Als een vlieg tegen de muur geplet

Zijn collega's weten nauwelijks dat hij bestaat. En thuis zit hij ook al onder de plak. Het type van de onzichtbare kantoorklerk inspireerde René de Obaldia en Georges Perec elk tot een boek waaruit veel begrip en sympathie spreekt voor de minder gehaaide medemens.

Wie Remco Campert wel eens in Amsterdam ziet rondlopen, merkt dat hij voorbijgangers vaak spontaan een glimlach van sympathie ontlokt. Zou zoiets ook voor de Frans-Panamese schrijver René de Obaldia gelden? Het zou me niet verbazen. Zijn roman 'De Graf Zeppelin of De lijdensweg van Émile' doet in elk geval sterk aan Camperts werk denken.

Net als diens hoofdpersonen staat Obaldia's Émile nogal hulpeloos in het leven. Hij is een bijziende kantoorklerk, werkzaam op een verzekeringsbureau, waar hij de systeemkaarten onder zijn hoede heeft. Een sympathieke, levensangstige tobber. Zo onopvallend is hij dat zijn vrouw Angélique hem bij de schoonmaak een keer per ongeluk mee-afstoft.

Het leven overkomt hem, hij ondergaat het gelaten, maar wanneer Angélique zwanger wordt en haar buik beangstigend begint op te zwellen, is het Émile te moede als een vlieg die tegen de muur wordt gedrukt.

Wanneer zijn zoontje Baptiste geboren is, doet de jonge vader zijn best om de wenken uit een traktaat over zuigelingenverzorging op te volgen. Dat is niet altijd gemakkelijk: "Wanneer uw kind u vraagt waarom het gras groen is of waarom honden een staart hebben, geef dan een eenvoudig antwoord."

Ook voor zijn echtgenote bevat het werkje trouwens goede raad: "Als de vader afwezig is, schrijft u hem dan dagelijks; houdt hem op de hoogte van hoe de baby zich vermaakt, hoe hij een tijdschrift verscheurt of een fotoalbum of uw postzegelverzameling, hoe hij de snippers rondstrooit, ze opraapt, ze probeert op te eten, ze opeet, een vies gezicht trekt."

Het vaderschap, gecombineerd met zijn baan, wordt Émile al snel te veel. Steeds weer doemen voor zijn geestesoog journaalbeelden op van de laatste minuten van het luchtschip Graf Zeppelin, dat brandend neerstort nadat een man met een strohoed een uitnodigend gebaar heeft gemaakt - een uitnodiging voor de ondergang.

Émile's treurige teloorgang wordt door Obaldia beschreven met een lichtvoetig soort zwarte humor, een droge gevatheid die blijk geeft van veel begrip voor menselijke zwakheden.

Na meer dan een halve eeuw vertoont het kraakheldere proza van de inmiddels 92-jarige schrijver, dat door Mirjam de Veth met merkbaar plezier is vertaald, nog steeds geen spoor van roest of metaalmoeheid.

Bijna tegelijkertijd met de kleine roman van Obaldia verscheen een ander boekje over de wereld van de laag in de pikorde gesitueerde functionaris: Georges Perecs 'Tips en wenken voor wie zijn afdelingschef om opslag wil vragen'.

De Arbeiderspers zet zich al jaren in voor het werk van de in 1982 jong overleden Perec. Terecht. Hij is een van de origineelste Franse schrijvers van de twintigste eeuw.

Een boek als 'Het leven een gebruiksaanwijzing' staat op eenzame hoogte. Maar deze tips en wenken tonen aan dat de koek inmiddels begint op te raken. De tekst verscheen in de late jaren zestig in een tijdschrift, en werd pas in 2008 in boekvorm gepubliceerd.

Toegegeven, het begin is prachtig. In de vorm van een stroomschema wordt op twee bladzijden een handleiding geboden voor een gesprek met uw afdelingschef over salarisverhoging. Precies staat daarin met pijltjes aangegeven welke reactie in welke omstandigheden geboden is. Meestal is dat: afwachten tot zich een gunstiger gelegenheid voordoet. De tekening van een prullenmand neemt in het schema dan ook een prominente plaats in.

Die twee bladzijden met het stroomschema zijn de sterkste van het boek. De rest van de tekst is een soms amusante, maar eigenlijk niet noodzakelijke toelichting op dat schema. Die toelichting wordt vervolgens in het nawoord van Bernard Magné nog eens uitgelegd, en nu dus door mij op mijn beurt voor u uit de doeken gedaan.

Perecs boekje is een vermakelijke, maar al snel voorspelbaar wordende exercitie. Obaldia's ontredderde en vertederende slachtoffer van het leven zal de lezer langer bijblijven.

René de Obaldia: De Graf Zeppelin of De lijdensweg van Émile.
Vertaald uit het Frans en van een nawoord voorzien door Mirjam de Veth. Coppens & Frenks, Amsterdam. ISBN 9789071127816; 115 blz. € 22

Georges Perec: Tips en wenken voor wie zijn afdelingschef om opslag wil vragen.
Vertaald uit het Frans door Rokus Hofstede, met een nawoord van Bernard Magné. De Arbeiderspers, Amsterdam. ISBN 789029573719; 96 blz. €12,50

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden