Als een man het gemaakt heeft

In haar slimme nieuwe roman suggereert de Amerikaanse Siri Hustvedt dat vrouwelijke kunstenaars kolossaal gediscrimineerd worden

"Alle intellectuele en artistieke ondernemingen, zelfs parodieën en andere grappig dan wel ironisch bedoelde uitingen, doen het beter bij het publiek als het weet dat ergens achter dat grote werk of achter die grote volksverlakkerij een pik en een paar ballen gesitueerd kunnen worden," aldus een zekere I.V. Hess in zijn 'Inleiding door de samensteller'. De jongste roman van Siri Hustvedt is een spel met maskers. Zelfs de schrijfster verschuilt zich: achter academicus Hess. Hij is het die een aantal documenten bijeenbrengt van en over Harriet Burden, een kunstenares die zelf diverse maskers opzet en er lelijk in verstrikt geraakt.

De hele roman draait erom dat Harriet Burden, de onbetekenende echtgenote van de grote New Yorkse kunstverzamelaar Felix Lord, wil bewijzen dat ze goede kunst maakt. Hoewel ze in de jaren zeventig en tachtig een paar niet onverdienstelijke tentoonstellingen heeft gehad, is de grote erkenning uitgebleven. Daarom heeft ze na de dood van haar echtgenoot besloten drie mannen in te schakelen om onder hun naam haar eigen kunst te exposeren. Voor de eerste expositie, 'The History of Western Art', dient de jonge god Anton Tish als pseudoniem, met als resultaat lovende kritieken en een uitverkochte galerie. De tweede expositie, 'The Suffocation Rooms', is dan weer ondertekend door Phineas Q. Eldridge en heeft ook veel succes. Maar het is de derde 'gemaskerde' tentoonstelling, 'Beneath', die onder het pseudoniem van de charismatische jonge Rune een ware massahysterie ontketent onder kunstkenners. Met het hele project, dat Burden 'Maskings' doopt, wil ze niet alleen aantonen dat in de kunstwereld kolossale vooringenomenheid tegenover vrouwen heerst, maar ook dat het publiek een kunstwerk anders waardeert als het door een man is gemaakt.

In de loop van het boek wordt de hele opzet van 'Maskings' haarfijn uit de doeken gedaan. De kunstenares is al overleden als haar biografie wordt geschreven, maar haar stem spreekt tot ons via fragmenten uit haar talloze dagboeken. De 'samensteller' wisselt die af met interviews van ongelovige recensenten, essays over kunst en getuigenissen van bekenden: Harriets kinderen Maisie en Egon, haar vriendin Rachel en haar minnaar Bruno. Zo tekenen de contouren van dit bizarre project zich langzaam af, en komen we ook meer te weten over de kunstenares, die wordt neergezet als een personage dat zich altijd ondergeschikt heeft gemaakt aan de wensen van mannen: eerst haar vader, dan haar beroemde echtgenoot.

Toch heeft Harriets wraak - het maskerproject - haar uiteindelijk geen bevrediging gebracht. Ze is lelijk in de maling genomen door Rune, die uiteindelijk heeft geweigerd haar auteurschap van de kunstwerken te erkennen: "Wat ik niet goed begrijp is dat ze lijkt te beweren dat zij verantwoordelijk is voor mijn werk. Ik begrijp domweg niet waarom ze zoiets zegt. Weet u, toen haar man is overleden, heeft ze het een tijd moeilijk gehad, en ze is al jaren in behandeling bij een psychiater."

Hustvedt levert met deze roman een intellectuele krachttoer. Ze jongleert met de pseudoniemen van Kierkegaard, de theorie van de perceptie van Husserl en de psychoanalyse van Jacques Lacan. Ze strooit kwistig met citaten uit het werk van Marinetti, Cocteau en Emily Dickinson. Ook lijkt ze zich grondig te hebben verdiept in de geschiedenis van de vermomming, waarbij ze tal van vrouwen heeft gevonden die gendergebonden vooroordelen hebben ontweken door als man door het leven te gaan. Haar grote voorbeeld is de zeventiende-eeuwse Margareth Cavendish, hertogin van Newcastle, die zich als vrouw in een door mannen gedomineerde wereld nadrukkelijk als intellectueel profileerde. De titel van Hustvedts roman, 'The Blazing world', is veelzeggend genoeg ontleend aan het filosofische gedicht van deze geleerde vrouw.

Verder heeft Hustvedt haar verhaal fraai geconstrueerd, waarbij de verschillende stemmen telkens een ander aspect van Harriet - Harry - Burden onthullen. Onovertroffen is haar beschrijving van de diverse kunstwerken, wat een heksentoer mag heten, omdat deze kunstwerken natuurlijk fictief zijn. Naar verluidt kan de schrijfster, die in het dagelijks leven professor esthetica is, urenlang naar een kunstwerk kijken om het vervolgens te beschrijven. Ze noemt het 'kunstwerken creëren in taal'. Als lezer krijg je zowaar zin om binnen te wandelen in het fictieve werk 'The Suffoca-tion Rooms', een opeenvolging van identieke kamers: "Aan het begin van de reis paste het meubilair bij de gemiddelde volwassene, maar in elke volgende kamer werden de tafel en de stoelen, de kopjes en bordjes zoveel groter dat de afmetingen van het meubilair, tegen de tijd dat je in de zevende kamer aankwam, een klein hummeltje van je gemaakt hadden."

Toch heeft deze roman ook iets onevenwichtigs. Want terwijl het cerebrale primeert, stort de schrijfster ook bakken ongecontroleerde emotie over ons uit, zonder dat die twee elementen ergens geïntegreerd worden. Als 'Harry' ten slotte kanker heeft en wordt geopereerd, luidt het: "Harry had zich laten opensnijden. Ze had zich leeg laten plunderen." Elders noteert ze zonder enige context: "Ik wil vlammen en donderen en brullen. Ik wil me verschuilen en huilen en me aan mijn moeder vastklampen. Maar dat willen we allemaal."

Ook het feminisme van Harry/Hustvedt heeft iets clichématigs, wat contrasteert met de kunstenares als zelfverklaard genie. "'Geld is macht,' zei ze. 'Mannen met geld. Mannen met geld maken de dienst uit in de kunstwereld. Mannen met geld beslissen wie wint en verliest, wat goed is en wat slecht.'" Elders poneert ze: "Vaders, leermeesters en minnaars verstikken de reputaties van vrouwen." Erg vernieuwend of geniaal klinkt het niet.

Maar het grootste probleem van deze roman is misschien wel zijn volstrekte gebrek aan ironie, cynisme of humor, terwijl een overtuigende schets van de kunstwereld als perfide biotoop toch nauwelijks zonder kan. Aan het einde van haar leven beweert Harry: "Ik heb grappen over lijken gemaakt en de gekste plannen voor mijn begrafenis." Als je dat op pagina 444 leest, begint je te dagen dat Harry in dit hele boek niet één keer grappig is geweest. Dat is een gemiste kans, net als de feministische clichés, die telkens weer uitleggerig en psychologiserend worden opgelepeld. En hoewel het hele idee van de maskerades een vondst is, en de stellingen over identiteit best kunnen boeien, is het uitgangspunt van deze roman wellicht te programmatisch om te kunnen bewerken wat hij beoogt: vlammen.

Siri Hustvedt: De vlammende wereld. (The Blazing World). Vertaald door Auke Leistra. De Bezige Bij, Amsterdam; 476 blz. euro 24,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden