Als het tegenzit, hebben burgers behoefte aan heroïek

null Beeld

Er lijkt wereldwijd sprake van een bescheiden ruimterenaissance. Waarom staat de ruimtevaart juist tijdens crises in de belangstelling?

Voor 'sweeping statements' kon je altijd al terecht bij Newt Gingrich, die de Republikeinse presidentskandidaat wil worden. Maar een permanente ruimtebasis op de maan in acht jaar tijd!

Toch was hij bloedserieus toen hij zijn ambitie eind januari kenbaar maakte in Florida, niet toevallig de thuisstaat van de Nasa. Geef hem twee presidentstermijnen en nog voor 2020 staat die basis er. Hij mijmerde zelfs over een 51ste staat van Amerika.

Geen proefballonnetje
Voor tegenstanders was dit streven natuurlijk prijsschieten. Hoe vallen kostenverslindende ruimteprogramma's te verdedigen - concurrent Mitt Romney ging uit van 500 miljard dollar - terwijl het crisis is.

Desondanks is de plannenmakerij van Gingrich niet het zoveelste proefballonnetje van een politieke desperado. Eerder had president Obama zijn zinnen al gezet op Mars. Heen en terug: rond 2035 moet het gelukt zijn. Eind vorig jaar meldde ook China zich aan het front. Ambitie: de eerste Chinees naar de maan brengen.

Tel daar de branie van Richard Branson bij op, die met Virgin Galactic commerciële ruimtevluchten wil aanbieden, en er lijkt sprake van een bescheiden ruimterenaissance. De afgelopen decennia oogden de inspanningen tamelijk routinematig. Natuurlijk zat de Nasa niet stil en waren lanceringen van de spaceshuttle nog steeds nieuwswaardig.

Maar hoe hightech ook, de raket was weinig meer dan een pendeldienst met de ruimte. Ruimtereizen gingen al lang niet meer gepaard met de sensatie waarmee ze gepaard gingen in de jaren zestig, toen er nog hevig werd gepionierd.

Maar zie. Uitgerekend in crisistijd lijkt er iets terug te keren van dat gouden tijdperk. Hoe moeten we deze opleving duiden? Deze paradox los je in elk geval niet op met de calculator. Ruimtevaart is namelijk een gruwel voor boekhouders. De voordelen zijn groot, maar compleet onvoorspelbaar.

Wie had ooit kunnen denken dat ruimtereizen zouden bijdragen aan de ontwikkeling van laserchirurgie en zonnepanelen? Onmiskenbare baten, maar probeer die vooraf maar eens te begroten. Hiertegenover staat de zekerheid van torenhoge kosten.

Derde deel van de ziel
Alleen heeft de homo economicus het lang niet altijd voor het zeggen en is de nuchtere kosten-batenanalyse zelden doorslaggevend. Plato zei al dat in het hoofd slechts één onderdeel van de ziel zetelt. Gangbaar is om het nuchtere verstand te contrasteren met de onstuimige lusten, maar de Griekse filosoof nuanceert deze simpele oppositie. Er is namelijk ook nog een derde deel van de ziel: de 'thymos'.

Zo onbekommerd spreken over de ziel gaat tegenwoordig niet meer; dankzij de hersenwetenschap is de term problematisch geworden. Maar verder is de nuancering van Plato na 2500 jaar nog steeds actueel. Wie de drive achter duizelingwekkende ruimtevaartprogramma's wil begrijpen, moet zich niet richten op het hoofd, maar op de borststreek. Dit is het domein van de 'thymos'.

Lang heeft dit begrip een bestaan in de marge geleden, maar de laatste jaren is het min of meer herontdekt. Vooral Francis Fukuyama en Peter Sloterdijk hebben een flinke stoflaag weggeblazen, de eerste met 'The End of History and the Last Man' (1991) en de tweede met 'Zorn und Zeit' (2006).

Trots en temperamentvol
Volgens de Vlaamse publicist Peter Venmans, die recent een essay over het onderwerp publiceerde, verwijst de 'thymos' naar 'het felle, trotse temperamentvolle deel van de ziel'. Maar een één-op-één-vertaling van de oud-Griekse term ontbreekt.

Het gebrek aan eenduidigheid heeft te maken met de manier waarop de 'thymos' zich manifesteert. Plato portretteert deze onblusbare hang naar erkenning als een januskop: vaak een dubbeltje op zijn kant. Hij waarschuwt hoe die kan ontaarden in ongeremde driftbuien, bijvoorbeeld bij kinderen. Die zijn weinig productief. Maar een andere keer neemt die de vorm aan van dadendrang die daarentegen onmisbaar is voor het strijdperk.

Vandaar ook de genereuze lofzangen op Achilles, van wie Homerus zei dat hij veel 'thymos' bezat. Zijn onverschrokkenheid maakte hem tot de absolute held uit de Trojaanse Oorlog. Voor de Grieken was het slagveld het ultieme podium om te gloriëren.

Zulk militaire heldendom is zeldzaam geworden. Oorlogen zijn verworden tot een noodzakelijk kwaad. 'We zijn ideologische pacifisten geworden,' zegt Venmans terecht. Maar denk niet dat sentimenten als eer en trots daarmee ook zijn verdwenen. Ze zijn de aanjager van elke vorm van competitie. Tegenwoordig vinden ze vooral een uitlaatklep in de sport, maar de 'thymos' is ook een enorme aanjager van de ruimtevaart.

Heldenstatus
Zeker, zonder geavanceerde techniek geen raketten die de zwaartekracht overwinnen. Maar laat je niet verblinden door alle knappe koppen bij de Nasa. De ruimtevaart valt niet te reduceren tot een wetenschappelijke aangelegenheid. Sterker, er zijn maar weinig disciplines waar het streven naar de overtreffende trap zich zo nadrukkelijk doet gelden. Graag verleent het grote publiek iemand die zulke grenzen weet te verleggen de heldenstatus.

Dat overkwam John Glenn in 1962 toen hij als eerste Amerikaan een baan om de aarde maakte. Lees er 'The Right Stuff' (1979) op na, Tom Wolfe's zinderende verslag over de geboortejaren van de Amerikaanse ruimtevaart. Glenn kreeg een 'ticker-tape parade' door Washington, een behandeling die latere astronauten ook ten deel viel als ze de lat weer een stukje hoger hadden gelegd.

Patriottisme
Maar ook dichter bij huis werden uren zendtijd vrijgemaakt toen André Kuipers afgelopen december vertrok naar het internationale ruimtestation ISS. Zoiets is een nationale gebeurtenis, die een mengeling oproept van bewondering en (aarzelend) patriottisme. Astronauten zijn de verre neven van Achilles.

Zou het daarom zijn dat juist tijdens crises de ruimtevaart in de belangstelling komt te staan? Haar bloeitijd viel in elk geval samen met de heetste jaren van de Koude Oorlog. 1962 was namelijk óók het jaar van de Cubacrisis, toen de Sovjet-Unie kernraketten plaatste op het eiland voor de Amerikaanse kust.

Deze geopolitieke spanningen vormden de achtergrond waartegen toenmalig president John F. Kennedy zei: 'Overal ter wereld beoordeelt men ons naar onze prestaties in de ruimte. Daarom moeten we nummer één zijn.'

Oppepper nodig
Het zal niet toevallig zijn dat Obama expliciet naar zijn voorganger in het Witte Huis verwees toen hij zijn ambitieuze Marsplannen bekendmaakte. Natuurlijk is de situatie nu veel minder dreigend dan destijds. Maar net als toen kan het moreel een flinke oppepper gebruiken.

Traditionele machtsverhoudingen in de wereld veranderen en de economie blijft haperen. Nu is de 'thymotische' begeerte inherent aan de menselijke aard. Maar zeker als het tegenzit, hebben burgers iets nodig om zich aan op te trekken.

Op vergelijkbare manier denkt Gingrich dat een permanente maanbasis een bron van inspiratie kan zijn. Niet alleen revitaliseert zij de 'Frontier'-gedachte die verbonden is met de geschiedenis van Amerika. Ook verwacht hij dat zulke vermetelheid helpt om net afgestudeerden van de middelbare school aan de bètastudies te krijgen.

De suggestie is minder wereldvreemd dan zijn critici doen voorkomen. Natuurlijk slurpen ruimteprogramma's geld. Maar zelfs als ze weinig dollars opleveren, kunnen ze grote opbrengsten genereren. Een samenleving heeft immers ook heroïsch kapitaal nodig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden