Als een bedelaar met een lege nap

De man die dacht dat niet alleen Engeland maar iedere Engelsman een eiland is, zou ervan opgekeken hebben: een serie in het weekblad The Tablet waarin Britten onder het motto 'How I pray' hun gebedsleven etaleren.

Er zijn nu vijf afleveringen gepubliceerd. Drie waren afkomstig van vrouwen. De medisch directrice van een tehuis voor stervenden; een redactrice van The Tablet; en een gescheiden huisvrouw met acht kinderen, van wie er een aan anorexia nervosa lijdt en die haar bijdrage besluit met 'Halleluja!'. De twee mannen die het kwintet completeren, zijn een benedictijner monnik en de provinciaal van de Engelse jezuieten.

Als je de vijf stukken achter elkaar doorleest, valt meteen op hoeveel mededeelzamer en concreter de drie vrouwen zijn. Hoe ze bidden en wat en wanneer en waar - ze winden er geen doekjes om. Een heel contrast met de jezuiet. Die bouwt eerst een muurtje van algemeenheden en citaten (Chesterton, St. Benedictus, Santayana, St. Ignatius, een psalmdichter) en kom er dan achter vandaan met de mededeling dat hij zelf weinig verschil ervaart tussen bidden en werken: "Bidden is naar vermogen het goede doen met je talenten, tijd en kansen" .

De monnik mediteert vooral. Hij blijft er wel bescheiden onder. Voor liefhebbers die in mediteren een hogere vorm van gebed zien, beoefend door een geestelijke elite, heeft hij een ontnuchterende boodschap: het zijn eerder mensen "met de grootste ego's" voor wie het, evenals trouwens het kloosterleven, de aangewezen weg is.

Waar?

Omdat de praktische kanten van het pogen om met God in contact te komen, in kerkbladen zelden worden behandeld, vat ik de desbetreffende informatie samen. Waar bidden de schrijfsters? Vooral thuis, onder de trap, zegt de redactrice. Ze heeft daar een hokje ingericht waar kaarslicht, afbeeldingen van klassieke en hedendaagse kunst en diverse souvenirs quite an atmosphere scheppen. Er is ook een bidbankje, afgestaan door karmelietessen tot wie de redactrice zich had gewend nadat ze in de relevante sector van de middenstand alleen een veel te chic en prijzig bidmeubel van anglicaanse makelij had aangetroffen.

De medisch directrice doet het in de huiskamer, zittend voor een ikoon en een kaars, de benen kruiselings over elkaar geslagen, een beker thee in de hand. De huisvrouw bidt ook thuis, maar maakt voor haar geestelijke oefeningen tevens gebruik van parkeerplaatsen, bijvoorbeeld bij de school waar ze haar kinderen 's morgens aflevert.

Wanneer?

Hoewel voorstander van orde en regelmaat in de gebedspraktijk, heeft de redactrice er grote moeite mee, vaste tijdstippen aan te houden. De huisvrouw bad vroeger 's avonds laat, maar werd te vaak door slaap overmenst. Nu staat ze 's morgens een half uur vroeger op, voordat de jongste kinderen wakker worden in hun natte bedjes. Ook de directrice prefereert voor het formele gebed het ochtendkrieken, zo tegen half zeven, al kan ze moeilijk uit bed komen. Daarnaast voelt ze in de loop van de dag nogal eens gebeden opkomen - in de auto, achter haar bureau, bij de tv. Maar de frequentie van deze Overflow Prayers - 'spontaan opborrelend ergens diep in me' - hangt er sterk van af hoe ze 's morgens gebeden heeft.

Bij de beschrijving van de inhoud van hun gebed bedienen drie van de vier auteurs zich van de term mantra's. De monnik definieert die als 'heilige woorden of zinnen die voortdurend met liefde en trouw herhaald worden'. Voorbeelden verstrekt hij niet.

De vrouwen zijn minder schroomvallig. De directrice bezigt fragmenten van bijbelteksten "die ik aantref tussen het drijfhout in de rivier van mijn geest" , zoals: 'Schep mij een rein hart, o God'. "Vaak gaan zulke werktuiglijk herhaalde gebeden over in een diepe rust ... Leeg en stil zit ik dan voor God, als een bedelaar die wacht tot zijn nap gevuld wordt."

Met mantra's probeert de huisvrouw zich "op God te concentreren, terwijl de dagelijkse sleur van verstopte afvoerpijpen, verstopte communicatielijnen, natte bedden en koppige tieners een aanslag doet op m'n energie" . Vaak herhaalt ze een 'lofprijzingsmantra' - "Lof, aanbidding en glorie zij God, nu en tot in eeuwigheid" - maar als de boel thuis uit de hand dreigt te lopen, wil ze wel eens overschakelen op 'O God, kom me te hulp, o Heer, haast u!'. "Doet hij het ook? Soms lijkt het van wel, soms heb ik het gevoel dat hij me wat volwassener wil zien worden."

Bovenkamer

De redactrice onderneemt in haar gebed geregeld een denkbeeldige tocht naar een bovenkamer, waar Jezus haar klop op de deur beantwoordt.

"Soms ben ik de eerste bezoeker, maar vaker is het vertrek al vol mensen doden en levenden, dierbaren en gasten die ik alleen van horen zeggen ken. Ze heten me welkom en nodigen me uit om deze periode van verkwikking met hen te delen. ... Soms komt Jezus naar me toe en wast mijn voeten. Terwijl hij bezig is, vertel ik hem waarom ik onwaardig ben en hij wast het allemaal weg."

Of smeekbeden ook verhoord worden, is een vraag die alleen in de stukken van de huisvrouw en de monnik opduikt. De monnik zegt er dit over: "Smeekbeden zijn niet het hart van het gebed. Crises in mijn geestelijke groei hebben me helpen begrijpen, waarom St. Izaak van Syrie ooit heeft gezegd dat we pas beginnen te bidden wanneer we met bidden ophouden."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden