'Als het werk maar eigen is'

Mei en juni zijn de maanden van het afstuderen, ook in de kunstdisciplines. Welke moeilijkheden overwonnen de studenten van kunstopleidingen, en wat staat hen na het examen te wachten? Vandaag het tweede deel van een serie 'Tussen school en beroep': de Akademie St. Joost in Breda.

Maar Maarten Regouin, directeur van St. Joost, ligt er niet echt wakker van, van de heroriëntatie. De plannen, die twee weken geleden gepubliceerd werden in het beleidsplan van de HBO-raad 'Om de toekomst van het kunstonderwijs', zijn volgens hem vooral bedoeld om de totale infrastructuur en het totale aanbod van het kunstonderwijs (de 'autonome' HBO-opleidingen, de docentenopleidingen en de van oudsher niet onder 'Onderwijs' vallende rijksacademies of werkplaatsen) nader door te lichten. Niet om het vervolg van de nieuwe opleiding, waarvan een van de kenmerken overeenkomstig de wens van Nuis juist een grotere marktgerichtheid is, de nek om te draaien. Regouin: “Nee, ik verwacht niet dat het directe gevolgen zal hebben voor de tweede fase. Om te beginnen zijn we nog maar net begonnen met onze programma's fotografie, grafisch ontwerpen en de vrije richting en is er een zekere tijd voor nodig om het nieuwe programma goed te kunnen beoordelen. Verder denk ik dat we, overeenkomstig de wensen van Nuis, voldoen aan de behoefte vanuit de arbeidsmarkt.”

De herbezinning op het kunstonderwijs heeft dan ook niet zozeer met die tweede fase zelf te maken, alswel met een aantal problemen die Nuis kent, meent Regouin. “Nuis zit met drie dingen in zijn maag. In de eerste plaats vindt hij dat er nog steeds te veel kunstenaars worden opgeleid. Daarbij heeft hij de opdracht van minister Zalm gekregen dat hij nog eens 25 miljoen moet bezuinigen en tenslotte zit hij met een politieke erfenis, die er voor gezorgd heeft dat er twee geldstromen circuleren in het kunstonderwijs. De oude rijksacademies en werkplaatsen worden van oudsher door Cultuur gefinancierd. De andere opleidingen vallen onder Onderwijs. Vroeger waren dat gescheiden ministeries. maar nu niet meer. Aan Nuis de taak om alles onder één regie te brengen. En dat is niet eenvoudig.”

Terugkomend op Nuis' eerste punt, laat Regouin merken dat hij het niet met de staatssecretaris eens is: “Nuis heeft vorig jaar nog gezegd dat wij nog steeds te veel kunstenaars opleiden voor de sociale dienst. Dat is niet zo. Hij ging daarbij uit van cijfers die niet klopten, bijvoorbeeld dat slechts 52 procent van de pas afgestudeerde autonome kunstenaars werk zou vinden. Maar uit de recent gepubliceerde cijfers van de 'Kunstenmonitor' blijkt dat wel mee te vallen. Tegenover de 6 procent werkloosheid onder alle HBO-ers, staat 14 procent voor de 'toegepaste beeldende kunstenaars' en 18 procent voor de 'autonome' kunstenaars. Als je daarbij weet dat kunstenaars als ze langere tijd niet aan de bak komen, vrij gemakkelijk omschakelen naar andere beroepen, valt het allemaal nogal mee met die kansarme positie op de arbeidsmarkt.”

Een mooie illustratie van de ontwikkeling die jonge kunstenaars na het voltooien van de eerste fase van hun kunstopleiding doormaken, biedt Floor Kuiper. Zij is 27 jaar en behoort tot de eerste lichting tweede-fasestudenten die afgelopen vrijdag haar diploma behaalde. Nadat ze eerst de kunstacademie in Maastricht (de audio-visuele richting) had afgerond, had Floor het idee dat ze nog niet klaar voor de arbeidsmarkt was. “Ik kon wel werk krijgen bij een fotolaboratorium, maar daar had ik geen zin in. Bovendien kon ik dat altijd nog gaan doen. Ik wilde eerst de diepte in. Ik had een brede opleiding achter de rug, wist het een en ander over film, fotografie en andere beeldende kunstvormen en had nu behoefte aan een zekere vrijheid om te ontdekken wat ik werkelijk wilde.” Zo meldde zij zich twee jaar geleden bij de poort van St. Joost, waar zij als een van de drie eerste studenten van de nieuwe richting 'fotografie' werd toegelaten.

Vlak voor de uitreiking en temidden van haar eigen foto's op de grote afstudeerexpositie waar nog juist de laatste hand aan wordt gelegd, vertelt ze hoe het haar zeven oud-medestudenten in Maastricht is vergaan: een meisje werd grafisch ontwerper bij een bureau, eentje is schilder geworden, een kreeg werk in een studio, een koos een heel ander beroep en de rest koos, net als Floor, voor een andere studie of vervolgopleiding. Nu, twee jaar later, wekt Floor wel de indruk te weten wat zij wil. “Voor volgend jaar vraag ik een startstipendium aan bij het Fonds voor de Beeldende Kunsten. Ik wil me graag als zelfstandig fotograaf vestigen.” Echte voorbeelden van andere fotografen heeft ze niet. Ze probeert een vorm te vinden, waarin de tradities van de sociale of documentaire fotografie verbonden worden met wat je zou kunnen noemen autonome kunstfotografie. Floor: “Wat ik mooi vind, is het werk van Johan van der Keuken. Ik kijk graag naar de manier waarop mensen zich manifesteren. Dat lijkt vaak heel wat, maar kom je dichterbij, dan zie je hoe gemankeerd alles is. Dat wil ik graag in beeld brengen.” Als voorbeeld van een mooie combinatie tussen een 'zelfstandig beeld' en een 'documentaire-foto' noemt ze en foto die Werry Crone dit najaar maakte tijdens de Witte Mars in België. Het ging om een portretje in de handen van een demonstrant. “Die handen met dat portret, dat was het enige wat je zag op de foto. Die manier van kijken, ja, die spreekt me erg aan.”

Het is grappig dat ze het zegt. Want juist die beeldopvatting, legt docent en Tweede Fase fotografie-coördinator Hans Scholten uit, is typerend voor St. Joost. De academie heeft de afgelopen jaren aardig 'school gemaakt' op het gebied van kunst en fotografie school gemaakt. Teun Hocks, Jos Lammers, Jannes Linders, Rien Zilvold, Dominique Panhuysen en (tegenwoordig ook docente) Lidwien van de Ven; allemaal leerden zij het vak in Breda. Scholten: “Wij willen een beetje af van dat hokjesdenken van 'dit is documentaire fotografie, dit kunst' en noem maar op. De technische vakken even buiten beschouwing gelaten, willen wij de studenten vooral een visie laten ontwikkelen. Hoe kijk je naar beelden? Wat betekenen ze? Dat is belangrijker dan dat je precies weet bij welke stroming een fotograaf of kunstenaar hoort.” Bij het opzetten van het studieprogramma, vertelt Scholten, is vooral de persoonlijke ontwikkeling van de kunstenaar centraal gesteld. “Van de tweede fase-studenten mag je wat verwachten. Er is al werk, het zijn al kunstenaars. Wat wij doen is er voor zorgen dat een student zich werkelijk verder in zijn vak kan verdiepen. Zo hebben wij workshops en lezingen georganiseerd waarbij een kunstenaar (Daan van Golden) of een fotograaf (Bertien van Maanen) opdrachten gaf en daarna het werk met de studenten besprak.” Aan de hand van dit soort lesvormen zoekt men daarbij nadrukkelijk aansluiting bij de beroepspraktijk. Scholten: “Soms zijn de gedachtenuitwisselingen heel praktisch. Hoe doe je dit? Hoe pak je dat aan? We laten ook zien hoe verschillend je tot je werk kunt komen. De een blijft thuis, de ander reist naar Rusland. Zo kan men er ook achter komen welke uitingsvorm bij hen past. Ik bedoel, de reiziger hoeft geen grotere kunstenaar te zijn dan de thuiszitter. Als het werk maar eigen is.”

Het klinkt mooi en vrijblijvend. Maar, om misverstanden te voorkomen, dat is het niet. De selectie aan de poort bijvoorbeeld is niet mals. Van de 50 studenten die zich in het eerste jaar aanmelden, werden slechts drie toegelaten. Twee haakten halverwege af en zo bleef Floor het tweede en laatste jaar alleen over. In het nieuwe jaar zijn overigens zeven studenten toegelaten. Regouin: “Officieel mogen wij per richting in totaal 10 studenten hebben.

Daar is de subsidie (_30 000,- per student per studiejaar) ook op berekend. Bij ons zijn het er nu 14 (2x7) geworden. In de praktijk is gebleken dat groepjes van vijf eigenlijk te klein zijn. Zeven is beter.” Floor beaamt het: “Ik was blij toen ik in het tweede jaar bij bepaalde vakken weer met anderen samen kon studeren. Aan de andere kant. Omdat ik alleen was, heb ik zelf een boekje kunnen maken. Alles zelf geregeld. Nee, echt, dat had ik niet willen missen. Dat was me twee jaar geleden zeker ook nog niet gelukt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden