Review

Als een rivier een riool wordt...

Klaus Kordon: 'De eerste lente', vert. Els van Delden, Van Holkema en Warendorf, 447 p, ¿ 37,50, vanaf 12 jaar.

Drie historische keerpunten heeft Kordon gekozen. Het eerste deel, het nog niet vertaalde 'Die roten Matrosen oder ein vergessener Winter' speelt in 1918-'19, aan het einde van WO I en het begin van de Weimarer Republiek.

In het volgende deel, 'Met je rug tegen de muur' (Zilveren Griffel 1993), is het 1932-'33, en Hitler komt aan de macht. Dit deel eindigt met de Rijksdagbrand, als hoofdpersoon Hans Gebhardt, vijftien jaar oud, ternauwernood een aanslag van een SA-wraakcommando overleeft en zijn oudere broer Helle en schoonzus Jutta gearresteerd worden. Een deprimerender slot is niet denkbaar, en dat komt des te harder aan omdat Kordon dwars door alle politieke botsingen en wrijvingen heen personages van vlees en bloed heeft neergezet, met wie de lezer bevriend is geraakt.

Het boek schreeuwde om een vervolg, en met 'De eerste lente' is dat er nu. Het speelt in het eerste halfjaar van 1945, en vooral tijdens de weken na de bevrijding c.q. overwinning door de Russen en Amerikanen. Eerst bombarderen de Tommy's en Ami's de stad dag en nacht. Daarna komen de straatgevechten met de Russen. De familie Gebhardt, of wat daar van over is, brengt vele uren door in de schuilkelder onder de woonkazerne, samen met de andere bewoners. Op het hangen van witte lakens voor de ramen, ten teken van overgave, staat de doodstraf. Sommige nazi's uit het woonblok zijn zo opportunistisch om, vooruitlopend op Hitlers ondergang, alvast aan te pappen met de Gebhardts. Anderen blijven blind in de Führer geloven. Die verschillen, en alle gradaties ertussen, schetst Kordon zeer genuanceerd en overtuigend.

Hoofdpersoon is nu de twaalfjarige Anne Gebhardt, dochter van Helle en Jutta, die na hun arrestatie in '33 nooit meer teruggekomen zijn. Anne was toen enkele maanden oud, en is verder opgevoed door haar grootouders, van wie ze altijd gedacht heeft dat het haar ouders waren. Stukje bij beetje komt Anne meer te weten over het lot van haar echte vader en moeder, en van haar oom Hans, de hoofdpersoon uit 'Met je rug tegen de muur'. Haar moeder Jutta, overtuigd communiste, en oom Hans, partijloos socialist die in het verzet ging, blijken in gevangenschap vermoord te zijn. Het lot van haar vader is onzeker.

Bij de bevrijding c.q. overwinning door de Russen, begin mei, is het boek pas op eenderde. Er blijkt weinig te vieren. Goed, Hitler is dood en de Russen delen soep uit. Maar de Russen plunderen en verkrachten ook, en arresteren en executeren de verkeerde mensen. Anne droomt ervan dat haar vader misschien terugkomt, maar als hij inderdaad op een dag voor haar neus staat, uitgemergeld en met zijn tanden uit zijn mond geslagen, schrikt ze van die vreemde meneer.

Het bijzondere aan Kordon is dat hij zonder nu zo'n begaafd stilist te zijn, de lezer zijn verhaal binnenzuigt. Hij schrijft sober, rustig, zonder kunstjes of kunstgrepen, maar met een gevoelige antenne voor sociaal-politieke en ethische nuances, veranderingen en discussies, die hij steeds in concrete details aanschouwelijk weet te maken.

Zo ziet Anne tot haar verbazing dat verschillende buren de Russen verwelkomen met een rode vlag. Maar als ze goed kijkt, ziet ze een donkerder rode plek in het midden: daar waar ze het hakenkruis eraf getornd hebben. Tegelijkertijd zie je het stroeve gewenningsproces van Anne en haar vader aan elkaar: Helle wil zijn dochter na twaalf jaar gevangenschap en concentratiekamp (Buchenwald) dolgraag knuffelen, maar Anne houdt dat eerst af. Het zijn dit soort details, en het voortdurend vloeiend in elkaar overlopen van het persoonlijke en het politieke die 'De eerste lente' (samen met 'Met je rug tegen de muur') tot een indrukwekkend brok sociaal-politieke geschiedenis in romanvorm maken.

Het hele boek gaat over goed en kwaad, maar toch is Kordon geen moralist. Daar is hij te eerlijk voor. Hij laat haarfijn zien hoe de dingen konden lopen zoals ze gelopen zijn. Hij is Duitsland in dit boek, vooral het Duitsland dat het verleden niet wil verdringen maar verwerken.

Kordon leeft zich in in alle politieke schakeringen, in KZ-slachtoffers, in joden, en confronteert ze met elkaar. Hij hangt de complete vuile was buiten, niet alleen van de nazi's, maar evengoed van de communisten, stalinisten en sociaaldemocraten (zijn eigen nest). En dat doet pijn. Bijvoorbeeld als Anne's vader Helle, net terug uit Buchenwald nog altijd communist, van een vriend die jarenlang in Rusland heeft gezeten hoort over de misdaden van het stalinisme. Van een nazi wilde hij dat niet aannemen, nu hij het van zijn vriend hoort moet hij het wel geloven. Dat is een dramatisch moment, evenals het moment dat Helle's zus Martha terugkomt om met hem te praten. Zij was indertijd getrouwd met een nazi, die medeverantwoordelijk was voor de arrestatie van Helle en Jutta, en daarna uitgestoten uit het gezin. Kordon comprimeert dit soort dramatische confrontaties, dit doorbrekend zelfinzicht, dat in werkelijkheid decennia gevergd heeft, in enkele weken. Romantechnisch levert dat misschien teveel discussies op, maar historisch gezien ligt het voor de hand: na al die jaren van censuur komt er opeens overstelpend veel informatie los, bijvoorbeeld over wat er in de kampen gebeurde, en opeens mag je vrijuit praten.

Kordon is met deze trilogie waaraan hij tien jaar gewerkt heeft - en vooral met 'De eerste lente' - uitgegroeid tot het politiek geweten van Duitsland. Het is een soort Duits 'Novecento', maar gaat dieper. Kordon zoekt naar de wortels van het nazisme, communisme en socialisme. Hij vindt ze niet. Het enige wat hij vindt is een tot catastrofes leidend menselijk tekort. En als manier om daar mee om te gaan: nederigheid en medemenselijkheid. Grootvader Gebhardt, oercommunist in de lijn van Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht, is hiervan het prototype. Literair gezien is hij een te positief personage, te verdraagzaam, te zachtmoedig. 'Ook de Führer is maar een mens' zegt hij.

Kordons trilogie is een gründlich pleidooi voor de herwaardering van humanistische waarden en normen. Niet op een conservatieve, restauratieve manier, maar vanuit volledige openheid, gericht op de toekomst, nu het nazisme weer in opmars is. 'Als een rivier een riool wordt, is dit niet de schuld van de bron', zegt hij in zijn nawoord. En die bron, daar wil hij naar terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden