'Als de wagen kapot gaat is het voorbij, dan stop ik'

De SRV-man en zijn rijdende winkel, het is een klassieker uit het Nederlandse straatbeeld. Maar de SRV-man dreigt uit te sterven. Het verdwijnen van 'gewone' winkels op het platteland kan zijn redding zijn. De overheid weigert vooralsnog geld te stoppen in de wederopstanding.

Op een slingerende boerenweg in de omgeving van Apeldoorn komt de witte melkwagen tot stilstand. Vakkundig draait de chauffeur achteruit het boerenerf op. Eén hand aan het stuur en met in de andere hand een telefoon aan het oor. Als de rijdende winkel pal voor de voordeur van de boerderij tot stilstand is gekomen stapt de chauffeur uit. Geen grijze man in overall, maar een jonge vrouw in spijkerrok en paarse legging. "Service tot aan de voordeur", zegt ze met een brede glimlach.

Diana Habekotte is een witte raaf binnen de uitstervende beroepsgroep van SRV-mannen. Ze is pas 24. Begonnen als hulpkracht en nu fulltime aan het werk op de rijdende winkel. Aan haar diploma mbo-verpleging heeft ze niet veel. Aan het vrachtwagenrijbewijs des te meer. "Een buurmeisje vroeg me ooit of ik mee wilde. Dat deed ik en daarna ben ik nooit meer weggegaan."

Habekotte loopt de openstaande deur van de boerderij door en roept hard "hallo allemaal!" Van de boerin krijgt ze een boodschappentas en een boodschappenlijstje aangereikt en vervolgens gaat ze aan het werk. Ze pakt de sinasappelen bij elkaar. Snijdt een blok kaas af, zoekt de gewenste koekjes en legt een paar broden bovenop de gevulde tas. Vervolgens draagt ze alle boodschappen het woonhuis binnen en zet ze op de keukentafel. De boerin klimt inmiddels voorzichtig de winkel in. Ze legt uit dat ze nauwelijks meer kan lopen doordat ze net twee nieuwe knieën heeft gekregen. Ze zou niet weten wat ze zonder Diana zou moeten.

De SRV-man en zijn rijdende winkel. Het is een klassieker uit het Nederlandse straatbeeld. In de jaren 70 reden er ruim vierduizend rond. Nu zijn het er nog maar tweehonderd. De afgelopen twee jaar stopten weer tientallen winkeliers en volgens de branchevereniging dreigen nog veel meer winkeliers het loodje te leggen.

"Over tien jaar is er geen melkman meer over." Jos Gerritzen rijdt met zijn winkel door Tolkamer en Spijk, vlakbij de Duitse grens. Hij is veel meer de stereotiepe melkman. Vlotte babbel en vooral ook grijze haren. Hij is 57 jaar en niet bepaald optimistisch over de toekomst van zijn vak. "We hadden hier in de regio een clubje van elf SRV-mannen. Ik ben een van de laatsten. De rest is gestopt of overleden."

Ook voor Gerritzen zelf nadert zo langzamerhand het einde. Al veertig jaar rijdt hij met zijn rijdende winkel door het gebied, maar het kan nu zo maar afgelopen zijn. "Als de wagen kapotgaat, is het voorbij. Dan stop ik. Een nieuwe investering haal ik er niet meer uit." Houdt de wagen het vol, dan gaat Gerritzen door tot hij 65 is. Een opvolger heeft hij niet. Zijn twee dochters willen de zaak niet van hem overnemen en dat snapt hij maar al te goed. "Het is hard werken. Voor zeven uur al op pad. Om zes uur 's avonds weer terug en dan nog de wagen volladen voor de volgende dag. Vaak eet ik pas om negen uur 's avonds. En de kinderen zien ook dat het geen vetpot is. Als de banden van de wagen kapot zijn, leg ik er direct nieuwe op, maar als de televisie kapot is, komt er pas een nieuwe als ik er geld voor heb. Het is in de loop der jaren steeds harder werken geworden voor dezelfde euro."

Ondanks de grote terugloop aan rijdende winkels gelooft de directeur van brancheorganisatie Samenwerkende Ambulante Melkhandel (SAM), Gerard Segers nog in een toekomst voor zijn vakgenoten. Sterker nog, al jaren wordt er gesproken over een comeback van de SRV-man. De rijdende winkel moet voor het leeglopende platteland een deel van de oplossing worden.

"We zijn in veel dorpen en gehuchten nog de laatste voorziening. Wij komen nog overal. We kennen onze klanten en de klanten kennen ons" , vertelt Segers. En door de afnemende voorzieningen ziet Segers talloze nieuwe mogelijkheden. "Er is geen bank meer in het dorp, maar bij ons kunnen de mensen geld pinnen. En als we toch bij de mensen aan huis komen, kunnen we toch ook de gewenste medicijnen meenemen? Hetzelfde geldt voor de post." In elke verdwijnende voorziening zit volgens Segers een kans voor de rijdende winkel. Als door nieuwe bezuinigingen straks de bibliotheek en de bibliobus verdwijnen, denkt hij dat de rijdende winkels een oplossing kunnen zijn.

Als Diana Habekotte hoort over de ideeën van de branchevereniging schiet ze in de lach. "Dan moet ik een wagen van elastiek hebben." En inderdaad lijkt er in de rijdende winkel weinig plaats meer om boeken mee te nemen. De SRV-wagen zit overvol met tweeduizend verschillende producten. Negen soorten jam, zeven soorten soep. Verse groenten, zuivel en brood. Het lijkt onwaarschijnlijk dat daar nog boeken bij kunnen. Maar even later zit Habekotte toch te passen en te meten. "Hier, onder de koekjes zou je nog iets kunnen maken."

Jos Gerritzen vindt ook dat de rijdende winkels een belangrijke voorziening zijn voor het steeds leger wordende platteland. Hij kan zich de tijd nog herinneren dat er in Spijk vijf of zes winkels waren. Nu is er geen enkele meer over. Vooral voor de oudere inwoners van de dorpen zal het, volgens Gerritzen, een ramp zijn als hij stopt. "Die mensen hebben geen auto en kopen alles bij mij." Bovendien ziet Gerritzen zich voor veel oudere klanten als een soort sociaal raadsman. Hij praat met zijn klanten over ziektes en de kinderen.

De melkman uit Tolkamer vindt de plannen en de ideeën van de brancheorganisatie sympathiek, maar hij denkt niet dat er nog een tweede leven voor de SRV-man inzit. "De mensen rijden hier liever naar Duitsland om boodschappen te doen. Dat is goedkoper. En veel mensen werken in de stad en doen daar de boodschappen." De extra service waar de SAM mee denkt te kunnen scoren brengt hij al zoveel mogelijk in de praktijk. Klanten kunnen bij hem pinnen en ze kunnen postzegels kopen. Boeken meenemen ziet hij niet zitten. Daar heeft hij geen plaats voor.

De brancheorganisatie ziet dus nog wel kansen op het vergrijzende platteland. Maar om die te kunnen grijpen zoekt de SAM steun bij de politiek. Drie jaar geleden leek de redding nabij. Toenmalig Tweede Kamerlid Joop Atsma van het CDA was enthousiast over het verhaal van de SAM. Hij pleitte voor de terugkeer van de rijdende winkel in de kleine dorpskernen. Inclusief de extra service die de SAM wil bieden.

Daar is dus tot nu toe niks van terechtgekomen erkent Gerard Segers van de SAM. "De Tweede Kamer bepaalde dat er twee proefprojecten moesten komen. Maar daarna gaat de ambtelijke molen pas draaien. Wij stonden binnen no time buiten en van de projecten is niks terechtgekomen."

Atsma is inmiddels staatssecretaris. Zijn portefeuille is overgenomen door Ger Koopmans. Die heeft ook geen idee hoe het met de beloofde proefprojecten is gegaan, maar concludeert ook dat het gewenste resultaat in ieder geval niet is bereikt. Het aantal rijdende winkels neemt immers af in plaats van toe. Ook Koopmans vindt de SRV-wagen een meerwaarde voor het platteland. Hij roemt, net als Atsma, het belang voor de leefbaarheid en dan met name voor de ouderen. Maar directe hulp uit Den Haag lijkt momenteel ver weg. "Het rijk heeft geen SRV-wagens. Wij hebben geen geld en moeten alleen maar bezuinigen. Ik vind het meer iets voor gemeenten en provincies om hier in te investeren."

Brancheorganisatie SAM had al geconcludeerd dat er op een ander bestuurlijk niveau naar hulp moet worden gezocht. Honderd plattelandsgemeenten hebben een brief gekregen en momenteel voert het bestuur van de SAM met twintig gemeenten gesprekken. "Wij zitten niet te wachten op structurele subsidies. Maar als wij onze plannen willen uitvoeren is er in het begin wel geld nodig om de op te starten. Dat geld hebben onze ondernemers niet", zegt voorzitter Gerard Segers.

Oudgediende Gerritzen denkt dat zijn voorzitter hier gelijk in heeft. "Een nieuwe wagen kost je inclusief stalling en goederen zo honderdduizend euro. Dat wil een bank je echt niet lenen op dit moment. Als je het startkapitaal van de overheid kan krijgen zou het kunnen helpen."

Burgemeester Henk Aalderink van de gemeente Bronckhorst is voorzitter van de P10. Een samenwerkingsverband van grotere plattelandsgemeenten. Hij is enthousiast over de plannen van de SAM. "Het zijn goede ideeën. Daar liggen kansen." Maar voor geld hoeven de ondernemers ook niet bij hem aan te kloppen. De gemeente heeft ook geen geld meer. Volgens Aalderink ligt de sleutel bij de bevolking van het platteland zelf. Als zestig procent van de inwoners de boodschappen liever in een grote supermarkt in een andere plaats blijft doen wordt het lastig voor de lokale ondernemers. De inwoners moeten zelf de waarde inzien van de voorzieningen die er nog zijn. Voor financiering verwijst Aalderink terug naar het rijk. "Er moet een fonds komen waar plannen voor het hooghouden van de leefbaarheid op het platteland uit betaald kunnen worden."

Mooie woorden, maar geen geld van het Rijk en hetzelfde resultaat bij de gemeente. Blijft de provincie over. Ook een bestuurslaag die zich drukmaakt over de leefbaarheid op het platteland. "Leuk! Eerst korten ze ons op het provinciefonds en vervolgens verwijzen ze naar ons door", is de eerste reactie in het provinciehuis van Zeeland. Maar vervolgens laat de woordvoerder van de provincie weten dat het natuurlijk altijd mogelijk is om een plan te maken en daarvoor subsidie aan te vragen. Voor een vergelijkbaar project heeft de provincie Zeeland ook geld uitgetrokken. In de provincie rijdt tegenwoordig een Bibliotheek Service Bus rond. Een biblio-bus waar mensen ook terecht kunnen voor bankzaken, buskaarten en postzegels. De provincie betaalde drie ton mee aan het project. In Groningen, de provincie die het meest met bevolkingsdaling te maken heeft is onlangs het actieplan 'Kijk op krimp' vastgesteld. De komende jaren is er jaarlijks 3 miljoen euro beschikbaar voor projecten die de leefbaarheid in stand houden.

Duidelijk is dat de ondernemers er niet op eigen kracht in slagen het beroep in stand te houden. Segers wijdt dit ook aan een imagoprobleem. "Veel mensen denken dat wij duur zijn. Maar dat beeld klopt niet. Wij leveren de boodschappen aan de voordeur af. Dat kost ook wat. En als je de prijzen gaat vergelijken vergeten veel mensen dat ze eerst tien kilometer in de auto zitten naar de winkel toe, om daar vervolgens nog parkeergeld te betalen. Dat moet je eigenlijk allemaal meerekenen."

De volgende klant op de route van Diana Habekotte is het blijkbaar eens met Segers. De familie Plante heeft een veehandelbedrijf. Op het erf wordt de rijdende winkel opgewacht door twee grote rottweilers, die braaf op de eerste tree van het trapje naar de wagen blijven zitten. "De honden kennen Diana en vertrouwen haar. Wij ook", zegt mevrouw Plante. Ze doet nooit boodschappen bij een supermarkt. "Daar moet ik een eind voor rijden. Wij hebben een eigen bedrijf en tijd is geld."

Aan het einde van het bezoek wordt de rekening opgemaakt. De klant rekent maar liefst vierhonderd euro af. Ook de boodschappen van de vorige twee weken worden betaald. "Ze waren toen niet thuis, dus dan zet ik de boodschappen bij de voordeur. Vorige week regende het hard, toen heb ik alles in de stal neergezet." Voor Habekotte is het geen probleem als de rekening een weekje later betaald wordt. Het vertrouwen tussen klant en winkelier lijkt onverwoestbaar.

Daar kan Jos Gerritzen over mee praten. Hij nadert dan misschien het einde van zijn loopbaan. Nog steeds vindt hij het een prachtig beroep. En hij wordt gewaardeerd.

"Toen ik 25 jaar melkman was werd ik overspoeld met cadeautjes en lieve brieven. Ik zat 's avonds aan de keukentafel te huilen met mijn vrouw en mijn dochter. En tegenwoordig kan ik in de zomer drie weken vakantie nemen. Als ik dan terugkom zijn de mensen zo blij me weer te zien. Ze staan me bijna met bloemen in te halen."

Dat is ook de reden dat stoppen hem zwaar zal vallen. "Die trouwe, dankbare, klanten doe je de das om als je stopt. Dat staat me ontzettend tegen. Maar het is niet anders. Volgens mij is het onvermijdelijk dat de melkman verdwijnt."

SRV-man Cor Boonstra
De SRV-wagen deed zijn intrede in de jaren zestig. De naam staat voor Samen Rationeel Verkopen. Het idee van de rijdende winkel is afkomstig van Cor Boonstra. De latere Philips-topman was destijds verkoopleider bij de Zuivel Handelsmaatschappij. In de jaren zeventig reden er ruim vierduizend rijdende winkels rond in Nederland. De winkels werden in een populair reclamedeuntje bezongen door het Cocktailtrio. 'De SRV-man, de SRV-man de SRV-man brengt alles bij u thuis. Leve de man van de SRV van je hiep-hiep-hiep-hoeree!'. Nu zijn er nog maar 200 rijdende winkels over. De Coöperatie SRV hield in de jaren negentig op te bestaan. Tegenwoordig vallen bijna alle rijdende winkeliers onder de franchiseformule van Springer & partners.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden