Beeld Trouw

ColumnBert Keizer

Als iedereen voor een ervaren chirurg kiest, heeft dat rampzalige gevolgen

In 2002 las ik Atul Gawande’s ‘Complications: a surgeon’s notes on an imperfect science’. Het is een subtiel boek over het werk van de chirurg. Het boek was zo verrassend omdat chirurgen binnen de medische beroepsgroep niet bepaald de reputatie hadden erg subtiel te zijn. Internisten zitten altijd maar te trutten met poedertjes en pillen, terwijl de chirurg zijn of haar mouwen opstroopt en gewoon meteen doorstoot naar de haard van de ellende om de boosdoener ter plekke aan het mes te rijgen.

Dit is karikaturaal gepraat hoor, waar hoe langer hoe minder waarheid achter schuilgaat. De chirurg is tegenwoordig precies zo omzichtig als de internist. Operatietechnieken zijn nu verfijnder dan wij zelfs maar konden dromen in onze opleidingsjaren. Vroeger baande men zich volgens het adagium opzij-ik-moet-naar-Ajax een weg in de buikholte op zoek naar de ontstoken galblaas. Tegenwoordig gebeurt dat via twee kleine gaatjes in de buikwand waardoor knip- en plakarmen naar binnen worden geschoven. Het resultaat betekent veel minder bloedingen, minder infecties, korter herstel na afloop enzovoorts.

In razendsnel tempo honderden liesbreukoperaties

Een van de zaken waar Gawande aandacht aan besteedde was het ontwikkelen van routine. Hij beschreef een centrum waar men liesbreuken opereerde, maar dan ook alleen maar liesbreuken. Hij keek met aangename verbijstering naar de collega’s die daar in razendsnel tempo honderden liesbreukoperaties verrichtten. Het was lopendebandwerk en omdat ze het zo vaak deden ging het steeds beter.

Zij hadden veel minder complicaties dan chirurgen die af en toe zo’n ingreep deden. Minder bloedingen, minder infecties en minder recidieven (want een liesbreuk wil nog weleens opnieuw opspelen). En niet zomaar een beetje minder. Bij de gemiddelde chirurg is de kans op recidief na een liesbreukoperatie 10 tot 15 procent, bij deze chirurgen was dat 1 procent.

Ik weet niet of u weleens parket heeft gelegd, maar ook daar geldt dit. Ik heb het één keer gedaan en kreeg de slappe lach toen ik een keer twee echte parketleggers aan de gang zag. Mijn vele net niet goed opgemeten zaagpogingen leverden heel wat haardhout op, terwijl zij slechts een paar snippers achterlieten. Het heilzame effect van vaak iets doen is onmiskenbaar.

Gawande had de moed om een vervelende consequentie van dit gegeven onder ogen te zien. Wilt u liever door een ervaren chirurg geopereerd worden dan door eentje die het voor het eerst doet? U kiest voor de ervaren chirurg.

Wie wil zijn lichaam ter beschikking stellen als oefenterrein voor een onervaren chirurg?

O ja? Dat heeft dan wel een rampzalig gevolg: als we allemaal voor ervaren chirurgen kiezen dan raken die op en komen er geen nieuwe chirurgen bij die ervaren kunnen worden. Maar wie wil zijn lichaam ter beschikking stellen als oefenterrein voor een onervaren chirurg zodat anderen die later door hem of haar geholpen worden beter af zijn? Nee, ik ook niet.

In het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van 21 februari wordt deze kwestie aan de orde gesteld. Aart Hendriks, hoogleraar gezondheidsrecht in Leiden, geeft antwoord op een aantal vragen. Mag u vragen om een ervaren chirurg? Het antwoord is ja. U mag aangeven door wie u geopereerd wilt worden. Het geldt niet in noodgevallen als er snel moet worden gehandeld en de door u gewenste chirurg geen dienst heeft. U hebt ook recht op informatie over ervaring van de beoogde chirurg. Maar, stelt Hendriks, het is niet per chirurg bekend hoe vaak zij of hij complicaties heeft na een bepaalde ingreep. Dus u kunt het wel vragen, maar het ziekenhuis weet het meestal niet.

De onhandige dokter Bibberstein 

Hendriks springt weg van de vraag of er in het belang van toekomstige patiënten op mij geoefend mag worden. Hij zegt hierover ‘dat het in ieders belang is dat artsen in opleiding ook de mogelijkheid krijgen om het vak te leren’. Nou, eh nee, niet in ieders belang. Wat schiet ik ermee op als de onhandige dokter Bibberstein na een beschadigende tussenstop in mijn lichaam uitgroeit tot de chirurgische acrobaat die over tien jaar uit twee darmlissen een nieuw hart kan vlechten?

‘Beschadigende tussenstop’ is overdreven geformuleerd. We mogen erop vertrouwen dat er binnen chirurgische teams voldoende toezicht op de jonge chirurg wordt uitgeoefend om rampen te voorkomen. Dat neemt niet weg dat er rond deze kwestie een vaag ongemak blijft hangen.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden