Als het maar echt gebeurd is

Trouw neemt periodiek de 'stand van de roman' door. In welke richting beweegt de Nederlandse literatuur zich? 'Het Opschonend Realisme dendert door de letteren.'

Het is code rood voor de literaire fictie. De roman wordt bedreigd en het gevaar komt nu eens niet uit de hoek van tegenvallende verkoopcijfers. Nee, we accepteren van schrijvers geen leugens meer, dat is er aan de hand. Een auteur die een verhaal uit zijn duim zuigt - toch zijn corebusiness - wordt of genegeerd of op het matje geroepen. Voorbeelden te over: zo zien we in populaire talkshows niet snel een fictieschrijver opduiken. Ja, als hij zijn roman heeft gebaseerd op een waargebeurd, liefst diep triest maar vooral 'persoonlijk' verhaal, dán mag hij dat bij Humberto Tan, Matthijs van Nieuwkerk of Jeroen Pauw komen vertellen. Literair criticus en schrijver Joost de Vries zei daar eerder in deze krant al eens over: "Carrièretechnisch is er niets fijner voor een schrijver dan als zijn vrouw van de trap is gevallen."

Maar pas wel op, beste schrijver. Want als fictie en werkelijkheid door elkaar heen gaan lopen, heeft u helemáál een probleem. Daar kan A.F. Th. van der Heijden over meepraten. Twee jaar geleden daagde de zanger en producent Peter Koelewijn de auteur en zijn uitgever De Bezige Bij, omdat de roman 'De helleveeg' de naam van de familie Koelewijn zou bezoedelen. De vader van schrijfster Emma Curvers eiste dat zijn dochters roman 'Iedereen kan schilderen' uit de handel moest worden genomen, om dezelfde reden: de fictie leek te veel op de werkelijkheid.

Schrijvers dekken zich inmiddels al flink in: in de roman 'Ik kom terug' van Adriaan van Dis staat een disclaimer achterin waarin de auteur uitlegt wat hij er wel en niet bij heeft gefantaseerd. Zijn collega Esther J. Ending heeft een hele trits veiligheidsgordels aan haar Ibiza-roman 'Een eigen eiland' toegevoegd waarin ze bijvoorbeeld uitlegt dat de politie op Ibiza inmiddels in andere auto's rondrijdt dan in de roman beschreven. Voor het geval dat.

Klopjacht

Voorlopig dieptepunt in de klopjacht op duimzuigerij is het bezoek van het Vlaamse schrijversechtpaar Elvis Peeters aan het altijd vrolijke programma 'De wereld draait door'. Hun fictieboek 'Wij' (2009) staat vol expliciet geweld en grove seks. Hoe durfden ze, vond presentator Van Nieuwkerk, die de auteurs onder meer toevoegde: "U heeft wel voortdurend een glimlach om uw mond. Het is toch een ernstige zaak?" En: "Schrijven jullie dit boek met plezier? Ik kan het me niet voorstellen."

Het scheelde niet veel of het bovenstebeste schrijversechtpaar werd met pek en veren de studio uitgebonjourd.

"Het Opschonend Realisme dendert ook door de letteren, dat klopt", zegt A.H.J. Dautzenberg, schrijver van romans als 'Samaritaan', 'Extra tijd' en, recentelijk, 'Wie zoet is'. Maar bekender is hij nog als polemist, of beter nog, als iemand die iets aankaart van wat hem in de samenleving opvalt. Zo werd hij lid van pedovereniging Martijn. Niet omdat hij op kleine jongetjes valt, helemaal niet zelfs, maar uit piëteit. Vanwege de volgens hem onredelijke maatschappelijke woede ten opzichte van pedoseksuelen die vaak niet eens een strafbaar feit hebben gepleegd. De VPRO-gids publiceerde in 2011 een serie door Dautzenberg geschreven interviews, waarvan later bleek dat de schrijver de gesprekken (grotendeels) uit zijn duim had gezogen. Maar zijn in 'Samaritaan' gedane belofte om bij leven een nier af te staan aan een onbekende, loste hij wel degelijk in.

Die A.H.J. Dautzenberg dus. Goed bevriend met de gevallen wetenschapper Diederik Stapel, die van zijn hoogleraarschap sociale psychologie ook een soort fictie had gemaakt. Samen met Stapel schreef Dautzenberg 'De Fictiefabriek', in wezen een gebundelde e-mailwisseling tussen twee mannen die zich geplaagd voelen door dat Opschonend Realisme.

Wat bedoelt Dautzenberg met die term? "Het is een reactie op een onbehagen, een onrust. Na de Tweede Wereldoorlog had je het ook, in de economisch onzekere jaren tachtig even-eens, in de jaren na de aanslagen van 11 september 2001 en nu na de bankencrisis opnieuw. Mensen willen in een onzekere en complexe tijd een handreiking van hoe de wereld in elkaar zit. Dat zoeken ze in non-fictie. De werkelijkheid is al ingewikkeld genoeg."

Daarom snakken we volgens hem naar objectieve richtingaanwijzers met een heldere moraal. "Dat zie je aan alles. Natuurkundige Robbert Dijkgraaf is de nieuwe paus en factchecker is het meest respectabele beroep denkbaar. Na 'slechte' ervaringen zoals oorlogen en crises, willen we schoon worden, laten zien dat we nu wél weten hoe het moet. Door het verleden als het ware op te schonen, zeggen we tegen elkaar: Nu weten we wél hoe het moet. Val je binnen dat klimaat buiten de boot, door dingen te verzinnen, dan heb je het niet gemakkelijk. Het Opschonend Realisme veroorzaakt een agressieve cocktail van braafheid."

Cultuurfilosoof Maarten Doorman was de eerste in Nederland die publiceerde over onze hang naar authenticiteit. In zijn boek 'Rousseau en ik' schetst hij onze sterke behoefte naar 'echtheid' en 'waargebeurd'. Dat het hyperrealisme ook tot de literatuur is doorgedrongen, was hem als schrijver en dichter al eerder opgevallen. Doorman: "Het is niet helemaal nieuw. De generatie Joost Zwagerman, Ronald Giphart en op een iets andere manier ook Martin Bril, schreef al heel realistisch. Maar het is wel toegenomen en dat komt door de mediatisering van de literatuur. Dat is wél iets van de laatste tijd. Doordat onze wereld steeds virtueler wordt door ons contact met tablet, smartphone en beeldscherm ontstaat een obsessie met echtheid, de werkelijke wereld. Televisie wil aan die echtheid tegemoetkomen en is daarom panisch voor de ontmaskering van het eigen medium. En voor alles wat ingewikkeld is. Programma's kijken wel uit om een schrijver uit te nodigen over een complex, absurdistisch fantasieverhaal."

Gefronste wenkbrauwen

Doorman snapt het wel, weet ook niet eens of hij de trend moet veroordelen, maar ziet toch soms met gefronste wenkbrauwen gebeuren hoe 'kunst die van het realisme afgaat, actief naar de marge wordt verdrongen'. "De manier waarop de schrijver zich uitdrukt en het idee dat de kunstenaar ons door zijn verbeelding een andere blik op de werkelijkheid gunt, maken een kunstenaar interessant. Maar de media vinden dat te ingewikkeld geworden. Ik vind dat een pervertering van de romantiek."

Dautzenberg: "De verwachting was altijd: een schrijver is opstandig. Nu verwacht men: een schrijver behaagt mij, een schrijver geeft mij antwoorden. Maar een schrijver moet juist vragen oproepen."

Reageert de literatuur nu op de maatschappij of is het andersom? Doorman: "Natuurlijk reageert de literatuur op wie we zijn en hoe wij de wereld ervaren. Maar literatuur is nooit alleen maar een afspiegeling; zij schept ook een wereld."

Goed. We hebben dus de complexe maatschappij, we hebben een crisis achter de rug, én we hebben de media, die kiezen voor toegankelijkheid om zodoende op het grootste publiek te kunnen mikken. Nog meer oorzaken voor de Ziekte van Waargebeurd?

Dautzenberg: "Ik denk dat we te veel vrijheid hebben en dat niet aankunnen. Onze ratio heeft continu de behoefte om te verkleinen. We willen een vaste baan, we willen een eigen huis, we willen trouwen. Religie verkleint ook. En wetenschap is voor religie in de plaats gekomen. Een klein leven is bijna een ideaal. Daardoor vinden we vluchtelingen een probleem, terwijl die vluchteling een probleem hééft."

De schrijver maakt intussen aantekeningen, heeft het gesprek goed voorbereid en spreekt honderduit, zichtbaar bevlogen. Hij zegt herhaaldelijk dat hij het ook niet weet, dat hij niet vrijuit gaat, omdat hij immers ook onderdeel is van die tijdgeest. Dautzenberg wil maar zeggen dat hij liever onderzoekt dan oordeelt. "Wat er gebeurt, dat zijn altijd golfbewegingen. Het komt en het gaat. Maar een film als 'Het debuut' van Nouchka van Brakel, of een roman als 'Lolita' van Nabokov (die beide gaan over een man die een seksuele relatie aangaat met een minderjarig meisje, red.) die zouden nu niet kunnen, denk ik. Alleen al het onderwerp verkennen is gevaarlijk."

Volgens Dautzenberg zijn schrijvers zelf onderdeel van het probleem: "Schrijvers zijn ook bange mensen. Een auteur als Christiaan Weijts gaat bijvoorbeeld heel erg mee met die heel enge definitie van het schrijverschap, hij stelt: Blijf binnen de kaften van het boek. En als ze buiten de kaften treden, is dat vaak via een column. Zodra schrijvers een column krijgen, gaan ze over koken schrijven of over hun geliefde. Mag allemaal, maar zo maak je de literatuur eigenlijk heel erg klein."

Overigens is ook Doorman wantrouwend als trends, zoals nu met het fenomeen waar- gebeurd, worden gekoppeld aan de tijdgeest. "Alsof je het zo even af kunt doen. Het is gevaarlijk om er zo op een veroordelende manier over te praten. Laten we eerst rustig bekijken wat er gebeurt. Is het ook niet iets heel Nederlands, trouwens? Het protestantse ethos, daar zit ook sterke hang naar realiteit aan vast. Van de grote schrij- vers onttrok eigenlijk alleen Mulisch zich daaraan."

Al filosoferend vraagt Doorman zich af of realisme en echtheid wel de juiste termen zijn, als hij kijkt naar wat er gaande is in de literatuur en dan met name hoe de media daar vorm aan geven. "Het gaat om iets anders, het gaat om iets persoonlijks, het gaat om echt contact maken. Om waarachtigheid, zoals in 'ware liefde', altijd vermengd met gevoel. De authenticiteit van de persoon is belangrijker dan de beschreven werkelijkheid. Daarom moet die schrijver worden uitgenodigd in de studio. Zodat de presentator hem aan het eind van de uitzending een hand van vlees en bloed kan geven. Dan heb je de echtheid in de hand."

En met de echtheid in de hand, maak je de fictie van kant, om maar eens een tegelwijsheid uit de duim te zuigen. Of loopt het zo'n vaart niet?

Doorman: "Nee, het gaat uiteindelijk om het onderscheid tussen goede en slechte boeken."

Dautzenberg: "De literatuur heeft grotere stormen doorstaan. Er zullen altijd luizen in de pels blijven. De literatuur zal vanzelf uit dit keurslijf bevrijd worden. Ik zie de fictie niet verdwijnen. Alleen al het enkele feit dat we nu te maken hebben met het Opschonend Realisme leidt vanzelf óók weer tot mooie literatuur."

Een schrijver die iets uit zijn duim zuigt, wordt of genegeerd of op het matje geroepen

'Door ons continue contact met beeldschermen ontstaat een obsessie met echtheid'

'Carrièretechnisch is er niets fijner voor een schrijver dan als zijn vrouw van de trap is gevallen'

'Robbert Dijkgraaf is de nieuwe paus en factchecker is het meest respectabele beroep denkbaar'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden