'Als iedereen meehelpt wordt het hier een feestje'

Zorgorganisatie Vierstroom in Gouda werd weggehoond toen ze experimenteerde met verplichte mantelzorg door familie van verpleegbewoners. Maar de proef was zo succesvol dat familie van nieuwe bewoners nu vier uur per maand moet komen helpen. Bijna iedereen vindt dat prima.

TEKST MAAIKE VAN HOUTEN

Eén à twee keer per week gaat Henk Hom (51) uit Bergambacht naar het verpleeg- en verzorgingshuis Wilgenhoven in Stolwijk, onder Gouda, waar zijn vader sinds anderhalf jaar woont. Dan praat hij met zijn vader, zet koffie voor de huiskamer met zeven andere ouderen met dementie, roert even in de pannen als de professional iets anders moet doen. En hij heeft er al twee keer gekookt. Surinaams, de mensen vonden het heerlijk. "Ach, die hulp ging gewoon automatisch. Daar had ik geen dwangmaatregel voor nodig", zegt Hom, die de zorg deelt met een broer en twee zussen.

Hom vindt het volkomen logisch dat zorg- organisatie Vierstroom op drie plekken een proef opzette om familie te verplichten minimaal vier uur in de maand te helpen in het ververpleeghuis. "Rechten, daar zijn wij Nederlanders gek op, maar van plichten houden we minder", verklaart de mantelzorger de storm die losbrak nadat het idee vorige zomer in de publiciteit was gekomen. Mantelzorg is geen plicht maar een keuze, zei de belangenorganisatie voor mantelzorgers Mezzo, en zij kreeg veel, heel veel bijval.

Een echte plicht is het in de proefperiode niet geworden. Dat mag niet van de zorgverzekeraar, merkte Jeroen van den Oever, bestuurder van Vierstroom. Als iemand een indicatie heeft voor een verpleeg- of verzorgingshuis, dan moet de zorgorganisatie de cliënt opnemen. "Dat staat in het contract met de zorgverzekeraars", zegt Van den Oever. "Ja, dat wisten we. Maar de plicht is wel de kant die we opwillen."

Tegen nieuwe bewoners en hun familie wordt gezegd dat het de gewoonte is dat 'het netwerk' helpt. Zie het als een dringend advies, zegt Van den Oever, een morele verplichting. Zorgtaken blijven voorbehouden aan professionals. Maar het welzijn, het omzien naar elkaar, de huiselijkheid, daar zijn de naasten in de ogen van Vierstroom óók verantwoordelijk voor. Wandelen, koffieschenken, koken, maar ook: de gehaktballen draaien als de medewerker een bewoner naar het toilet moet helpen, een praatje maken als de betaalde kracht een verdrietige bewoner troost en een ander onrustig wordt, de krant voorlezen aan de hele groep.

Het experiment is voor het team van Vierstroom een bevestiging van de praktijk. Er wordt al ontzettend veel geholpen door familie, vrienden en buren - vier op de vijf bewoners heeft aanloop. Door de extra druk is de bijdrage van het netwerk in de experimenteer- periode nog verder toegenomen. In de proefperiode kwamen op de drie locaties achttien nieuwe bewoners. Het netwerk van het overgrote deel - vijftien - reageerde ronduit enthousiast. "Als iedereen meedoet, dan wordt het hier een feestje", verwoordt locatiemanager Sylvia Oudenes de positiefste. Twee mensen aarzelden. "Zij waren moe", zegt Oudenes. Ze hadden het al zo druk toen moeder nog thuiswoonde, ze wisten niet of ze dit nog aankonden. Ze vroegen een maandje rust, en dat kregen ze. Oudenes: "Natuurlijk, want we wisten: daarna komt het vanzelf."

En er was een familie, een zoon, die het niet zag zitten. Hij woonde, zegt de locatiemanager, helemaal niet ver weg, hij had ook helemaal geen slechte relatie met zijn zieke ouder. Hij had er gewoon geen zin in, en hij wilde niet dat zijn moeder erop aangekeken zou worden dat hij niks deed. Die zoon heeft een ander verpleeghuis gezocht. Hij besefte dat hij in deze gemeenschap een buitenbeentje zou zijn.

Sociale controle
Want een plicht met bijbehorende sancties is het verzoek om vier uur mantelzorg dan wel niet, een morele plicht is het zeker, en zo is het ook bedoeld, zegt bestuurder Van den Oever. "Je spreekt elkaar erop aan, het is ook een vorm van sociale controle." En daar is volgens hem helemaal niks mis mee. Veel gekker vindt hij het, dat 'we' het normaal zijn gaan vinden om het welzijn van oude, zieke mensen over te laten aan professionele krachten. "In het leven vóór de ziekte ben je gelukkig, of niet. Heb je vrienden, of niet. En op het moment dat iemand in een verpleeghuis gaat wonen, zeggen we: zorgen jullie maar dat mijn vader gelukkig is. Dat is een hele vreemde gedachtengang, en daar moeten we vanaf."

In de proefperiode hebben de medewerkers de stemming gemeten van de bewoners, met smileys. En wat blijkt, hoe meer 'netwerkparticipatie', hoe blijer de mensen zijn. "Wij zijn geen aandachtrobots", zegt Van den Oever. "Wij geven zorg, maar die blos op de wangen kan niet alleen bewerkstelligd worden met professionals, ook al had je er nog zoveel. Daar heb je familie en bekenden voor nodig."

En die zijn daar best voor te vinden - als het gesprek maar goed wordt gevoerd. Rik Remmerswaal, verpleegkundige in Wilgenhoven, merkt dat het woord 'verplichting' mensen geweldig tegen de borst stuit. Maar als hij kinderen vraagt hoe vaak ze langsgaan bij hun vader of moeder, dan is dat vaak al meer dan vier uur per maand. Als hij vervolgens aan ze voorlegt wat zij denken te kunnen betekenen in het verpleeghuis, dan krijgt hij vaak de wedervraag: wat kan ik voor jullie doen? "Dat is fijn, want dan kan het gesprek beginnen", zegt Remmerswaal.

Mantelzorger Wiena Ooms (55) heeft het intake-gesprek over de opname van haar moeder als heel prettig ervaren. "Ik wist al dat ze bij Vierstroom aan familieparticipatie deden. Toen dat bekend werd, hoorde je er heel negatieve verhalen over in de media. Dat het je wordt opgedrongen. Maar zo ging het niet, het werd heel vriendelijk gebracht." Ook kon ze rustig de tijd nemen. Ze had een zwaar traject met haar moeder achter de rug, en kon zo gauw niet formuleren wat ze wilde doen in het verpleeghuis. Nu doet ze eens in de drie weken boodschappen voor de groep. En ze komt regelmatig langs, ze woont tien kilometer verderop, in Schoonhoven. "Dan ben ik er in principe voor mijn moeder, maar als ik iets zie of mij wat wordt gevraagd, dan doe ik dat. Dat zit in me", zegt Ooms, die werkt als thuishulp.

Bij de aankondiging van de proef waren er zorgen over mensen zonder kinderen, mensen met kinderen die ver weg wonen, of met wie het contact verbroken is. In de praktijk is het team van de Wilgenhoven op geen van deze punten problemen tegengekomen. Een weduwnaar zonder kinderen wordt minstens vier uur in de maand bijgestaan door een buurman en heeft als aanspreekpunt een nicht in Brabant. Kinderen die veraf wonen, komen minder vaak, maar zij blijven wel langer. Een dochter, bijvoorbeeld, voor wie Stolwijk een paar uur rijden is. Haar moeder geeft geen sjoege, na tien minuten wist de dochter al niet meer wat ze in de gezamenlijke huiskamer moest doen. Nu heeft ze een handmassage gegeven voor de hele groep. En was de vier uur zó om.

Mantelzorgster Wiena Ooms kijkt daar toch wat anders tegenaan. Ze zijn met vier broers en zussen, maar de anderen wonen allemaal ver weg. "Voor familie die twee uur moet rijden is het echt een ander verhaal. Ik vind het niet meer dan logisch dat familie wat doet, maar ik zou absoluut niet voor een plicht zijn. Niet iedereen woont dichtbij, en het moet je ook een beetje liggen."

Familie of buddy
Is er echt niemand te vinden voor de vier uur per maand, dan krijgt de bewoner een buddy, een vrijwilliger die zich persoonlijk verbindt aan een bewoner. Vierstroom heeft nog geen van de 1700 vrijwilligers hoeven inzetten voor dit doel. Alle kinderloze mensen hebben iemand kunnen vinden, en verpleegkundige Remmerswaal heeft ook nog geen mensen meegemaakt die ruzie hadden met de kinderen. Maar zelfs dan, zegt hij, zou hij zich daar niet bij neerleggen. Dan zou hij nog kijken wat er wél kan. "Ik snap dat het lastig is, moeilijk, maar ik ga er wel achteraan. En als er niks mogelijk is, ja, dan heb je een ander gesprek."

De verpleegkundige heeft niet het idee dat mantelzorgers te zwaar worden belast met die vier uur per maand, die te verdelen zijn over de hele familie. Dat is ook de ervaring van locatiemanager Oudenes, al zegt ze er bij dat de generatie tussen de 50 en 60 het wel zwaar heeft, druk met hun ouders, kleinkinderen én het werk. Anderzijds: "Die vier uur in de maand is vaak juist veel minder dan wat ze deden toen de ouder nog thuis woonde."

Dat is ook de ervaring van Wiena Ooms, die zorg voor haar moeder 'helemaal niet' belastend vindt. Zzp'er Hom kost het evenmin moeite naar zijn vader om te zien. Het scheelt dat hij zelfstandige is, zegt hij, en makkelijk te storen in zijn werk. Voor zijn vrouw met haar vaste baan zou het wel wat lastiger worden, vermoedt hij. Anderzijds: "Het is wél je vader."

In Vierstroom wordt de morele verplichting tot mantelzorg nu gemeengoed in alle zestien locaties. Bestuurder Van den Oever denkt dat het thema bespreekbaarder is geworden dan toen hij de proef lanceerde. Dat komt ook doordat staatssecretaris Martin van Rijn sterk inzet op mantelzorg, als noodzakelijke aanvulling op de professionele zorg. Zo maakt ook hij de geesten rijp voor de omslag die naar de vaste overtuiging van Van den Oever nodig is om ouderen een gelukkige oude dag te bezorgen. "Ik vind dit een logische ontwikkeling. We laten ons voor de gek houden met de gedachte dat het verpleeghuis het wel oplost als je moeder of jij ziek wordt. Daar moeten we van terugkomen."

Zelf zou hij nog wel een stapje verder willen gaan. Als ideaal ziet hij een flexibel systeem voor zich met woonlocaties waar participatie van de naasten verplicht is, en plekken waar het de vrije keus blijft van familie. Net zoals er scholen zijn waar ouders verplicht zijn hun handen uit de mouwen te steken, en andere waar dat niet afgedwongen wordt, zegt hij. De bestuurder: "Zo'n differentiatie verhoogt de keuzevrijheid én het besef van kwaliteit."

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden