de transplantatie-praktijk zie je dat de arts alles op alles moet zetten om afstoting van een donororgaan tegen te gaan en de middelen die hij daarvoor nodig heeft, zijn bepaald niet gezond.”

“Ik denk dat ik het doe.” Roel Kuiper, historicus en wetenschappelijk directeur van het partijbureau van de RPF zou de brief van minister Borst opvatten als een appèl om zich te melden als orgaandonor. “Maar ik zou toch graag een uitzondering willen maken voor mijn geslachtsorganen en mijn hersenen. Dat is toch iets te veel persoons- en identiteitseigen.”

“Ik draag nu zelf geen codicil, maar ik had er vroeger wel één. Ik ben het kwijtgeraakt . Wij, bij de RPF, proberen niet krampachtig te denken over wat er met ons lichaam gebeurt bij de wederopstanding. Als er dan een orgaan ontbreekt, is de Here God best wel in staat om het lichaam weer compleet te maken.”

“Als je iets kunt betekenen voor een concreet persoon uit je omgeving is het doneren het gemakkelijkst”, zegt Kuiper. Zijn echtgenote is in eigen familie geconfronteerd geweest met een mogelijk beroep op haar beenmerg. “Een familielid had een tekort aan rode bloedlichaampjes en moest een beenmergtransplantatie. Mijn vrouw had het graag voor haar familielid overgehad, maar haar weefseltypering klopte niet. Dat vonden we allemaal jammer.”

De bekende Rotterdamse bokser Regilio Tuur is tegenwoordig eigenaar van een modewinkel aan de Oude Binnenweg. “Ik heb zelf wel eens iets meegemaakt, waardoor ik toch ben ga nadenken over het afstaan van een orgaan. Een kind in mijn vriendenkring zou sterven, wanneer het niet aan een nieuw orgaan, ik meen een lever, zou worden geholpen. Dat orgaan is gekomen doordat iemand anders was overleden en zijn organen ter beschikking had gesteld. Het kind leeft nog.”

Regilio Tuur rijdt een snelle auto, maar gelukkig is hij nog nooit in de omstandigheid geweest dat hij bijna orgaandonor werd. Nu draagt hij nog geen codicil bij zich. “Ik ben een jonge bink, als je dertig bent sta je daar nog niet zo bij stil. Juist degenen die de beste organen hebben, denken er te weinig aan. Je wilt zo weinig mogelijk worden geconfronteerd met de eindigheid van je leven. Maar ik zou, als mij straks de vraag gesteld wordt of ik orgaandonor wil zijn, zeker 'ja' zeggen. Als bokser ga ik natuurlijk erg zorgvuldig met mijn lichaam om. Daarom vind ik het belangrijk te weten dat je lichaam bij orgaandonatie niet wordt verminkt.”

Student Jörgen Hilbrands (22) uit Leeuwarden zal zich zeker laten registreren als donororgaan. “Alhoewel ik het wel grof vind om mensen door middel van die brief bijna te verplichten donor te worden. Maar veel mensen hebben organen nodig en het is net zo grof om het niet te doen. Wat ik er zeer goed aan vind, is dat het bewerkstelligt dat meer mensen er over na gaan denken.

Ik ben niet bang dat ze mijn organen zullen gebruiken, terwijl ik nog niet echt dood ben. Dat zou anders zijn als ik als straatjochie in Brazilië zou wonen. Daar ben je volgens mij zo je nieren kwijt. Dat nabestaanden van de mensen die nu bewust de keus zullen maken om hun organen niet af te staan, toch nog zal worden gevraagd of zij het wel of niet willen, vind ik verkeerd.

Mijn zus vindt het eng en geen leuk gevoel. Maar ik ben er vrij laconiek over. Ik ben dood dus wat maakt het dan nog uit. Als ik maar wel netjes dichtgenaaid word, want ik wil worden begraven. En dan wil er toch graag een beetje netjes bij liggen.

Ik wil iemand graag gelukkig maken met bijvoorbeeld een netvlies. Ook mijn longen zijn nog vrij goed denk ik, want ik rook niet vaak. Zelf zou ik als ik het nodig had ook graag willen dat iemand zijn organen ter beschikking stelt. Dat zou misschien best een raar gevoel geven. Je loopt toch met een hart rond dat niet lichaamseigen is. Ik zou niet willen weten van wie het is geweest. Ik heb geen zin in mensen die naar me toe komen: u draagt het hart van mijn zoon. Ik zou niet weten waar ik moest kijken.''

De familie Kool raakte vier jaar geleden een zusje kwijt. “Terwijl zij in coma lag, dachten we niet aan orgaandonatie”, zegt Jan Kool “en toen de dokter het ons vroeg, was het eigenlijk al te laat. We hadden met de andere kinderen afgesproken dat we op onze eigen manier afscheid zouden nemen. Er met ons allen bij zijn, wanneer de stekker uit het contact getrokken zou worden. Dat kan niet bij orgaandonatie. Dan wordt de hersendode afgevoerd, terwijl de beademing nog doorgaat. Daarom hebben we toen 'nee' gezegd. Als ze er eerder over waren begonnen, zou het misschien heel anders zijn gelopen. Persoonlijk zou ik er geen moeite mee hebben, nu orgaandonor te zijn, als het in het ziekenhuis maar zorgvuldig gaat.”

Weinig Nederlanders hebben zoveel te maken met transplantatie als de cardioloog dr. J. Kingma uit Nieuwegein. “Ik vind dat de vraag of ik donor wil zijn los staat van mijn vak. Het is een emotionele overweging, die ik als gewoon mens met 'ja' beantwoord. Elke dag stuit ik op het donortekort, maar ik weet natuurlijk als dokter ook wel dat er soms een hart is, waar geen passende patiënt voor is. Ook al weet ik dat ik een transplantatiepatiënt niet veel meer dan zeven tot tien extra jaren in het vooruitzicht mag stellen, zie ik dagelijks hoe gelukkig mensen daarmee kunnen zijn.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden