Reisverslag

Als het uur van het gebed daar is, vallen radio en tv stil

null Beeld George Harinck
Beeld George Harinck

Voor een IKON-documentaire en een boek maakt historicus George Harinck een reis om de Middellandse Zee met als reisgids Abraham Kuypers. Hier doet hij verslag van zijn belevenissen.

9 oktober
Ons hotel is slecht en we verplaatsen naar een beter. Algiers is een drukke, onoverzichtelijke stad met weinig open pleinen of parken als rust- en oriëntatiepunten, Frans aandoend, achterstallig in onderhoud en op veel plekken armoedig. Autorijden is hier dringen. We ontmoeten witte pater Jan Heuft, die illegale Afrikanen helpt die niet in het zand van de Sahara zijn omgekomen en nu de riskante Middellandse Zee willen oversteken. Algerije is een eiland tussen twee levensbedreigende gebieden. Hij woont al 45 jaar in Algerije en zijn ideaal is dialoog met de islam, die tot religieuze verdieping leidt.

Zonder camera zegt hij dat islamisme de samenleving in de greep krijgt, maar voor de camera legt hij dat gematigd uit. Hij spreekt voorzichtig, heeft zijn prijs betaald: in de zwarte jaren zijn vier vrienden/ordegenoten van hem omgebracht en hij blijkt ook iemand te kennen uit het kleine gezelschap van de twee weken geleden bij Tizi Ouzou vermoorde Franse toerist - reden waarom wij van de overheid niet naar die door Kuyper bezochte plaats toe mogen (waar we wel een permit voor hadden bemachtigd) en überhaupt niet buiten Oran en Algiers mogen werken.

Heuft beschrijft de Algerijnse samenleving als postkoloniaal; tot 1962 waren Algerijnen Frans, sindsdien beklemtonen ze een eigen identiteit. Ze zochten die aanvankelijk in het socialisme - er is hier een 1 mei plein. Na de val van de muur liep dat op een deceptie uit en de overheid is eigenlijk nog zoekende naar een alternatief.

In de samenleving vulde de islam de ideologische leemte op. De islamisering van het publiek domein zette in, de hoofddoekjes, baarden en kaftans, het Arabisch en het scheiden van mannen en vrouwen rukten op. Het christendom was sowieso niet erg in trek, het hoorde bij het Franse kolonialisme, waarom vele christenen na 1962 Algerije verlieten; joden idem, maar dan in verband met de stichting van Israël en de Joods-Arabische spanning (al zijn Algerijnen veelal Berbers).

De overheid van de in feite nog jonge staat is niet sterk voor de islamisering, maar iedereen is moslim, dus deze ontwikkeling frontaal weerstaan is lastig. Maar de overheid wil het extremisme niet en controleert daarom de samenleving strak op orde en veiligheid; ook onzichtbaar, de veiligheidsdienst is hier een macht. De spanning is op straat voelbaar. Hoe lang houdt de overheid de samenleving nog in de greep? Roadblocks zijn overal, er is veel bewapende politie op straat.

Heuft denkt dat het islamisme de laatste stuiptrekking is van de gesloten islam en dat hij juist openheid ziet ontstaan: 20 jaar geleden praatte men niet over religie, nu wel en zijn er ook overgangen naar het christendom. Niet dat hij daar op dat laatste uit is, maar hij ziet het als teken van openheid. Hij begrijpt de regering en is hoopvol: niemand wil het islamisme echt, het wordt opgelegd. Denkt hij. Over een eeuw is het verdampt. Maar wij zien een kerk die moskee is geworden en een kerk die onzichtbaar schuil gaat achter de façade van een in onbruik geraakt postkantoor. De dialoog lijkt ver weg.

We interviewen een juriste van een organisatie die opkomt voor de rechten van vrouwen en kinderen over prostitutie. (Op Kuypers verzoek stelde de politie van Algiers daarover destijds een rapport voor hem op.) Zij zegt dat prostitutie officieel niet bestaat in Algerije. De wet verbiedt het en de islam ook. De islam biedt weliswaar de mogelijkheid om met vier vrouwen te trouwen, maar alleen als de andere vrouwen daarmee instemmen. En harems bestaan niet meer. Maar in hotel Oasis waar wij verblijven zien we 's avonds dat de prostitutie welig tiert.

10 oktober
Het is vrijdag, de zondag bij ons. We bezoeken een kerkdienst van de Eglise Reformé in Algiers. Deze gemeente had een eigen gebouw, maar is daar verdrongen door meer charismatische protestanten. Geestdriftig is het inderdaad niet in deze dienst in een half afgebouwde Rooms-Katholieke Kerk. Enkele tientallen vrouwen zijn aanwezig, waaronder een contingent heupwiegende Afrikanen en strakke Koreanen, en een enkele man. Het oorspronkelijke Franse element is vertegenwoordigd door enkelen, waaronder de voorganger.

Qua aantal een sterk contrast met de moskee op Place Kennedy (die natuurlijk niet de Kennedy Moskee genoemd mag worden, maar toch zo heet in de volksmond). John F. Kennedy is gezien in Algerije omdat hij in 1962 intervenieerde ten gunste van de Algerijnen. Tegen het middaggebed loopt de moskee vol en bij het begin van het gebed wordt ook het hele plein voor de moskee ingenomen door bidders op kleedjes.

Religie hoort volgens Kuyper een plaats te hebben in het publieke domein, zij het niet als instituut, maar als overtuiging. De cultus mag ook een publiek karakter hebben, maar de cultus moet niet de publieke ruimte innemen. Men heeft daarvoor niet voor niets een gebedshuis. Dit gebruik van het plein lijkt me een miskenning van zijn publieke karakter. Ik moest bovendien denken aan de bijbeltekst, waarin geadviseerd wordt niet op de hoeken van de straten te bidden, maar in de binnenkamer.

We spreken twee broers, de oudste is onze fixer Said, een seculiere moslim, en de ander zijn broer, een moslim die zijn geloof de laatste jaren serieuzer is gaan nemen. Vroeger werd er niet veel over godsdienst gesproken, zegt de oudste, je was gelovig en daarmee uit. Tegenwoordig is het volume van de luidsprekers aan de minaretten zo aangezwollen dat de oproep tot gebed en de publieke lezing van de koran tot in verre uithoeken te horen is en op het plein voor de moskee, waar we beiden interviewen, oorverdovend is.

De islam is overal en hij ergert zich daaraan. De jongere broer vindt dit juist een goede ontwikkeling. Wie ongeletterd is kan zo kennis nemen van de koran en wie onwillig is wordt gemaand zijn religieuze plichten te vervullen. De broers maken zich zorgen over elkaar, willen elkaar niet loslaten maar drijven uit elkaar. De jongste is zachtaardig, maar wint, schat ik in. Zijn hart is aangegrepen en degene die matigheid wil of alleen maar iets niet wil zal het afleggen.

Na afloop van het gesprek komt hij mij uitleggen dat het een belediging van God is om een schepsel als Jezus de zoon van God te noemen. Verder is mijn godsdienst wel OK. De oudste is verstoord, hij heeft zich uitgesproken en nu heeft de veiligheidspolitie meegeluisterd en het gesprek opgenomen. Gelukkig loeide de moskeeluidsprekers zo hard dat het microfoontje in hun mobieltje er waarschijnlijk weinig van opving.

Ons laatste gesprek in Algerije is met de kritische hoofdredacteur van de wekelijkse bijlage van de krant Al Watan. Said levert; we hebben jegens hem de teugels van onze achterdocht iets te veel laten vieren. De journalist schetst een samenleving onder spanning, waarin bij de regering alleen het korte termijn belang voorop staat en een lange termijnvisie ontbreekt. Ze regeert door angst te zaaien: als president Bouteflika niet meer regeert (hij is oud en ziek) neemt het islamisme het over.

De politieke islam is nu nog niet sterk, maar de integrale islam, die beslag legt op de samenleving, is al heel ver doorgedrongen. Als het uur van het gebed daar is vallen radio en tv stil, bijvoorbeeld. Er is wel een zekere persvrijheid, maar binnen marges. Het perscentrum waar hij werkt komen wij niet binnen zonder aan politie onze perskaarten te tonen en onze paspoorten in te leveren.

De druk in de samenleving loopt hoog op en het wachten is op de explosie. Op de vraag in wat voor samenleving zijn kind zal opgroeien wordt de journalist emotioneel. Hij wil haar opvoeden in de rijke Algerijnse cultuur, maar kan haar eigenlijk al niet meer naar de publieke school sturen, omdat die islamitisch is.

Algerije is een gespannen land, met een treurig perspectief. De ambassadeur Willemijn van Haaften, die veel deed om ons bezoek aan dit land mogelijk te maken en waar we op de borrel gaan, laat niet het achterste van haar tong zien, maar beklemtoont dat samenlevingen onder oplopende spanning niet hoeven te exploderen. Zijn we te wantrouwend? We zullen zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden