Als een dralende camera

Bernlef laat zien dat hij niet uit is op meeslepend, maar op denkend proza

De in 2012 overleden schrijver J. Bernlef kreeg indertijd de P.C. Hooftprijs voor zijn poëzie, opmerkelijk misschien bij een schrijver die toch de grootste publieke successen met zijn proza beleefde. Vooral de roman 'Hersenschimmen' is een klassieker in de Nederlandse literatuur. Toch was die prijs voor poëzie terecht. Bernlef is in wezen altijd een dichter geweest, iemand die niet in eerste instantie probeerde een verhaal te vertellen maar die keek wat er achter de feiten of tussen de regels door eigenlijk gebeurde.

In zijn postume roman 'Onbewaakt ogenblik' over een oude, op de schrijver zelf gelijkende auteur die het gevoel heeft dat zijn hele leven hem ontglipt, schrijft hij aangaande die dichterlijke inslag: "De elliptische stijl, de stijl waarin je woorden weglaat en aan de verbeelding van de lezer overlaat, is eigenlijk niet de stijl van de roman maar die van de lyriek. Mijn werkwijze is caleidoscopisch, facetgewijs. De elliptische stijl is niet meeslepend, integendeel, hij werkt vertragend, tegen de draad in. De verbeelding van de lezer moet op volle toeren werken. Dat betekent in hoge mate: bewust: eerder contemplatie dan actie."

Die schrijvershouding kenmerkt ook de verhalen in de bundel 'Wit geld', het kort geleden verschenen tweede postume werk van Bernlef, die bij zijn dood nog heel wat in de la had liggen. Bernlefs hoofdpersonen zoeken iets, maar vinden het niet, een beetje onder het bekende Kopland-motto: 'Wie wat vindt heeft slecht gezocht'. In het titelverhaal vertrekt een belastinginspecteur op eigen houtje naar de Kaaimaneilanden om een louche zaakje te onderzoeken, hij wordt er in de watten gelegd maar keert onverrichterzake terug. Niets opgelost maar wel iets opgeleverd; zijn vrouw constateert na afloop: "In ieder geval heb je een kleurtje gekregen."

In zekere zin stelt Bernlef steeds opnieuw de vraag: wat is werkelijkheid, wat waarheid en kun je er wel achterkomen? De demente hoofdpersoon in 'Hersenschimmen' leefde in een soort vacuüm, maar ook Bernlefs andere personages zijn ontvankelijk voor de ongrijpbare marges van het bestaan. Zo verhaalt in 'De figurant' een zekere G. over het leven van een ideale filmfigurant die tijdens een ziekenhuisscène aan een hartaanval zou zijn gestorven. Maar nee, de figurant schrijft aan G. dat dat verhaal helemaal niet klopt, dat hij nog leeft en dat de schrijver maar wat fantaseert.

Licht en zonder nadruk wijst Bernlef de lezer erop dat de werkelijkheid geen mooi, rond verhaal is maar iets anders, emotie bijvoorbeeld, verkleurde herinnering: "Vreemd dat een verhaal ons het uitzicht op zoiets belangrijks kan beletten. Pas als wij het verhaal als een gordijn opzijschuiven wordt ons een blik in een wereld gegund die wij met niemand hoeven delen, waar wij maar even mogen verblijven omdat wij niet lang zonder de zuurstof van het verhaal kunnen. Onze blik wordt, door de dralende camera, even bevrijd uit de wereld van oorzaak en gevolg, een kort moment uit de tijd getild."

Zo lijkt in al deze verhalen achter de schijnbare waarheid iets anders achter schuil te gaan; in 'Theater' gaat een toneelstuk ten onder aan taal ('woorden zijn afleidingsmanoeuvres'), in de novelle 'Bevrijding', een op het eerste gezicht nogal clichématig oorlogsverhaal, blijkt de geschiedenis à la Hermans' 'De donkere kamer van Damokles' vol te zitten met dubbele bodems over goed en fout.

'Wit geld' biedt daarmee mooi, karakteristiek Bernlef-proza en onontkoombaar denk je bij zijn verhulde waarheid-thematiek ook aan de schrijver zelf; hij mag dan dood zijn, hij is er nog volop.

Bernlef: Wit geld. Querido, Amsterdam; 256 blz. euro 19,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden