'Als het maar niet oubollig wordt'

Oud-rijksbouwmeester en architect Mels Crouwel is voorstander van een nieuwe Amsterdamse binnenstad. Daarbij denkt hij aan een aantrekkelijker entree van de stad. En aan meer culturele en culinaire gelegenheden. „Daar trek je een andere groep bezoekers mee aan.”

De poort naar de Amsterdamse binnenstad gaat helemaal op de schop. Maar het kan nog wel tien jaar duren voor het in de stad duidelijk zichtbaar wordt. De hele operatie gaat miljoenen euro’s kosten.

Oud-rijksbouwmeester en architect Mels Crouwel zegt dat het geen slecht idee is om de binnenstad opnieuw in te richten. Bijvoorbeeld om de hotels anders te organiseren. „Langs de plint van de Rode Loper, en vooral aan het begin vanaf het Victoria Hotel, staan veel hotels die weinig kwaliteit aan de openbare ruimte toevoegen. Een expositieruimte is bijvoorbeeld al een goed idee. De grote ketens hebben vaak al meer mogelijkheden in hun ontvangstruimten. Maar we moeten er wel voor waken dat het niet al te souvenirachtig wordt. Wat er nu is, mag best wat hoogwaardiger. Niet alleen maar blije prentbriefkaarten. Amsterdam is toch ook wereldberoemd vanwege de grachten en musea, misschien kan daar iets meer mee worden gedaan. De entree van Amsterdam kan daarmee aantrekkelijker worden voor de bezoekers die speciaal daarvoor komen.”

Crouwel kan zich ook vinden in het plan om de duistere steegjes richting de Wallen toegankelijker te maken met bedrijvigheid. Deze zogeheten Tweede Ladder is nu volgens hem niet de meest aantrekkelijke. „Wel moeten de plannenmakers rekening houden met de functie van die steegjes. Misschien is het wel puur voor aan- en afvoer van spullen voor de ondernemers. Het idee om de creatieve industrie in dat gebied te stimuleren, juich ik toe. Maar dan moeten er niet alleen ateliers en galerieën komen omdat het ateliers en galerieën zijn. Er moet een doelgroep worden geformuleerd. Daar komt dan bijvoorbeeld ook horeca voor jonge mensen. De gemeente moet daarbij gericht zoeken naar bedrijven met die doelgroep. Dus geen oubollige oud-Hollandse toestanden.”

De oud-rijksbouwmeester vindt het zonde dat het Wallengebied zo ’verramsjt’ is. Hij hield daar in zijn beginjaren kantoor. Sindsdien is er veel veranderd. „Neem het Oudekerksplein. Als de prostitutie daar weg is, is het een mooi gebied om opnieuw in te richten”, zegt Crouwel. „Daar kun je hoogwaardige restaurants vestigen. Maar ook weer creatieve bedrijven. En het werkt. Daar is bijvoorbeeld de Warmoesstraat een goed voorbeeld van. Als het Oudekerksplein weer aanlokkelijk wordt, trek je daar een andere groep bezoekers mee aan: de bezoeker die geïnteresseerd is in cultuur en culinair. Het Wallengebied wordt hiermee juist toegankelijk voor een bredere groep dan nu. Nu worden de Wallen alleen bezocht door toeristen die jolig langs de ramen zwalken.”

Crouwel gelooft niet in het volledig verdwijnen van de prostitutie in het Wallengebied. „Dat zou onzin zijn. Maar als je het goed concentreert, blijft de rosse buurt van Amsterdam bijzonder. Daar ben ik van overtuigd.”

Chinatown hoeft wat hem betreft niet zo opvallend als in andere landen. „Zo’n Chinese poort hoeft niet. Amsterdam is juist zo leuk omdat alles door elkaar loopt. We zijn voor integratie, maar ondertussen plannen we wel een Chinese wijk. In Toronto hebben ze ervoor gekozen om aparte wijken per groep te bouwen, hier gaan we daar liever niet voor, dus een heel opvallende Chinatown is niet nodig. De vraag is dan natuurlijk wanneer de eerste Italiaanse wijk zich aandient.”

Chinatown aan het uiterste randje van de Wallen moet van de gemeente echte Chinese uitstraling krijgen en niet een opeenhoping zijn van slechts een paar soorten bedrijven, zoals nu. Daarmee krijgt Amsterdam een gevarieerde uitstraling en wordt het een trekker voor de opkomende markt in China.

Nu is er een oververtegenwoordiging van Chinese groothandels en restaurants.

Volgens de gemeente zijn er veel meer mogelijkheden in die buurt. Als goed voorbeeld noemen de bestuurders de Zeedijk, die vanaf het Centraal Station de poort naar de Chinese wijk moet zijn. Daar staat bijvoorbeeld een Chinese tempel die toeristen aantrekt.

Bij de herinrichting van Chinatown wordt vooral gekeken naar de Geldersekade. Daar wil de gemeente een ondergrondse parkeergarage, waardoor de

bovengrondse parkeerplaatsen kunnen worden opgeheven en de vrijgekomen ruimte beschikbaar wordt als boulevard. Daar kan worden gewandeld en genoten van activiteiten. Met deze veranderingen in de buurt verwacht de gemeente meer voetgangers en fietsers die door Chinatown lopen en rijden, en die daar even komen recreëren.

Het Damrak en het Rokin, de zogeheten Rode Loper die de wandelaar vanuit het Centraal Station naar de binnenstad leidt, moet een route worden met allure. Het gebied is nu een mix van horeca en hotels, met de detailhandel die het straatbeeld domineert. Ook al genereren deze zaken een hoge omzet, de plannenmakers willen een meer gevarieerd aanbod.

Te denken valt daarbij aan topwinkels met internationale bekendheid. Langs de Rode Loper moeten volgens de gemeente plekken komen waar bekende Amsterdamse en Nederlandse toppers uit de modewereld, horeca of detailhandel hun kwaliteiten tonen. Ook combinaties van horeca, warenhuizen en culturele voorzieningen in afzonderlijke gebouwen zijn een idee.

In de plannen staat dat het Damrak wel moet blijven passen bij het brede publiek, en dat het Rokin wat meer op het hogere segment binnen de detailhandel en horeca moet mikken. Ook moet er langs de Rode Loper meer groen komen.

De veelal donkere stegen en straatjes tussen de Rode Loper (Damrak/Rokin) en het achtergelegen gebied, de Wallen, moeten een opener karakter krijgen. Het moeten weer echte verbindingen worden tussen de Rode Loper en de Wallen, waar de bezoekers en de bewoners van de hoofdstad graag doorheen lopen. Zo’n ladder bestaat al aan de andere kant van de Rode Loper richting de Nieuwendijk-Kalverstraat.

Er moeten bijvoorbeeld in de Warmoesstraat meer creatieve bedrijfjes komen van kunstenaars, ondernemingen met een ’broedplaats’-functie.

Ook moeten stedenbouwkundige ingrepen worden gedaan, zoals een nieuwe brug over het ’natte’ Damrak. De garage achter het warenhuis de Bijenkorf moet worden gesloopt, waarna de parkeervoorzieningen en fietsenstalling ondergronds gaan. De Bijenkorf komt dan in een nieuw gebouw, al dan niet met woningen erbij. Deze buurt moet bewoonbaar worden voor zowel kapitaalkrachtigen als voor mensen met een lager inkomen, zoals studenten.

Er moeten in dat gebied meer mensen komen wonen, omdat die de ogen en oren zijn die overlast en verloedering tegengaan.

De Wallen worden helemaal anders, als het aan de gemeente ligt. De prostitutie moet grotendeels worden geconcentreerd op de Oudezijds Achterburgwal, maar ook daar zijn minder prostitutieramen gepland dan nu het geval is. Ook aan de Singel is Amsterdam bereid om een deel van de ramen open te houden.

De prostituees aan de Singel zijn net als hun klanten wat ouder en de behoeften liggen volgens hen ook anders dan voor de gemiddelde bezoeker van de Wallen. Sociale seks noemt de sector dit: voor de genegenheid, warmte en aandacht en niet voor de snelle seks zoals jongere klanten dat graag zouden willen. De rest van de bordelen moet echter wel verdwijnen.

Verder zijn er volgens de gemeente te veel laagwaardige horeca en ’criminogene’ ondernemingen. Dat houdt in dat die bedrijven aantrekkelijk zijn voor criminelen om bijvoorbeeld geld wit te wassen of illegale handel te drijven. Het stadsbestuur vindt bijvoorbeeld bars, fastfoodzaken en nachtzaken laagwaardig. Criminogeen vindt de gemeente onder meer raambordelen, seksbioscopen en -theaters, gokhallen, coffeeshops, headshops, smartshops en belwinkels.

Daarvoor in de plaats komen hoogwaardige horeca en andersoortige kleine ondernemingen. Onder hoogwaardige horeca verstaan de plannenmakers restaurants, duurdere eetcafés en lunchrooms. Die andersoortige ondernemingen zijn bijvoorbeeld ateliers van kunstenaars en modeontwerpers.

In het 1012-gebied staan 111 hotels. De kwaliteit daarvan loopt sterk uiteen. Om te voorkomen dat er een muur van hotels ontstaat, mogen er geen nieuwe meer worden geopend. Tenzij het initiatieven zijn met ’uitzonderlijk unieke en vernieuwende concepten’.

De goedkopere hotels, met minder dan drie sterren, moeten beter worden. Een voorbeeld daarvan is Hotel Kabul in de Warmoesstraat, dat tot driesterrenhotel wordt verbouwd. Jeugdhotels met een prima sterstatus van 0 of 1 kunnen blijven, mits ze hun kwaliteit op peil houden.

Slechte hotels kunnen wat de gemeente betreft worden opgekocht door bonafide investeerders. De verwachting is dat zij de hotels naar een hoger plan zullen trekken.

De duurdere hotels zoals het Victoria Hotel en Hotel Krasnapolsky leveren volgens de de gemeente op macro-economisch niveau een bijdrage, maar lokaal nog veel te weinig. Die hotels moeten een opener karakter krijgen door bouwkundige aanpassingen en publiekstrekkende functies, zoals een kunstexpositie in de lobby.

Het plein waar de Oude Kerk op staat, moet volgens de gemeentelijke plannen van prostitutie worden gevrijwaard. De 35 ramen en die ene coffeeshop moeten weg.

In samenwerking met woningcorporaties ontwikkelt de gemeente een plan met een combinatie van ambachtelijke bedrijvigheid, cultuur, kunst en horeca. Die laatste moet hier hoogwaardig zijn, zoals de gemeente dat noemt. Daar moeten goede restaurants uit het hogere segment komen. Bezoekers van activiteiten in de Oude Kerk moeten op dat plein willen blijven en ter plekke geld willen uitgeven aan eten en drinken.

Door het plein prostitutievrij te maken en het op te waarderen naar een cultureel-culinaire hoek op de Wallen, kunnen ook meer internationale exposities voor de Oude Kerk worden aangetrokken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden