Als een vreemde in Bakoe

De Azerbeidzjaanse schrijver Alekper Aliyev geeft de strijd tegen de censuur in zijn land op. Hij verhuist voor zijn veiligheid naar Zwitserland. In zijn boek 'Artush en Zaur', dat deze week in het Nederlands verschijnt, stelt hij zowel de eeuwenoude haat tussen zijn vaderland en Armenië aan de kaak als de haat tegen homoseksuelen.

Hij mag dan een geletterd man zijn, Ali Akbar is onzeker genoeg over zijn Engels om voor het interview een vriendin uit Londen te bellen. 'Alsjeblieft, kom naar Bakoe en help me!', vat Tora Agabeyova dat telefoongesprek plagend samen. Schrijver en tolk staan te wachten bij een locatie uit zijn roman 'Artush en Zaur': de oude stadsmuur bij het Gouverneurspark in Bakoe waar de hoofdpersonen elkaar stiekem ontmoeten.

Agabeyova woont in Londen met haar echtgenoot Emin Milli, een beroemde blogger sinds hij een satirische video maakte waarin een ezel een persconferentie gaf. Onschuldig in westerse ogen, maar de Azerbeidzjaanse president, Ilham Aliyev, kon er niet om lachen. Na zestien maanden gevangenisstraf werd Milli op aandringen van de Amerikaanse regering vrijgelaten. Agabeyova schildert, haar werk was recent in Londen te zien en nu in Parijs.

"En ook op de kaft van mijn nieuwste boek", zegt Ali Akbar, die eigenlijk Alekper Aliyev heet en zes titels op zijn naam heeft staan. Hij schiet een boekwinkel binnen om het te laten zien, met de haast van iemand die precies weet waar het ligt.

Agabeyova schildert kleurrijk en figuratief. Op het betreffende schilderij grijpt een vrouw een aangeklede penisfiguur in zijn kruis. De sticker 16+ kan zowel op de inhoud van het boek slaan als op het schilderij.

'Uitverkocht', zegt Aliyev als hij naar buiten komt. Dat heeft de boekhandelaar bevestigd, want in Azerbeidzjan is nog een conclusie mogelijk: censuur. Zo is 'Artush en Zaur' in 2009 uit de winkels verwijderd.

Even lijkt de stadswandeling naar café Libanon te leiden, waar Emin Milli werd aangevallen door vandalen en daarna gearresteerd. Maar het gaat linksaf, naar de Tolstoj-straat. In de achterkamer van café Vitamin wapperen gordijnen hard naar binnen. Het stormt in Bakoe, stad van de wind. "Laat de ramen open, dat is romantischer", zegt Agabeyova.

De 34-jarige schrijver verhuist deze week voor zijn veiligheid naar Zwitserland, en merkt grinnikend op dat hij nu dus kan zeggen wat hij wil. Niet dat hij in zijn boeken een blad voor de mond neemt. 'Artush en Zaur' was bijvoorbeeld een liefdesverhaal tussen twee mannen, de één Armeniër, de ander Azerbeidzjaan. Een dubbel taboe. Homoseksualiteit is in beide landen een schande, en het conflict rond Nagorno-Karabach een open zenuw. Aliyev stelde de geaccepteerde stereotypen over de vijand en over seksuele minderheden aan de kaak. Er ging een schok door de Zuidelijke Kaukasus.

Elk hoofdstuk begint met een dichtregel van de veertiende-eeuwse Azerbeidzjaanse dichter Imadaddin Nasimi. 'Onder alle schepselen van christelijke afkomst is er geen zo schoon als gij, oh Armeniër', is het eerste wat de lezer onder ogen krijgt. "Azerbeidzjan respecteert klassieke schrijvers zoals Nasimi, maar 99 procent van de bewonderaars heeft zijn werk niet gelezen. Ik vond een gedicht waarin hij de Armeense vrouw bezingt en plaatste dat in de context van deze homoseksuele liefde", zegt Aliyev. Een provocatie, waarmee hij hedendaagse vijanden herinnert aan de verdraagzaamheid van toen.

Artush en Zaur groeien samen op in Bakoe en worden als tieners geliefden. Tijdens de oorlog tussen Armenië en Azerbeidzjan worden Armeniërs de stad uit gejaagd, en vlucht Artush met zijn ouders. Jaren later zien ze elkaar terug in Georgië, en trouwen zelfs dankzij een Nederlandse geestelijke. Als 'onbezonnen avonturiers' gaan ze de strijd aan met de omstandigheden, tevergeefs. 'Als twee mannen elkaar tijdens een oorlog doden, is dat normaal. Maar als ze van elkaar houden, kan niemand dat accepteren', zegt Zaur.

De schrijver spreekt in zijn nawoord beide volkeren toe: 'Toekomstige generaties zullen dit boek doorbladeren en als ze het eind gelezen hebben, zullen ze zeggen: De duivel zal jullie beide huizen vervloeken!'

Aliyev: "Artush en Zaur beschrijven hun eigen land en cultuur vol afschuw. Daarom wordt het boek hier en in Armenië gehaat. Dat ik een positieve Armeniër opvoer is volstrekt tegen de regels van onze overheid, die wil dat we vijanden blijven. Elk autoritair systeem heeft behoefte aan een vijand die de massa als lijm bij elkaar houdt. Als dit conflict met de buren niet had bestaan, had het regime het vast zelf uitgevonden."

Klassieke schrijvers worden in Bakoe op straat geëerd, maar moderne literatuur bestaat er haast niet, zegt Aliyev. "Mijn boeken hebben een oplage van 2000 stuks en ik ben de meest leesbare schrijver." Dat 'Artush en Zaur' zijn bekendste boek is, kwam door de gratis pr-stunt van president Aliyev, grapt de schrijver.

Omdat geen uitgeverij zijn boek durfde uit te geven, liet Aliyev 500 exemplaren in Mongolië drukken. De dag voor de boekpresentatie werd hij gebeld door winkeliers. "'Sorry, maar de politie heeft je boeken van de planken gehaald', zeiden ze. Het was een week voor het referendum waarmee president Aliyev zichzelf de mogelijkheid schonk president voor het leven te worden. Daardoor waren er veel internationale media in de stad en iedereen wilde me spreken. Het heeft me goed gedaan." De schrijver zette zijn boek op internet en vond zo 10.000 lezers. Deze week verschijnt de Nederlandse vertaling bij uitgeverij Sylvaen in Nijmegen.

"'Artush en Zaur' is literair gezien niet mijn sterkste boek. Het is haastig geschreven. In 2008 gaf ik colleges aan Armeense studenten en hoorde daar net zulke clichés over Azerbeidzjan als hier over Armenië. Dezelfde primitieve manier van denken. Op en neer reizend raakte ik zo geïrriteerd dat ik beide landen wilde beledigen. Ik spuwde het boek uit."

Journalisten die naar de bezette gebieden of naar Armenië reizen, worden bij thuiskomst verhoord. Aliyev, die zijn broer bij gevechten heeft verloren, nam dat op de koop toe. "Als schrijver en burger moest ik het land en de mensen leren kennen. Ik wilde ontdekken waarom deze idioten oorlog voeren."

Als Zaur terugkeert uit Armenië, wordt hij bedreigd door militante nationalisten, en dat overkwam Aliyev zelf ook. Zaur kan zijn leven redden door op de staatstelevisie te verklaren waarom hij de Armeniërs verafschuwt. In een kookprogramma houdt hij een betoog over de dolma, ook in werkelijkheid de inzet van een nationalistische vete. Als de Armeniërs zeggen dat zij het hebben uitgevonden, is dat pure propaganda, beweert Zaur.

Aliyevs laatste boek 'Gele bruid', vernoemd naar een traditioneel lied dat ook door meerdere culturen wordt geclaimd, gaat volgens Aliyev over pornografie. "Dat is Russisch slang voor iets weerzinwekkends. Kunstenaars gebruiken het als iemand iets slechts maakt. Voor mij slaat het op de Azerbeidzjaanse media en het regime."

Hij zegt beïnvloed te zijn door Pier Paolo Pasolini en zijn sadistische film 'Salò, of de 120 dagen van Sodom', door de Deense filmmaker Lars von Trier, en een Russische schrijver als Vladimir Salimon. "Kunstenaars die de achterkant van de maatschappij laten zien. Zij hebben mijn esthetische smaak gevormd. 'Gele Bruid' is een afschuwwekkend boek, het maakt je ziek. Maar het beschrijft de Azerbeidzjaanse realiteit."

Toen Aliyev dertien jaar was verruilde hij Bakoe voor Tbilisi, een stad waar creatieve Azerbeidzjanen regelmatig verblijven. Zoals zoveel tieners wilde hij onafhankelijk zijn, en doordat hij opgroeide in een 'turbulent gezin', nam hij die stap daadwerkelijk. Enkele maanden verkocht hij sigaretten op straat, keerde terug uit Georgië, besefte in Bakoe niet te kunnen blijven, en ging op zijn veertiende naar Istanbul. Daar legde hij de basis voor zijn werk als vertaler Turks, voor zijn huidige positie als hoofdredacteur van de culturele site Kultura.az en als schrijver-dichter.

Nu vertrekt Aliyev opnieuw. Op uitnodiging krijgt hij asiel in Zwitserland. "Het is onmogelijk om van Bakoe te houden in de staat waarin het zich bevindt. Zowel lichamelijk als geestelijk kun je hier niet comfortabel leven. Ik voel me een vreemde. De mensen zijn onbeschaafd, crimineel, agressief. Ik wil niet dat mijn kinderen hier opgroeien."

De volwassen Zaur ziet vol afschuw hoe de stad waarvan hij hield is veranderd in een apathische, smerige hel. Op de Kaspische Zee drijft een stinkende deken van uitwerpselen, urine, sperma en slijm, uitgespuwd door de stadsriolen. Als de Kaukasische mens Gods schepping moet zijn, zal God wel niet bestaan, concludeert hij. Elke weldenkende inwoner van Bakoe kan volgens hem maar beter de benen nemen.

Tegelijkertijd koestert Zaur de herinnering aan de jaren waarin hij naast Artush in de klas zat en zich thuis voelde in Bakoe. Aliyevs zonen van acht en tien jaar kijken nu met diezelfde kinderogen naar hun stad. Willen zij wel mee met hun vader? "Ook mijn kinderen haten deze stad. Vroeg of laat word ik vermoord, en dan blijven mijn kinderen achter zonder vader. Ik heb geen keuze."

Na elk nieuw boek wordt Aliyev bedreigd. Vorig jaar is een vriend vermoord, de schrijver Rafik Tahik. Een vraag naar het politie-onderzoek lacht hij weg. "In Azerbeidzjan is nog nooit een moord opgelost."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden