Als het leven zelf

Je ziet hun karakters veranderen onder invloed van vriendschappen en verliefdheden, en de binnendringende geschiedenis

Ik ken geen ander Europees land waar literatuur en politiek altijd zo met elkaar verweven waren als Frankrijk. De Franse Revolutie werd voorbereid door schrijvers als Voltaire en Diderot, en sinds de negentiende eeuw is de scheiding in de literatuur tussen links (Zola, Sartre) en rechts (Céline, Morand, en in onze dagen Jean d'Ormesson, Michel Déon) zowel onoverbrugbaar als een nooit opdrogende bron van polemische inspiratie.

In zo'n strijd zijn de ware verliezers doorgaans degenen die zich afzijdig houden - en om dat in zo'n klimaat vol te houden heb je paradoxaal genoeg moed nodig en geloof in de kracht van literatuur. De kruitdampen onttrekken deze schrijvers aan het oog.

Dit is zeker een van de redenen waarom het werk van de Franse schrijver Roger Martin du Gard, ondanks de Nobelprijs voor literatuur die hem in 1937 werd toegekend, niet de aandacht krijgt die het verdient. Discretie was een van de belangrijkste karaktereigenschappen van Du Gard, 'Denken begint bij twijfel' was zijn lijfspreuk, en de grote fresco's van de Russische schrijver Leo Tolstoj, zoals 'Anna Karenina' en 'Oorlog en vrede', waren zijn voorbeeld.

Gelukkig komt er in ons land verandering in de verwaarlozing die het werk van Du Gard ten deel viel. Een paar jaar geleden verscheen de postume pil 'Luitenant-kolonel de Maumort' in een schitterende vertaling. Nu is het de beurt aan Du Gards hoofdwerk, 'De Thibaults', waarvan onlangs het eerste deel uitkwam.

Het gaat om een zeer ambitieus boek, waarin de schrijver probeert te laten zien hoe de geschiedenis het leven beïnvloedt van zijn personages, en dan vooral dat van twee broers uit de rijke, zeer katholieke en burgerlijke familie Thibault: de ambitieuze Antoine, die kinderarts wordt, en de meer artistieke en onstabiele Jacques, die schrijversambities koestert. De lezer volgt hen door de jaren heen, vanaf Jacques' poging om als puber school en huis te ontvluchten tot aan het overlijden van de beide broers.

Je ziet hun karakters veranderen onder invloed van de gebeurtenissen, vriendschappen, verliefdheden en liefdes, het wegvallen van familieleden en geliefden, en uiteindelijk de onvoorstelbare ramp van de Eerste Wereldoorlog, waarin Antoine bij het Belgische stadje Ieper getroffen wordt door een Duitse aanval met mosterdgas.

Het is onbegonnen werk om in het kort recht te doen aan een boek dat zo overweldigend rijk is aan gebeurtenissen en personages, maar Du Gard heeft een vaste greep op de grote lijnen van zijn verhaal.

De afzonderlijke episodes, die soms het formaat van een korte roman aannemen, zijn daarbij zo mooi uitgewerkt, zo vol van schijnbaar terloopse maar veelzeggende details, dat je niet anders kunt dan voortlezen.

Een voorbeeld: wanneer Antoine, zonder zich daarvan bewust te zijn, verliefd aan het worden is op een vrouw met wie hij een glas wijn drinkt, schrijft Du Gard: "Antoine had er plezier in om op hetzelfde moment als Rachel te drinken." Zo'n bijna onopvallend maar sprekend detail, de discretie en de vanzelfsprekendheid waarmee de schrijver hier de opkomende verliefdheid suggereert, zijn kenmerkend voor Du Gard. Als lezer heb je daardoor steeds de illusie getuige te zijn van het leven zelf, zoals zich dat langzaam ontrolt en zoals het voor de betrokkenen betekenis krijgt door de lering die zij trekken uit hun belevenissen.

Na een korte, intense relatie met Antoine zal deze Rachel terugkeren naar een veel oudere, brute man, die ze veracht, maar aan wiens invloed zij zich niet kan onttrekken. Du Gard oordeelt niet over het gedrag van zijn personages, hoe bizar, tegenstrijdig of ongerijmd hun optreden soms ook mag zijn. Oscar, de even vrome als tirannieke vader van de broers, die Jacques na diens jeugdige escapade laat opsluiten in een gruwelijk verbeteringsgesticht "waar verdorven kinderen aan een speciale tuchtbehandeling worden onderworpen", blijkt op zijn sterfbed een heel verborgen leven te hebben gehad en tot de menselijkste emoties in staat te zijn.

Maar ook iemand als Jérôme, de onverbeterlijk vrouwengekke, op iedereen parasiterende, van huis weggelopen vader van Jacques' boezemvriend - kortom, een heerlijke oplichter - wordt met ironisch inlevingsvermogen beschreven: "Hij kon de gedachte niet verdragen dat niemand van hem hield. Iedereen zou de ijver bewonderen waarmee hij zijn fout goedmaakte." Precies, maar zonder enige boosaardigheid, geeft Du Gard een beeld van 's mans ijdelheid en zelfmedelijden: "Wat had hij vanochtend nog geleden op de tennisclub! Al die lenige lijven, badend in het zonlicht en waarvan zelfs het zweet fris was en een geur van gezondheid ademde! Hoe beschamend en afschuwelijk was voor hem de dagelijkse strijd die hij nu tegen zichzelf moest voeren, tegen het verleppen, de onfrisheid, de reuk van de ouderdom, tegen alle voortekens van dat uiteindelijke verval, dat bij hem al had ingezet!"

Als geen ander weet Du Gard ook een vroege ochtend in Parijs te beschrijven: "Hij ging het balkon op. De dag draalde nog om aan te breken, de lucht had een metaalachtige kleur; de avenue lag als een donkere tunnel onder hem. Maar boven de Jardin du Luxembourg verbleekte de horizon; lichte nevels verspreidden zich door de straat en hulden de zwarte kruinen van de bomen in een wattige mist. De ochtendkoelte, gewiegd door een lichte wind, stroomde langs zijn klamme voorhoofd en zijn gezicht."

Alles is mooi aan dit boek: het verhaal, de manier waarop het wordt verteld, de precieze vertaling, de zorg waarmee het boek is uitgegeven. Wie desondanks in eerste instantie geïntimideerd wordt door de omvang van het werk (er volgt nog een dik deel!) kan zich een uitstekend beeld vormen van Du Gards kwaliteiten door eerst eens 'Afrikaans geheim' te proberen. Het is een novelle van een bladzijde of veertig, enige tijd geleden verschenen, ook al in een voortreffelijke vertaling van Anneke Alderlieste.

De hele Du Gard is in dit pareltje in beknopt bestek aanwezig, en omdat het boekje indertijd vanwege de geringe omvang ten onrechte onder de radar is gebleven, maak ik graag van deze gelegenheid gebruik om u ook op die uitgave attent te maken.

Roger Martin du Gard: De Thibaults. Deel 1. (Les Thibaults) Uit het Frans vertaald en van een nawoord voorzien door Anneke Alderlieste. Met een voorwoord van Maarten 't Hart. Meulenhoff, Amsterdam; 864 blz. euro 49,95 (gebonden uitgave)

Roger Martin du Gard schreef met negentiende-eeuwse discretie over vriendschappen en verliefdheden. Croquet, 1873, Édouard Manet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden