Als ik een foto maak, voel ik me bezwaard

Interview | Hij zette grootheden als Mohammed Ali op de foto. Toch heeft fotograaf Vincent Mentzel een knoop in zijn maag als hij een portret schiet. "Dat went nooit."

Les 1

Wees gelukkig met wat je hebt

"Als kind wilde ik graag kunstenaar worden. Mijn ouders waren bevriend met een aantal kunstenaars en die rookten en dronken en die zaten in hun atelier waar het naar verf rook en waar van alles gebeurde. Dat wil ik ook, dacht ik meteen. Ik ging weliswaar naar de kunstacademie, maar ik kon niet tekenen of schilderen. Toch bleef het altijd kriebelen, en dat loste ik op door bij kunstenaars een beetje rond te scharrelen op hun atelier. Sommige van die gasten vonden zo'n snuiter met een fototoestel helemaal niet leuk. Het ene atelier was licht en strak, bij het andere atelier struikelde je over de rotzooi en soms stond er van die Billy Holiday-achtige muziek op. Voor mij was zo'n bezoek genoeg: zo schurkte ik een beetje tegen het kunstenaarschap aan.

Af en toe komt het verlangen om kunstenaar te zijn weer boven, bijvoorbeeld niet eens zo lang geleden toen ik de herinrichting van het Rijksmuseum fotografeerde. Maar toen ik daar op de grond naar een schilderij lag te kijken - niemand die me zag - realiseerde ik me weer wat voor leuk vak ik eigenlijk heb dat ik zo maar op de grond in het Rijksmuseum mag liggen. Ik houd mezelf daarom regelmatig voor: wees gelukkig met wat je hebt."

Les 2

Laat mensen vrij in hun geloof

"Hoewel mijn vader dominee was, hebben mijn ouders mij nooit een religie opgedrongen. Ik vroeg wel eens: waarom ben ik niet gedoopt? 'Nou,' zei mijn vader, 'omdat wij denken dat je dat beter zelf kunt bepalen wanneer je volwassen bent. Misschien wil jij wel iets heel anders geloven.' Dat vond ik zo'n wijze opmerking. Later, toen ik ging reizen, kwam ik met allerlei andere religies in aanraking en begreep ik zijn standpunt nog beter. En realiseerde ik me: er is meer dan alleen de bijbel. Met mijn NRC-collega Michael Stein reisde ik kort na de revolutie naar Iran, en daar vertelde hij gewoon: ik ben een Jood. En dan zag je mensen kijken: wat grappig, dat is ook gewoon een mens. We gingen daar samen naar de moskee en dan siste Stein: 'Gewoon meedoen! Als zij omhoog gaan, ga jij ook omhoog,' en dan lagen we te gieren van het lachen. Religie is ook humor. Kijk om je heen en beweeg een beetje mee. Daarom vind ik streng gereformeerden ook best vervelend. Net als strenge moslims.

En strenge Joden. Ik houd meer van wederzijds respect en tolerantie."

Les 3

Laat mensen maar denken dat je dom bent

"Gerard Reve zei vaak tegen me: 'Jij bent zo dóm, maar dat is ook leuk, want je bent fotograaf. Dus je bent dom.' Dat heb ik altijd in mijn oren geknoopt. Weet je waarom? Omdat mensen dat vaak echt denken van een fotograaf. Ik was die domoor met die camera, dus ik werd nooit de kamer uitgestuurd als er iets besproken moest worden en zo hoorde ik vaak de leukste dingen.

Reve schreef stukjes voor het NRC over het pausbezoek aan Nederland en huilde uren tegen me aan. Hij klopte 's nachts op mijn hoteldeur, ging met een volle asbak en een glas in zijn hand naast me zitten terwijl ik in bed lag, gaf hij mij zijn stukjes en zei dan: 'Lézen!'

Na onze laatste reportage nam ik hem mee naar huis voor mijn moeders verjaardag en zo kwam ik ineens de kamer binnen met Gerard Reve. Mijn ouders vonden dat geweldig. Reve gaf hun zijn treinkaartje cadeau, waarop-ie schreef: treinkaartje gebruikt door Gerard Reve."

Les 4

Wees zuinig op je relatie

"Ik heb lang een dynamisch leven geleid - ik reisde me suf voor de krant - waardoor ik eigenlijk geen tijd had om zuinig te zijn op mijn relatie. Terwijl ik toch echt dacht dat het voor de eeuwigheid zou zijn, toen ik op mijn achtentwintigste trouwde. Mijn ouders waren een zeer hecht koppel die vanaf hun vijftiende tot aan hun dood bij elkaar zijn gebleven en zij waren wel een voorbeeld.

Maar mijn huwelijk liep stuk en daarna ontmoette ik steeds vrouwen die ook een dynamisch leven leidden, waardoor relaties nooit lang stand hielden. Leeftijden heb ik nooit belangrijk gevonden, ik heb zowel jonge als oude vriendinnen gehad. Misschien omdat ik alles wilde onderzoeken in het leven. Michael Stein zei ooit tegen me - toen we tijdens de Golfoorlog samen een bed deelden in een geconfisqueerde hotelkamer in Koeweit, en we in het donker lagen te kletsen omdat er geen stroom was: 'Je moet toch niet zo van de een naar de ander vliegen, hoor. Anders word je later heel eenzaam en sterf je ook eenzaam.'

Het is niet zo dat ik nou de volgende dag besloot om te gaan trouwen, want het heeft nog tot na mijn vijftigste geduurd voordat ik serieus werd, maar ik hoor het hem nog wel zo zeggen. Op mijn vijftigste zei ik gekscherend: al dat gezeur met die vrouwen, ik neem een vriend. Ben ik van dat gedonder af. Maar daarna kwam er toch nog iemand langs - mijn huidige vrouw - met wie het meteen goed was. En ik heb geloof ik nu pas geleerd: je moet zuinig zijn op je relatie."

Les 5

Iedereen wil zelf het wiel uitvinden

"Mijn vader was voorzitter van de NVSH bij de afdeling Dordrecht, we hadden thuis de Sekstant liggen, maar bij ons thuis werd niet over seks gesproken. Als ik een vriendinnetje meebracht van school, was mijn moeder zeer streng. Ze stormde te pas en te onpas naar boven met kopjes thee.

Ik heb ooit een kortstondige verhouding gehad met de moeder van een vriendin van mij - ik ging overstuur naar mijn ouderlijk huis omdat ik niet wist hoe dat dan verder moest - en daar wilde ik met mijn ouders over praten. Maar daar hadden ze geen enkel weerwoord op. Mijn ouders wisten niet hoe ze dat moesten hanteren. Wel voor een ander, maar niet voor hun eigen kind. Grappig hè?

Ik merk dat nu ook bij mijn eigen dochter. Laatst stond haar vriendje hier stampvoetend in de kamer omdat ze hem beduveld had. En ja, toen zaten mijn vrouw en ik elkaar ook schaapachtig aan te kijken. Terwijl we natuurlijk hadden moeten zeggen: 'Joh, dat had je even netjes moeten oplossen'. Maar tegelijk denk ik: kinderen moeten daar zelf achter komen. Iedereen wil toch steeds weer zelf het wiel uitvinden. De kunst is om je daar niet te veel over op te winden."

Les 6

De mooiste foto maak je in je hoofd

"Ooit reed ik langs het huis van saxofonist Raaf Hekkema terwijl hij voor het raam stond te spelen. Het licht was prachtig en alles klopte, maar ik zat in de auto en kon niet stoppen. Zo'n moment kun je nooit meer over doen. De mooiste foto maak je vaak in je hoofd. Van fotograaf Peter Martens leerde ik dat je nooit zomaar bot op mensen af kunt stappen en meteen kunt afdrukken. Je moet eerst kijken.

Wanneer ik een foto van iemand maak, voel ik me altijd bezwaard en moet ik altijd iets overwinnen. Dat went nooit. Ook als ik iemand moet portretteren, heb ik altijd een knoop in mijn maag: je weet nooit of het klikt en of het lukt. Iemand moet mij ook het gevoel geven dat ik mijn werk kan doen en dat ik het met plezier kan doen. Ik heb wel eens tegen de koningin gezegd: 'U moet wel een beetje van me houden, anders kan ik geen goede foto van u maken.' Dat vond ze wel een goed idee.

Er zijn ook situaties - een oorlog bijvoorbeeld - waarbij niemand je op je gemak stelt: dan werk je onder zware druk en zelfs dan kun je toch nog iets moois maken. Maar als ik met volle bepakking een ziekenhuis binnenkwam waar allemaal zieke kindertjes lagen, dan voelde ik me wel eens een beest. Ik heb ook wel eens iets niet afgedrukt omdat het beeld wat ik zag te erg was."

Les 7

Leer incasseren

"Wanneer ik kritiek krijg, ben ik echt van slag. Niet dat ik huilend in bed ga liggen, maar ik kan wel denken: vandaag heb ik liever niemand om me heen. Vooral als het onterechte kritiek is - althans in mijn ogen. Wanneer iemand zegt: 'Dat vind ik een rotfoto.' Maar ik heb wel leren incasseren. Opbouwende kritiek is natuurlijk wat anders.

Ik heb John G. Morris vaak ontmoet, destijds beeldredacteur bij The New York Times en inmiddels honderdtwee jaar oud, en die zei dat ik een bepaald type lens niet te veel moest gebruiken. Omdat ze dat soort foto's nooit in zijn krant zouden afdrukken. Dat vond ik zo hard. Maar dat was helemaal niet hard, het was hartstikke goed dat-ie dat zei."

Les 8

Gezag moet je verdienen

"Als jongetje van twaalf mocht ik ooit verkeersagentje spelen op een pleintje voor school. Ik kreeg een pet op en mocht anderen laten stoppen. Dat machtige gevoel vergeet ik nooit meer. Ik merk dat ik de laatste tijd veel over macht nadenk.

Het is natuurlijk ook hét thema in mijn hele leven geweest als fotograaf voor de krant: eerst in het parlement en later toen ik op reis ging. In het parlement was ik gefascineerd door hoe mensen zich gedroegen zodra ze bijvoorbeeld minister werden. Ik zag dat VVD'ers aardiger waren voor hun personeel dan bijvoorbeeld PvdA'ers. Die waren het vaak niet gewend om met personeel om te gaan. Ik vroeg daar wel eens wat over

aan Joop den Uyl en dan antwoordde hij: 'Het zijn de sterke schouders die de weelde van de macht kunnen dragen.'

Dat antwoord heb ik altijd bij me gedragen. Later, toen ik ging reizen, zag ik hoe mensen veranderden zodra ze een uniform aantrokken, of een geweer in handen kregen. Heel eng. Gezag moet je eerst verdienen, vind ik, dat hoor je niet te krijgen door alleen een uniform of een wapen. Een rechter moet het verdienen om recht te mogen spreken. En als een agent mij aanhoudt, ben ik altijd weer benieuwd of hij met zijn gezag weet om te gaan. Ben ik fout geweest, dan geef ik zo'n man gelijk. Maar vaak hangt mijn reactie ook af van zijn attitude."

Les 9

Soms ontkom je niet aan spijt

"Mijn eerste boek kwam uit en prins Claus bood aan om het eerste exemplaar te presenteren op het paleis. Ik mocht een stuk of tien, vijftien mensen uitnodigen en na afloop zouden we op het paleis een borreltje drinken. Vervolgens drongen zich natuurlijk gelijk allerlei mensen op: de hoofdredacteur, de directeur, de uitgever, dus ik zat al gauw aan mijn limiet. En toen heb ik mijn ouders niet uitgenodigd. Ze waren een beetje republikeins en ik dacht dat ze het niet zo erg zouden vinden. Maar achteraf heb ik zo'n spijt gehad dat ik niet tegen prins Claus durfde te zeggen: 'Mijn ouders horen er wel bij, mag ik iets meer mensen uitnodigen?' Ik kan er nog steeds wakker van schrikken en denken: verdorie, dat heb ik stom gedaan."

Familiewapen

Hoe zou het familiewapen van Vincent Metzel eruit kunnen zien? Illustrator Renske Karremans liet zich inspireren door zijn Levenslessen: 'Omdat Vincent Mentzel vooral bezig is met fotografie zijn de elementen in het wapenschild hierop gebaseerd. De foto's en de film vormen een sierlijke krans. En in het midden zie je de postzegel met Beatrix gebaseerd op een foto van Vincent Mentzel.'

Vincent Mentzel

Vincent Mentzel (1945) is een van de belangrijkste fotojournalisten van Nederland. Hij studeerde binnenhuisarchitectuur aan de Rotterdamse kunstacademie, maar leerde het fotovak voornamelijk in de praktijk als assistent bij de Amsterdamse theaterfotografe Maria Austria. Sinds het begin van de jaren zeventig tot 2010 werkte Mentzel als staffotograaf voor NRC Handelsblad. Eerst als parlementair fotograaf, daarna maakte hij grote (buitenlandse) reportages. Hij publiceerde regelmatig in boeken, buitenlandse kranten en tijdschriften als Newsweek, TimeLife en The New York Times. Zijn werk is meermalen onderscheiden met onder andere de Zilveren Camera en bij World Press Photo. Mentzel maakte meerdere officiële portretten van koningin Beatrix; een hiervan is gebruikt voor haar beeltenis op de Nederlandse munt, een andere voor de postzegel.

Tot 14 juni is in het Nederlands fotomuseum in Rotterdam de tentoonstelling 'De collectie belicht door Vincent Mentzel' te zien. De tentoonstelling 'Koninklijke foto's - Vincent Mentzel in Het Hof' in museum Het Hof in Dordrecht loopt t/m 20 september.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden