Als het over 'ik' gaat, gaat het niet per se over mij

Hannah van BinsbergenBeeld Frank Castelein

Het draait om het thema 'Ik' tijdens het 48ste Poetry International Festival Rotterdam, dat morgen begint. Dichters uit de hele wereld componeerden speciaal voor het evenement een ik-gedicht. Maar doen ze ooit anders? Kan een gedicht wel zónder ik?

Hannah van Binsbergen: Het 'ik' is veel minder consistent dan je zou vermoeden

"Mijn werk gaat wel heel veel over ik, maar daarmee niet per se over mij. Ik trek het 'ik' het liefst uit elkaar om te laten zien dat de betekenis ervan een veel minder consistent geheel is dan je zou vermoeden. Soms voer ik in een gedicht bijvoorbeeld mijn eigen naam op, om de vervagende grenzen tussen de eigen stem en die van de ander te laten zien. In het gedicht hieronder kun je Julia en Sylvia lezen als twee individuen maar ook als twee schaduw- of lichtkanten van dezelfde persoon. In mijn werk stroomt ik ook nog eens de hele tijd tussen heden en verleden door. Mijn collega Alfred Schaffer dicht altijd in de derde persoon. Ik zou juist zeggen: accepteer dat 'ik' in de poëzie altijd meerdere personages zijn, meerdere perspectieven tonen. Die meerstemmigheid vind ik belangrijk. Ik denk dat je dáár niet zonder kan."

VOORSPELLINGEN VAN JULIA EN SYLVIA

Toen ik nog een verre ster was
oog in oog met de aardbol, in die schone tijden
bestudeerde ik magie. Nu ben ik opgehouden met studeren
en als me dat een dode ster maakt
hoef ik dat niet te zeggen. Dan weten jullie dat al.
Julia, zullen we een wandeling maken?
Ik dacht het niet. Ik sta in een grasveld en dit is het moment.
Ik ben in een grasveld in het Florapark ik ben vijf jaar oud
en iemand heeft net de smakkende mond van mijn broer gefotografeerd.
In een grasveld in de mond van mijn broer in het weekend in een verre ster.

Ik sta in dit grasveld en dit is het moment.
Moet ik ze vertellen hoe ik op zal komen, detectiveroman in de aanslag
in een lichtblauw t-shirt met een zakrevolver op zoek naar bewijs
met een verlangen naar een ongeëvenaarde zoektocht
of weten ze dat al?

Langs het grasveld
over de rivier
wil niemand leren hoe hij moet leven.
En ik sta in een grasveld en leer voor het eerst
hoe raak ik moet slaan.

Ik heb de auto van de buren gestolen. Het is vrijdagavond en dit is
het 
moment.
Hoe heb ik kunnen denken dat het niet gemerkt zou worden.
Was ik maar hier om me bij te staan.
Ik hoor voetstappen achter de linkermuur en ik heb de auto van de 
buurman gestolen.
Hij staat in mijn slaapkamer. Iedereen weet dit.

Ik vroeg gewoon aan Sylvia of ze nog wist wie haar vrienden zijn
ik sta tegenwoordig aan de andere kant.
Ik denk oprecht dat ik het niet slechter zou doen onder criminelen
dan onder de wet. Ik ben een gretig leeg glas een gretige lezer
ik weet alleen
dat het nu moet gebeuren.
Aan de oevers van deze vieze rivier
wil niemand leren hoe hij moet leven
aan de onvindbare oevers mijn vuile rivier
mijn ongegronde grote avontuur je weet het al want het is simpel
Julia is goed. Sylvia is slecht. Kijk omhoog: er is geen avontuur.
Kijk omlaag: een verre ster zweeft op een avond oog in oog met een groot geheim.
Achter de linkermuur en iedereen weet dit.

Ik kom je huis binnen maar
ze komen ook mijn huis binnen. Ze zoeken mij, en is dat niet waarnaar
ik al die jaren heb verlangd?

Een samenhang te zoeken in de gewonde literatuur
van het dagelijks leven. Iemand een verbanddoos aan te reiken en samen
op de vlucht te gaan als iedereen ons waarneemt
vanaf iedere denkbare plaats.

Kijk over je schouder,
ook ik ben slecht, ik ben in het bezit van een wapen.

Maar vuistgevechten
bezitten de puurheid van een kinderlied
gedragen door een warme windvlaag
van 1998 naar
mijn vuile rivier.

Mischa AndriessenBeeld keke-keukelaar

Mischa Andriessen: Zolang je 'ik' niet definieert kunnen we het allemaal nog zijn

"Een gedicht schrijven zonder het woord ik is natuurlijk mogelijk, maar dan nog zit er omdat het gedicht 'spreekt' een 'ik' in verstopt. Vaak verbindt de lezer het woordje ik met de persoon die het gedicht geschreven heeft, maar net als 'je' wordt de interpretatie ervan al snel diffuus. Als er in de poëzie 'ik' staat, gebeurt er toch iets in je hoofd waardoor je het op de dichter of op jezelf betrekt. Het is ook helemaal niet gezegd dat de ik in de tweede regel dezelfde is als de ik in de eerste. Zolang je 'ik' niet definieert kunnen we het allemaal nog zijn. Dat maakt het een boeiend thema, vind ik, het ontbreken van een context onderscheidt ook poëzie van proza. Als je aan het eind van een roman nog niet het idee hebt dat je de ik-persoon kent, voel je je bekocht. Maar volgens mij is er in de poëzie helemaal geen context. Als Lucebert dicht: 'Ik heb in het gras mijn wapens gelegd', is dat dan Lucebert zelf? Dat is niet traceerbaar. Ik ben blijkbaar veel met dit onderwerp beziggeweest. In mijn laatste bundel kom ik regels tegen als 'Kijk dan wie ik ben' en 'Het gaat niet om mij'. Onlangs schreef een recensent over mijn gedichten dat die 'op een onpersoonlijke manier persoonlijk' zijn. Dat is voor mij wezenlijk, vanzelfsprekend komt mijn poëzie uit mij, maar die is alleen goed als die het particuliere overstijgt."

DAENA

Men schrijft om onpersoonlijk te worden
Giorgio Agamben

Tot onvoorstelbaar ver buiten onze stemmen
Ik ontken wat wet is
Een gerucht als wezen
Liefde is het laten van de afstand
Tussen mij en wie mij gelijkt

Na jaren afzondering ben ik nu hier
Waar ik opensta voor elke blik
We zijn dezelfde weg gegaan
Ik probeer: waarom praat je niet met mij?
Zeg me dan ten minste wat je ziet

Vervaard was ik binnen hoofd en handen
Ben je het echt? vraag ik
Ik word wie ik was
Maar je hebt zoals gezegd op me gewacht
Ik kan je niet volgen

Nergens zal het stil zijn, tenzij
Ik word wie ik was
Hij die aan de andere kant moet wachten
De loochening van verlangen
Kijk niet aan hem voorbij

Hij komt me ten slotte tegemoet
Een inzwart gezicht zo dichtbij
Maar er is geen gedeelde herinnering
Hij lacht onaangedaan, blijft stil
Ik zie dat je een ander had verwacht

Hij is er nog wanneer ik terugkeer
Wat is echt? Wat je vasthoudt? Wat je vindt
Ik ontken wat wet is
Nee, jij hebt gewacht
Wees gerust, ik volg jou

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden