Als de stabiele factor wankelt

Met de roman 'Dijk' boort schrijver H.M. van den Brink zeldzame thema's aan in de Nederlandse literatuur. De waarde van het hebben van een baan en de vergankelijkheid van de middenstand.

Slechts een enkel boek kan schitteren tussen de veelheid aan romans die jaarlijks in Nederland en Vlaanderen verschijnt. 'Dijk' van H.M. van den Brink (1956) is er zo eentje die de grote boekenberg ontstijgt. In een afgemeten stijl en met een pakkende vertelkunst maakt de lezer kennis met Karl Dijk, ambtenaar vanaf de jaren zestig bij de Dienst van het IJkwezen, een niet meer in die vorm bestaande organisatie die alles controleerde wat meetbaar was. Op Dijk zelf kon je ook de klok gelijk zetten. Des te vreemder is het dat hij afwezig is op zijn eigen afscheidsreceptie. Dijk gaat over de waarde van ons dagelijks werk tegen de achtergrond van een bezwijkende naoorlogse middenstand.

Wanneer begon dit boek bij u te dagen?

"Ik weet nog goed dat ik als jochie naar de kruidenier werd gestuurd. Die woog alles wat je kocht en schreef alle aankopen in een boekje, zodat mijn ouders aan het eind van de week wisten wat ze moesten afrekenen. Aan de zijkant van de weegschaal van die kruidenier zat een stickertje met daarop 'Dienst van het IJk-wezen'. Dat fascineerde mij toen al en is mij altijd bijgebleven. Ik wilde iets doen met wie nu die mannen achter die dienst waren en wat ze deden. Ik ben op zoek gegaan naar oud-medewerkers van de dienst. Maar die wilden niet praten, tezeer getraumatiseerd door de privatisering. Uiteindelijk vond ik er twee, via het Weegschalenmuseum - dat bestaat! - in Naarden. Geweldige kerels, met een ongelooflijke liefde voor hun vak. Opvallend eigenlijk dat daar in de literatuur weinig over wordt geschreven. Mensen ontlenen hun gevoel voor eigenwaarde aan hun werk. Een baan neemt een belangrijk deel van ons leven in beslag, kun je nagaan wat er gebeurt als die dagelijkse zekerheid, zoals bij Karl Dijk in het boek, in één keer van je wordt afgenomen."

Zo'n ijkdienst leent zich daar goed voor. De zekerheden van wegen, kilo's, maten, versus de onzekerheden van het dagelijks bestaan.

"Die dienst was een dankbaar onderwerp voor het boek maar ook gevaarlijk. Schrijftechnisch riskant. Ik wilde beeldspraak ontwijken of er op zijn minst zeer voorzichtig mee zijn. Ik wilde het ook helemaal niet over wegen hebben. Het gaat over mensen. Het gevaarlijke is dat meten over vergelijken gaat. Voor je het weet gaat het dan niet meer over mensen. Beeldspraak is retorisch, en dus ook politiek, gevaarlijk. Dat zien we dagelijks gebeuren. Dan gaat het niet over vluchtelingen - mensen in nood dus - maar over een tsunami. En dus een ramp, voor ons. Of neem het woord saneren. Dat betekent 'gezond maken', en dus mag je snijden, als een chirurg. Maar is er eigenlijk wel een ziekte, of gaat het over een grotere winst?

"Ik geloof dat het me in het boek aardig gelukt is om niet in de val van het vergelijken te trappen. Bovendien staat iemand als Dijk wel model voor een hele generatie. Het type ambtenaar waar je van op aan kon. Dit hebben we nu eenmaal afgesproken, dus daar houden wij ons aan."

Is zo'n type als Dijk een uitstervend soort?

"Ja, de ambtenaar met een grote vakkennis hebben we afgeschaft, en dat is niet goed hoor. Maar alles verschuift. Ook in het boek zie je alles verschuiven."

Hoe vond u de taal bij de sfeer, bij wat u wilde vertellen?

"Ik wilde het eerst schrijven zoals een oud-ambtenaar het zou doen. Maar dat werd ofwel saai, ofwel een soort cabaret. Maar ik heb nooit een schema of stramien voor een boek. Je moet als lezer maar geloven dat de verteller in het boek op deze manier denkt. Ik ben heel irrationeel met schrijven. Het idee komt uit het beeld voort. Dit is nu eenmaal de sleutel waarin het staat, zoals bij muziek. Soms is het ritme er bij mij eerder dan de woorden."

Het boek ademt zowel een prettige als ongemakkelijke nostalgie. Net als uw meest gelauwerde roman 'Over het water'. Bent u zo gevoelig voor wat voorbij gaat?

"Ik ben gevoelig voor het idee dat niks blijft zoals het is, maar nostalgie vind ik een beetje een ziekte. De tragiek achter de vergankelijkheid vind ik interessanter dan de nostalgie. Na 40 jaar de wacht worden aangezegd op je werk of de verdwenen kruidenier die moest wijken voor de supermarkt. Ik wil het graag vastleggen. Dan is het op een bepaalde manier niet voor niets geweest. Ik wil graag laten voelen hoe het was. Maar niet: We moeten terug naar toen. Het was ook een beklemmende rottijd, de tijd van betonnen en genadeloze normen en waarden."

De vergankelijkheid van de middenstand is nu zeer actueel. Volgt u het wankelen van de grote retailers?

"Ik heb er een fantastisch fotoboekje over. 'Een aflopende zaak' heet het. Over het verdwijnen van de kleine winkeliers, die verdrongen werden door supermarkten en warenhuizen. Grappig genoeg zie je nu een volgende fase. De slager, de bakker, de groenteboer, de schillenboer, de melkboer, de visboer; ze kwamen allemaal aan huis. Nu zie je dat weer terugkomen nu we zo ongeveer alles laten thuisbezorgen. Er wordt weer aangebeld door leveranciers."

Er zit een lange tijd tussen het verschijnen van uw vorige boek en dit boek. Hoe komt het dat u nu ineens weer opduikt?

"Schrijven kwam er gewoon niet van. Ik was tot vorig jaar werkzaam als directeur van het Mediafonds en ik had als co-ouder drie kinderen groot te brengen. Een boek schrijven zou dan de derde grote taak zijn en ik kan er kennelijk maar twee tegelijk aan. Nu zijn de kinderen groter en kom ik weer aan schrijven toe. Ik vind schrijver overigens geen beroep. Als ik niet schrijf, ben ik het niet en ga ik ook niet poseren als auteur. Maar dit succes is wel een beetje overweldigend. Ik dacht ongemerkt weer terug de literatuur in te sneaken, maar dat lukt geloof ik niet helemaal. Ik ben er gelukkig mee. Maar de grootste beloning is toch het boek zelf, het ding, dat mijn gedachten iets zijn geworden dat je vast kunt pakken. Ik zou bijna zeggen: het woord is vlees geworden. Nou ja, papier en karton dat in een winkel ligt...."

Dijk, H.M. van den Brink. Uitgeverij Atlas Contact. euro 18,99

Andere romans van H.M. van den Brink

Hans Maarten van den Brink (Oegstgeest, 1956) schreef eerder onder meer de romans 'De vooruitgang' en 'Hart van glas', en de novelle 'Over het water', die in binnen- en buitenland met veel lof werd ontvangen. Van den Brink was van 1988 tot 1993 correspondent van NRC Handelsblad in Spanje. Als hoofdredacteur televisie bij de VPRO (1995-2001) ontwikkelde hij programma's als 'Andere Tijden', 'Sportpaleis De Jong' en 'Waskracht!' Tot vorig jaar was hij directeur van het Mediafonds. Hij woont en werkt in Amsterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden