'Als Griekse zal ik sterven'

Van onze kunstredactie AMSTERDAM - Het nieuws van haar dood schokte heel Griekenland:'Melina' zoals de 68-jarige Melina Mercouri liefkozend in haar vaderland werd genoemd, overleed zondag in in New York aan longkanker.

Andreas Papandreou, de Griekse minister-president, noemde de voormalige filmster en de huidige minister van cultuur “een dapper strijdster, een belangrijk artiste en een heerlijk menselijke wezen”. De Griekse radio- en tv onderbraken hun programma's. Bioscopen en theaters sloten hun deuren als teken van nationale rouw. Eind februari was Mercouri in New York geopereerd. Uit haar rechterlong was een klein gezwel weggenomen. Mercouri, een zware roker sinds haar elfde, leed al vijf jaar aan longkanker. Afgelopen vrijdag kreeg ze longontsteking, zaterdag raakte ze in coma. Daarna is ze niet meer bij bewustzijn geweest.

Ze zal worden opgebaard in de kathedraal van Athene tot haar bijzetting in het familiegraf op donderdag. Mercouri, sinds oktober vorig jaar minister van cultuur, net als in de periode 1981-1989, gold als een doorgewinterde chauviniste. Zij aan zij met nationalistische politici verzette zij zich tegen het gebruik van de naam Macedonie voor de noordelijke buurstaat, omdat zij vond dat die naam aan de Grieken toebehoorde. Voor de filmcamera's en op het politieke toneel beleed Mercouri met een maximum aan pathos haar vaderlandsliefde: “Als ik niet zoveel van Griekenland hield, zou ik lui, egocentrisch en laf zijn.”

Melina Mercouri werd op 18 oktober 1925 geboren in een welgestelde Atheense familie met een lange politieke traditie. Haar grootvader, Spyros Mercouris, was ruim een kwart eeuw conservatief burgemeester van Athene. Haar vader, Stamatis, diende als parlementslid. Melina was grootvaders oogappel. Hij noemde haar Meli, het Griekse woord voor honing.

Op zeventienjarige leeftijd debuteerde Mercouri in 'De wegen van vrijheid' van Alexis Solomos, waarin ze de rol van een verzetstrijder speelde. Haar doorbraak kwam in 1960 met de film 'Nooit op zondag', waarin ze rol speelde van Ilya, de warmbloedige prostitue uit de havenstad Piraeus. De rol leverde haar een Gouden Palm op voor de beste actrice op het filmfestival van Cannes en een Oscar-nominatie. In 1966 trouwde ze met Jules Dassin, de Amerikaanse regisseur van 'Nooit op zondag'.

Toen de kolonels in 1967 de macht in Griekenland overnamen, werd Mercouri voor het eerst politiek actief. In een interview schold ze de kolonels uit voor 'dictators, stommelingen en Hitlers'. Haar Griekse staatsburgerschap werd haar prompt ontnomen. Zeven jaar leefde ze in ballingschap. Maar ze bleef optimistisch: “Ik ben als Griekse geboren en ik zal als Griekse sterven”.

Na de val van de junta keerde ze terug naar Piraeus, ditmaal als parlementslid. Van 1981 tot 1989 was ze minister van cultuur in de socialistische regering van Papandreou.

Veel aandacht kreeg haar campagne om de Parthenon Marbles terug te krijgen. Ze waren in de 19e eeuw uit de Acropolis weggekocht door een Britse Lord. En de Britten willen ze niet meer kwijt. “Wat de beelden betreft, kan ze 'Nooit op zondag' uitbreiden tot de rest van de week”, smaalde een Brits lagerhuislid. Mercouri reageerde fel: “Ik zal de teruggave van de beelden bij mijn leven nog meemaken. En mocht ik dan dood zijn, dan zal ik verrijzen!”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden