'Als het om Oranje gaat, zijn ze een'

Bij elke wedstrijd van Oranje in Zweden zijn zij aanwezig, maar er valt voor hen weinig te genieten van Van Basten, Gullit of Bergkamp. Hun aandacht geldt de Nederlandse supporters, de jongens van Midden-Noord, F-side en Bunnikzijde. Pas als die weer van Zweedse bodem zijn vertrokken, klinkt voor hen het eindsignaal.

De twee Haagse politiemannen Theo van der Plas (29) en Richard (Rick) Musch (35) zitten vandaag al in het vliegtuig naar Goteborg, tenminste als de beide supportersbegeleiders de wedstrijd van de plaatselijke FC tegen Go Ahead gisteravond ongeschonden zijn doorgekomen.

Vorige week mondde de eerste partij tussen de twee ploegen in Deventer uit in een veldslag met de politie, waarbij 26 gewonden vielen.

Het Haagse duo maakt deel uit van het dertienkoppige Nederlands team, dat de Scandinavische organisator van het Europees kampioenschap voetbal helpt bij de opvang van de Oranjeklanten die straks komen.

Behalve de twee uit de residentie, zit er telkens een koppel agenten uit de vier andere grote (voetbal-) steden Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Eindhoven in de begeleidingsclub, plus drie mensen van het centraal informatiepunt voetbalvandalisme (CIV) uit Utrecht.

"Kennen en gekend worden" , luidt het recept van de Nederlandse aanpak van lastige supporters, te vinden op de 'sides', tribunes als Midden-Noord (FC Den Haag), F-side (Ajax), Bunnikzijde (FC Utrecht) en vak S (Feyenoord).

"Je moet zorgen dat je de jongens kent en dat ze jou kennen. Dat betekent contacten leggen, je gezicht laten zien in de wijken, op de tribune en in het supportershome" , verklaart Van der Plas, leider van het 'supportersdetachement' van de Haagse politie.

Tussen de fans

Die tactiek van 'tussen de fans' wordt ook in het buitenland toegepast en heeft, althans bij de grote toernooien vruchten afgeworpen.

Zowel in Duitsland bij het EK in '88, als twee jaar later bij de wereldkampioenschappen in Italie kreeg het Oranje-legioen een pluim van de plaatselijke autoriteiten, hoewel vooraf voor de komst van de Nederlandse 'hooligans' werd gevreesd.

"Ze zijn anders als het om Oranje gaat" , relativeert Musch het succes van de begeleiding. "Voor even wordt de stammenstrijd gestaakt en zijn ze allemaal een. Een jongen die ik nu nog voor mijn bureau krijg, omdat hij bij een wedstrijd tegen Ajax loopt te roepen van: Bergkamp, vuile kankerjood, staat straks op de banken als diezelfde Bergkamp het winnende doelpunt tegen Duitsland scoort."

Ook in Zweden gelden de Nederlanders, met de Britten en het Duitse legioen, als een risicogroep. Vooral omdat deze supporters in grote scharen op de wedstrijden af komen, meent Van der Plas.

Maar de Scandinaviers hebben zich terdege voorbereid. "Zij zijn vorig jaar al hier geweest om te zien hoe wij de zaken aanpakken en hebben ook in andere Europese landen hun licht opgestoken. Voetbalvandalisme is voor hen een onbekend fenomeen, vandaar dat zij veel tijd in de voorbereiding hebben gestoken." Anders dan bij het WK in Italie zullen de Zweden de supporters niet met een grote politiemacht opwachten.

"Zij kiezen meer de Nederlandse aanpak van proberen de zaak met weinig mensen te beheersen en versterkingen achter de hand houden voor als het escaleert. Ze moeten dat ook wel, omdat zij, net als wij, niet blik na blik met agenten open kunnen trekken, zoals de Italianen dat doen."

Verder gelden er strenge regels voor gebruik en bezit van alcohol en drugs.

Al maanden houden de Nederlandse politieagenten hun jongens (meisjes zie je maar weinig onder de moeilijke types) voor dat de Zweden niet mals zijn als zij over de schreef gaan. "Dronken aankomen, betekent dat je direct op de boot terug wordt gezet."

Het eerste wat het begeleidingsteam gaat doen als zij hun koffers hebben uitgepakt in Goteborg waar het Nederlands elftal op 12, 15 en 18 juni de voorronde speelt, is het terrein verkennen.

"We vormen koppeltjes en bekijken met een Zweedse politieman locaties waar Nederlanders worden ondergebracht, kroegen waar zij zich kunnen verzamelen en plaatsen waar een confrontatie met supporters uit andere landen mogelijk is. Een camping met Oranjeklanten en Duitsers vraagt natuurlijk om moeilijkheden."

Dan is het wachten op de supporters. Voor de eerste drie wedstrijden tegen Schotland, GOS en Duitsland kreeg de KNVB telkens 7 000 toegangskaarten, maar ongetwijfeld zal een aantal op de bonnefooi vertrekken in de hoop in Zweden alsnog een ticket te bemachtigen.

Hoe de Oranjeklanten naar Scandinavie zullen reizen, is al wel

delijk. "De verwachting luidt dat de meesten met de auto komen, vanwege het geld natuurlijk. Een voordeel voor de Zweden is, dat hun land alleen over het water of door te lucht valt te bereiken. Dat maakt de controle vooraf makkelijker."

Wie de fans zijn, is moeilijker te voorspellen. Op het CIV in Utrecht liggen lijsten met bekende relschoppers, maar of die een kaart hebben weten te bemachtigen, is onbekend.

"Er is natuurlijk informatie uitgewisseld" , zegt Van der Plas, "en als wij bekende koppen zien die aanstalten maken om voor moeilijkheden te zorgen, wordt dat direct aan de collega's daar gemeld."

Verrader

Die rol ondermijnt hun positie niet in supporterskringen. Zij worden niet als verrader gezien. "Wij zijn daar heel duidelijk in, dat weten de jongens. Als wij bij wedstrijden iets constateren dat niet door de beugel kan, gaan ze voor de bijl. Dat wordt geaccepteerd.

Bij de poort hier in het stadion Zuiderpark krijgt de geuniformeerde politie steevast de volle laag van verbaal geweld over zich heen. Maar tegen mij is het altijd: he Musch, ben jij er ook?"

Is de meute binnen, dan is het zaak om contact te leggen, voeling te houden. De politiemannen vallen in elk geval duidelijk op, niet door hun oranje uitdossing, die kleur zit nauwelijks in hun garderobe. Zij dragen de poloshirts die zijn uitgereikt met opdruk 'Nederlandse politie' en groene jacks. Dat heeft een functie.

"Je moet goed herkenbaar zijn. Ook voor de Zweedse collega's. Wij opereren in het spanningsveld, dat voorafgaat aan mogelijk geweld. Je mond is daar, zoals bij de meeste zaken waar je als politieman mee te maken krijgt, je beste wapen. Een beetje trekken en duwen gaan we niet uit de weg, maar als de zaak escaleert, moet je weg wezen. Want dan zit je in de vuurlinie" , weet Musch, die zich maar al te goed herinnert hoe een collega een gat in zijn hoofd sloeg met de wapenstok.

Vlak voor, en tijdens de wedstrijd is het een kwestie van opletten. "Het begint altijd met kleine brandjes. Die blussen, is het belangrijkste werk.

Een kaartcontrole die te traag verloopt, waardoor supporters beginnen te morren. Een fan die in het verkeerde vak terechtkomt en daaruit wordt gewerkt. Dat kan het Nederlandse vak in lichterlaaie zetten. Dan willen ze gaan helpen."

De moeilijkste wedstrijd (zeker voor de agenten) wordt de pot tegen de Duitsers, denken de twee. Hoewel: "Als Duitsland en Nederland al zijn geplaatst voor de halve finales, is er weinig reden voor haat en nijd. Maar het is altijd een beladen wedstrijd vanwege de 'historische banden'."

Klinkt het eindsignaal, dan zit de taak er nog niet op. Dan moeten de twee 'op cafe', als de jongens de overwinning gaan vieren of de teleurstelling wegdrinken. "Voor ons weinig bier, het is een kwestie van je ogen openhouden en op de jongens blijven inpraten."

Valt er eigenlijk wat te genieten voor de begeleiders? "Weinig. De collega's hoor je ook wel eens van: jullie hebben het toch maar mooi voor elkaar, elke zondag lekker naar de wedstrijd. Maar daar zie je dus praktisch niets van, je staat voortdurend met je rug naar het veld. En je maakt lange dagen. Ons werk zit er pas op als het laatste schip met supporters een meter van de kade is."

Eerst de zorg

Waarom doen ze het dan? Theo van der Plas, plaatsvervangend hoofd van bureau Soesterbergstaat: "Mij interesseert de organisatie van de politiezorg, dan pas komt de voetbal. Hoe kan je wedstrijden zonder problemen laten verlopen met zo min mogelijk begeleiding. Dat is een groot probleem, elke agent die je inzet, gaat ten koste van de gewone politietaken."

Voor wijkrechercheur Rick Musch liggen de zaken omgekeerd. Hij is opgegroeid in het Zuiderpark, op het veld van ADO en de tribunes van de latere FC. "Ik zag tussen het publiek hoe het misging met de supporters, hoe de naam van de club te grabbel werd gegooid. Je zoekt dan naar een manier om vanuit je beroep een steentje bij te dragen om daar wat aan te doen."

Voetbalgek zijn zij alle twee. Ze verheugen zich al op de partijtjes met de jongens buiten de wedstrijden om. Musch heeft daarvoor zelfs speciaal een paar 'streethikers' aangeschaft. De fans mogen Goteborg een klein beetje afbreken, tenslotte is de stad door Nederlanders gebouwd. Maar zij hopen dat de Zweden straks hun tevredenheid uitspreken over de oranje supporterschare, dan zien zij hun missie als geslaagd.

In het veld komt het wel goed met Oranje, schatten zij. Nederland-Frankrijk wordt de finale, meent Musch. Van der Plas houdt het op Duitsland-Holland. Maar de beker gaat mee terug. "De generaal, het is zijn laatste klus, gaat het karwei afmaken."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden