‘Als er een CO2-heffing komt, is het klaar met Tata Steel’

Een leerling-lasser aan het werk in de algemene werkplaats van Tata Steel. Beeld Olaf Kraak

Als Nederland in zijn eentje een heffing op de uitstoot van CO2 invoert, zoals Jesse Klaver (GroenLinks) wil, betekent dat het einde van Tata Steel Nederland (Hoogovens). Die kan die heffing niet betalen.

Dit zei Theo Henrar, bestuursvoorzitter van Tata Steel Nederland, vandaag tegen BNR Nieuwsradio. In Klavers plannen, eind december geopenbaard en vervat in een wetsontwerp, gaat de heffing in 2020 in en bedraagt die 25 euro per ton. In 2021 moet dat 50 euro per ton zijn.

Dat zou betekenen dat Tata Steel in 2020 circa 300 miljoen euro zou moeten aftikken voor de heffing en in 2021 zo’n 600 miljoen. Hoogovens stootte in 2017 ongeveer 12 megaton CO2 uit – dat is inclusief de emissies van de energiecentrale van Nuon in Velsen, die draait op hoogovengas. Hoogovens’ gemiddelde winst over de afgelopen jaren bedroeg volgens een zegsman 190 miljoen euro.

Buitenlandse bedrijven

Volgens Henrar is het klimaat niet gebaat bij een sluiting van Hoogovens, omdat de staalproductie dan wordt overgenomen door buitenlandse bedrijven. Die werken minder schoon dan Hoogovens, betoogde hij. Henrar baseerde zijn uitlatingen op een studie van CE Delft, een advies- en onderzoeksbureau. In de bovengenoemde bedragen is er geen rekening mee gehouden dat de opbrengst van de heffingen (deels) ten goede kan komen aan de industrie. Die zou er milieuvriendelijke investeringen van kunnen bekostigen.

Tata Steel werkt al aan technieken om zijn CO2-uitstoot te verminderen. In IJmuiden wordt geëxperimenteerd met een nieuwe manier om staal te maken. Dat scheelt zo’n 20 procent uitstoot en, volgens Tata Steel, zelfs 80 procent als het vrijkomende gas wordt opgevangen en ondergronds wordt opgeslagen.

Met chemieconcern Dow studeert Tata Steel op een fabriek waarin plastics worden gemaakt van afvalstoffen van Hoogovens. Met Nouryon heeft Hoogovens plannen om waterstof in te zetten voor de staalproductie. Of die fabrieken er komen, is overigens nog onzeker.

Emissieheffingen

Tata Steel is de grootste industriële CO2-uitstoter van Nederland. Andere groten zijn de kunstmestfabrieken van Yara (Sluiskil) en OCI Nitrogen (Geleen), de raffinaderijen van Shell, Esso en BP (Rotterdamse havengebied) en de chemie-installaties van Sabic (Geleen). Yara dat in 2017 3,8 megaton uitstootte, zou, als Klavers wetsvoorstel wet wordt, circa 95 miljoen euro moeten betalen in 2020 en 190 miljoen in 2021.

Nederland kent geen directe belasting op de uitstoot van CO2. Andere landen wel, al gelden die heffingen dan vaak niet voor grote uitstoters. Wel kent Europa een systeem waarbij grote bedrijven rechten moeten kopen om een bepaalde hoeveelheid CO2 uit te stoten en kunnen zij die rechten onderling verhandelen.

In Zweden betalen bedrijven die zijn onderworpen aan dat emissie-systeem geen CO2-belasting. Andere bedrijven wel. Zweden kent een tarief van 112 euro per ton, het hoogste ter wereld. In Noorwegen hoeven sommige bedrijven geen heffing te betalen of krijgen zij er korting op. CO2-belastingen zijn er in een of andere vorm ook in Denemarken, Frankrijk, Ierland, IJsland, Noorwegen, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. De Nederlandsche Bank becijferde onlangs dat een heffing van 50 euro per ton de Nederlandse economie als geheel weinig zou schaden. Wel zou de concurrentiepositie van de chemie en delfstoffenwinning verslechteren.

Lees ook:

Wat denken de tien grootste vervuilers zelf te gaan doen?

Jesse Klaver (GroenLinks) wil een heffing op de uitstoot van CO2. Het zou bedrijven dwingen hun uitstoot te beperken. De meeste grote bedrijven voelen er niets voor. Hoe denken de tien grootste uitstoters zelf bij te dragen aan de klimaatdoelen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden