Als een telegram uit de hemel

In zijn nieuwe boek komt de Britse kunsthistoricus Thomas de Wesselow met een radicale nieuwe theorie over de lijkwade van Turijn. De doek zou de Heiland zelf zijn.

Het renaissancegenie Leonardo da Vinci, buitenaardse wezens, vrijmetselaars, sluwe roomse geleerden - allemaal zijn ze wel een keer aangewezen. De linnen doek waarin Jezus na zijn kruisdood zou zijn begraven, beter bekend als de lijkwade van Turijn, is onderwerp van de meest wilde speculaties. Er is ook een leer die stelt dat de afbeelding erop is veroorzaakt door een korte stoot radioactieve straling op het moment van Jezus' opstanding.

Welbeschouwd is het niet meer dan een groot crèmekleurig laken, ruim vier meter lang, iets meer dan een meter breed. Het mysterie zit hem in de afbeelding. Wie het lijkkleed bekijkt, ziet een spookachtig lijf van een man die gegeseld, gemarteld en gekruisigd is geweest. Zijn gelaat straalt een smartelijke rust uit.

Sinds het kleed in 1356 plotseling werd 'ontdekt' heeft de rooms-katholieke kerk ernstige twijfels gehad over de authenticiteit. Anders dan veel mensen denken, heeft de kerk het mysterieuze lijkkleed nooit een officiële status durven geven. Terecht, zo bleek in 1988. In dat jaar stelden natuurkundigen met behulp van een koolstofdatering vast dat de lijkwade uit de Middeleeuwen stamt.

Maar hoe de geheimzinnige afdruk op de doek is terechtgekomen, daarover tasten geleerden in het duister. De afbeelding lijkt volstrekt niet op andere voorstellingen uit de Middeleeuwen. Bovendien moet het een gecompliceerde procedure zijn geweest om de mansfiguur, eigenlijk een soort fotonegatief, op het linnen te krijgen. Er is een onbekende techniek gebruikt.

Allemaal redenen waarom de speculaties rondom de wonderdoek onverminderd zijn doorgegaan. Nu is er een nieuwe theorie. De lijkwade, zo stelt de Britse kunsthistoricus Thomas de Wesselow, stamt helemaal niet uit de Middeleeuwen. Nee, het doek komt echt uit de tijd van Jezus. Sterker: de lijkwade ís van Jezus. Nog sterker: vergeet Jezus, de lijkwade zélf is de stichter van het christendom.

Wesselows boek 'Het teken' werd deze week met veel tamtam internationaal uitgebracht. Het begeleidende persbericht spreekt van niets minder dan 'een belangrijke publicatie' en 'een pageturner met vele openbaringen'. Het boek heeft niet alleen het omslag van een thriller, het leest ook als een boek van Dan Brown.

Om zijn theorie sluitend te maken, bewandelt de 40-jarige kunsthistoricus een grillig pad. Hij maakt uitstapjes naar de natuurkunde, scheikunde, theologie en sociologie. De koolstofdatering uit 1988 deugt niet, stelt De Wesselow. Volgens hem is dat definitieve bewijs 'vervuild' met Middeleeuwse resten. Omdat alle details op de doek, zoals bloed- en martelsporen, perfect zijn, is namaak uit te sluiten. Bovendien is het mogelijk, zo laat hij met verschillende voorbeelden zien, dat er van ontbindend organisch materiaal een afbeelding gevormd kan worden op doek.

De Wesselow - gewezen kunstgeschiedenisdocent aan King's College in Cambridge, sinds zeven jaar zelfbenoemd 'lijkwade-onderzoeker' - neemt als uitgangspunt dat er 'iets' gebeurd moet zijn rondom het dode lichaam van Jezus. 'Als er met Pasen niets was gebeurd', schrijft hij, 'hadden Jezus' rouwende en gedesillusioneerde volgelingen nooit de aandrang gevoeld om een religieuze beweging te beginnen in zijn naam.'

Wat er met Pasen gebeurde, meent De Wesselow, is het volgende: Jezus' bedroefde volgelingen zagen op de Paasmorgen bij het graf iets dat er uitzag als een mirakel. Niet de fysiek opgestane Jezus, zoals de evangelisten stellen, maar het was de doek waarmee het gekruisigde lichaam omzwachteld was. Door een chemische reactie had zich op het linnen dat om Jezus' lichaam zat een afbeelding gevormd. Verbouwereerd staarden de volgelingen van Jezus naar deze 'foto' van hun Heiland.

Eenmaal buiten het graf ging de lijkwade een eigen leven leiden. De doek had een psychologisch effect. Het werd gezien, zegt De Wesselow, als een 'telegram uit de hemel': als de opgestane Jezus of als (een teken van) de ten hemel gevaren Jezus. Iedereen die het kleed nadien zag, geloofde dat hij oog in oog stond met een afbeelding van de verrezen Zoon van God.

Vandaar, schrijft De Wesselow, dat er in de Bijbel zo veel personen worden opgevoerd die beweren dat ze de opgestane Christus (lees: de lijkwade) hadden gezien: alle apostelen, de discipelen, de Emmaüsgangers, en zelfs een keer een groep van niet minder dan vijfhonderd personen. In de versies in de Bijbel, jaren na Jezus' dood opgeschreven, is het verhaal zo getransformeerd dat de lijkwade consequent de lijfelijk uit zijn graf verrezen Jezus wordt genoemd, zo denkt de kunsthistoricus.

Zelfs de abrupte bekering van Paulus van fanatieke christenvervolger tot devoot gelovige, denkt De Wesselow, valt te verklaren aan de hand van Jezus' lijkkleed. 'Geen verblindend licht, geen angstaanjagende stem: gewoon een merkwaardige vlek op een stuk linnen', aldus de auteur.

Halverwege de eerste eeuw verdwijnt de lijkwade volgens De Wesselow van het toneel om pas in de Middeleeuwen weer op te duiken. Voor de groei van het christendom had het evenwel geen effect meer. Daarvoor was de afbeelding te vaak getoond, het psychologische effect te sterk en waren de getuigen te talrijk.

Het teken. De lijkwade van Turijn en het mysterie van de opstanding, Thomas de Wesselow. Uitgeverij Unieboek | Het Spectrum. 544 blz., € 24,99.

'Er is niet veel wat klopt aan deze lijkwadetheorie'
INTERVIEW | GERRIT-JAN KLEINJAN

Leuk geprobeerd, maar de lijkwadetheorie van Thomas de Wesselow is 'compleet problematisch'. Dat zegt hoogleraar Leonard Rutgers, archeoloog en religiehistoricus aan de Universiteit Utrecht. Hij is expert op het gebied van het vroege christendom. Op verzoek van Trouw bekeek hij de theorie van Thomas de Wesselow.

"Er zit een onoverkomelijk cultuurhistorisch probleem in zijn theorie", zegt Rutgers. "In de joodse context waarbinnen de begrafenis van Jezus moet worden gezien, speelt onreinheid een immense rol. Vooral onreinheid veroorzaakt door doden. Dat moest met allerlei rituelen tenietgedaan worden.

"Als je lijkdoeken meeneemt, dan betekent het dat je onrein bent. Als je wilt beweren dat de lijkwade uit het graf is gehaald, dan moet je ook verklaren dat onreinheid geen rol speelde en dat andere joden bereid waren om in de buurt van het doek te komen. De Wesselow noemt het zelfs niet."

Er is nog een tweede probleem. "Als deze theorie klopt, waarom wordt de lijkwade niet gewoon genoemd in de Bijbel? Zo vreemd zou dat niet zijn. In het verhaal van Lazarus, die wordt opgewekt uit de dood, spelen de doeken waarin hij is gewikkeld ook gewoon een rol."

De Wesselow doet in zijn boek erg veel moeite om de koolstofdatering, die in 1988 is gedaan en waaruit blijkt dat de lijkwade middeleeuws is, onderuit te halen. Rutgers, die verschillende opgravingen in Rome heeft geleid, maakt regelmatig gebruik van de koolstofmethode om de ouderdom van resten te dateren.

"Die methode is feilloos", zegt hij. "Dat is het definitieve bewijs dat de lijkwade middeleeuws is." Volgens De Wesselow waren de monsters van de lijkwade 'vervuild' met middeleeuwse sporen. Rutgers noemt dat 'kolder'. Hij legt uit: "Elk levend organisme neemt radioactiviteit op. Gaat het dood, dan vermindert de straling. Die meet je als je de koolstofmethode uitvoert. Dat is bij de lijkwade door drie laboratoria gedaan, met hetzelfde resultaat. Die uitkomsten kunnen niet gemanipuleerd worden."

Verschillende slordigheden van De Wesselow storen Rutgers. "Heel basale dingen doet hij fout", zegt de hoogleraar, die verschillende fouten heeft aangestreept in zijn exemplaar van het boek.

Op de eerste bladzijde van het eerste hoofdstuk begint het al. Daar zit de schrijver 55 jaar naast de correcte datum waarop het christendom staatsgodsdienst werd (De Wesselow noemt het jaar 325 in plaats van 380).

Het irriteert Rutgers ook dat de auteur dezelfde bijbelboeken soms wel, soms niet betrouwbaar noemt, al naar gelang het hem uitkomt. Dat doet hij bijvoorbeeld bij de verschillende versies van het paasverhaal. Rutgers: "Wat wil je nu, denk ik dan".

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden