Als geloof en ongeloof elkaar raken

In onze lawaaiwereld lijkt voor stilte geen tijd en aandacht meer. Behoefte daaraan is er wel. Veenfabriek en Theater Artemis spelen daar op in. Met devoot muziektheater rond verdwijnend kloosterleven.

Drie monniken staan op het punt hun klooster te verlaten. Elk moment kunnen ze opgehaald worden. Van de oorspronkelijk tachtig bewoners zijn zij de laatst overgeblevenen. Het klooster is niet meer rendabel. Ten einde loopt hun leven in afzondering met vaste rituelen van gebed, zingen, kneden van brooddeeg, klokgelui. En zwijgzaamheid. Dan verbreekt een van hen de stilte: "Kunnen wij nu spreken?"

Na 'Bang' (over onbehagen over de democratie) en 'Flow my tears' (over ontheemd zijn) past 'Drie Monniken' wel het meest vanzelfsprekend in het dit jaar door muziektheatergezelschap de Veenfabriek gekozen thema Geloof/Ongeloof: Geloven we nog in de samenleving? Geen plek wellicht waar geloof en ongeloof zo dicht tegen elkaar aanschuren als bij het hek tussen een klooster en de seculiere buitenwereld. Zeker wanneer dat hek opengaat en de aanraking onontkoombaar wordt.

Tijdens de Veenproef, een avond met publiek middenin het repetitieproces, daalt bij aanvang van een speelfragment de stilte voelbaar neer op de lange tafels waar net geanimeerd een gezamenlijke maaltijd is genuttigd. Ademloos haast, tot een gongslag klinkt en vage buitengeluiden binnen lijken te dringen. Alsof je een serene kalmte bent ingetrokken.

Stilte krijgt in deze voorstelling een nieuwe betekenis, die van hoorbare en onhoorbare geluiden, van vallende sneeuw bijvoorbeeld. Dat kun je gerust overlaten aan componist/muzikant Paul Koek (artistiek leider Veenfabriek). Zo maakte hij een suggestieve soundscape van vogelgeluiden en hondengeblaf, en legt hij tijdens de handeling, als monnik C, met alle mogelijke instrumenten geraffineerd de vinger op het verschil tussen klank en geluid, tussen rust en stilte.

Om affiniteit met de klankkleur van de vespers (gezongen avondgebeden) te krijgen, dook Koek in de muziek uit de vijftiende, zestiende eeuw: "Omdat er in die tijd nog geen slagwerk in ensembles was, had je als slagwerker op het conservatorium niets met het gregoriaans of componisten als Sweelinck te maken." Een ware ontdekking werd dat. Zeker de canons van de Vlaamse componist Josquin des Prez (ca 1454-1521): "Die canons zijn eigenlijk de samplemachines van nu. Echt kicken is dat." Bij de Veenproef zorgt de zuivere schoonheid van de muziek voor een welhaast devote sfeer.

In onze hectische lawaaiwereld lijkt voor stilte geen tijd en aandacht meer. Het contrast met ascetisch kloosterleven lijkt te groot. Dat was de reden voor de Veenfabriek om zich daar samen met Theater Artemis - op initiatief van artistiek leidster/regisseuse Floor Huygen - in te verdiepen. Om te zien of het in deze tijd nog mogelijk is om, volgens Koek, iets van dat cerebrale te behouden.

Dat er bewust of onbewust behoefte aan is, daar zijn de theatermakers van overtuigd. "Overgeleverd aan dit hypertechnologische samenlevingssysteem," zegt Koek, "is het niet zo gek, dat jongeren zo veel aan depressies lijden en in therapie gaan." "We willen laten zien," zegt Huygen, "dat het mogelijk is om op andere manieren te leven." Via een inkijk in de fascinerende extremiteit van een zwijgende orde.

Veelzeggend is in dat opzicht de zwijmelgrage populariteit van de stille film over de Kartuizer monniken, 'Into Great Silence'. Daaraan refererend noemt cultureel antropologe Dorien Zandbergen het hedendaagse, vaak onuitgesproken verlangen naar stilte en spirituele authenticiteit een vorm van consumentisme en egoverrijking: "Wij betalen geld om een koe te mogen aaien, wij kopen stilte in de vorm van een dvd."

Om wereld en kunst op elkaar te betrekken - een belangrijke doel van de Veenfabriek - is Zandbergen een van de gastsprekers op de Veenproef. Zij trekt een inspirerende lijn tussen postmoderne verwarringen en twijfel van de monniken over de zingeving van hun voorbije leven op de drempel van uittreding. Juist door zich daar vragen over te stellen creëren die ruimte voor nieuwe inzichten en mogelijkheden, stelt zij.

De manier waarop dat in het stuk gebeurt, is eerder speels dan filosofisch. De Vlaamse schrijver Bernard Dewulf, winnaar van de Libris Literatuurprijs in 2010, schreef de tekst en daarin waart onmiskenbaar de geest van Beckett. Het steeds herhaalde dialoogje "Wanneer komen ze ons halen? Morgenvroeg. Of straks al, na de vespers" roept niet toevallig associaties op met 'Wachten op Godot', meent acteur Bert Luppes. Het einde blijft open over de toekomst, over wie wat gaat doen.

De monniken zijn naamloos. Op papier heten ze A, B en C, maar dat is door acteur Titus Muizelaar verpersoonlijkt in de zeer katholieke namen Aloysius, Bernardinus en Canisius. Uitsluitend bedoeld voor het repetitielokaal. Ze dragen witte pijen met grote kappen. Even werd nog overwogen om in gewoon pak te spelen, maar dat is al gauw verworpen. Tot opluchting van kostuumontwerpster Dorien de Jonge. Anders is de metafoor weg, beaamt Koek.

Klonk daarom de uitspraak over de overeenkomst tussen monniken en kunstenaars van een eveneens als gastspreker optredende, maar wel in alledaagse kledij gestoken echte monnik zo verbazend gratuit? Het was of diens "een doorkijk bieden in de wereld", afgleed op zijn vrijetijdstenue.

Die reflectie geeft het stuk zelf wel. Voor Bert Luppes gaat 'Drie Monniken' over afscheid, niet alleen binnen het kloosterleven. Heel herkenbaar is, in het zicht van een ongewis verschiet, de onzekerheid over wat eerder zo zeker leek. Vooral als je niet de enige blijkt met verboden dromen. "Ik weet niet of ik nog ergens anders kan zijn dan in mijn pij," zegt monnik A.

De eerste reeks voorstellingen wordt gespeeld in Het Zonnehuis in Amsterdam-Noord. Een aan de Amsterdamse School verwant pand uit 1932 (ontwerp ir. Jakoba Mulder), aanvankelijk verenigingsgebouw voor werknemers van de NDSM. Met nog steeds het originele interieur. De rust op het plein ervoor sluit mooi aan bij de kloostersfeer binnen.

Een kleine week voor de première probeert Michiel van Cauwelaert (toneelbeeld) andere lichtstanden uit. Het felle licht is even wennen voor de spelers. Het werpt schaduwen tegen plafond en achterwand. Om het epische effect te vergroten, verklaart de ontwerper. Op een van de plateauvloeren ligt een treurig in bubbeltjesplastic verpakt Mariabeeld. Het zingen van een vesper gaat bijna ongemerkt over in een kinderliedje. Anders dan tijdens de Veenproef is dat nu eerder vertederend dan een komische vondst. De monniken zijn nu verre van vreemde snuiters om wie je vrijblijvend kunt lachen. In een discussie stellen de spelers vast: "Als wij onszelf niet serieus nemen, neemt het publiek ons ook niet serieus."

Drie Monniken

Veenfabriek en Theater Artemis. Tekst Bernard Dewulf. Regie: Floor Huygen. Première 20-4 in Het Zonnehuis, Amsterdam-Noord. Info: www.theaterbellevue.nl, www.artemis.nl of www.veenfabriek.nl

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden