Als de passie om te klimmen is verdwenen

Zijn nieuwste boek, 'De smekende stilte', is opgedragen aan Ian Tattersall, een klimpartner die door Joe Simpson bijna liefkozend 'Tat' werd genoemd. Tattersall besloot plotseling, aan de vooravond van een nieuw avontuur in het hooggebergte van Bolivia, te stoppen met klimmen. Korte tijd later kwam hij om het leven bij een ongeluk met paragliding.

Ik doe het niet meer met liefde'', had Ian Tattersall gezegd. ,,Ik heb geen zin meer in de risico's, in het gezwoeg.'' De woorden van zijn vroegere klimpartner zette Joe Simpson (41), wereldberoemd bergbeklimmer, opnieuw aan het denken. Inmiddels heeft hij ook besloten te stoppen. Zijn grote passie voor het klimmen is voorbij, merkte hij de afgelopen jaren. Maar het voelt nog steeds als verraad. Afgelopen week was Simpson, klein, gedrongen, breedgeschouderd en bruin getaand, in Nederland. Bij buitensportwinkel 'Kathmandu' in Utrecht -eigenaar Ray Delaney is zijn huidige klimmaat- signeerde hij 'De smekende stilte'. Het is een indrukwekkend werk, waarin Simpson beschrijft hoe het hem is vergaan na zijn bijna fatale tocht, begin jaren tachtig in Peru.

Simpson was in mei 1985 met zijn toenmalige klimmaat Simon Yates afgereisd naar de Siula Grande (6356 meter) in het Andesgebergte. Kort na de top brak Simpson zijn been. Yates hielp hem naar beneden, maar Simpson gleed uit en kwam aan een klimtouw boven een gletscher spleet te hangen. Een uur lang hing hij daar. Maar Yates verloor zijn grip. Het risico werd te groot dat ook hij zou omkomen. Met het mes van Simpson dat toevallig nog in zijn rugzak zat, kapte Yates het touw. Simpson kwam in de gletscherspleet terecht en leefde tot zijn grote verbazing nog. Het verslag van hoe hij zich, vol pijn en honger, huilend, vervuild en half-hallucinerend naar het basiskamp wist te slepen, werd wereldberoemd. Het boek waarin hij dit beschreef -'Over de rand'- is vooral ook een psychologisch verslag van hoe beide mannen de rampzalige tocht beleefden.

Simpson schreef 'Over de rand' toen Simon Yates bij thuiskomst in Engeland verwijten werden gemaakt. Simpson wilde hem rehabiliteren als redder van zijn leven. Anders dan velen denken, heeft de gruwelijke tocht zelf zijn leven niet veranderd, zegt Simpson nu. Het boek dat hij daarover schreef deed dat wel. ,,We wisten dat die tocht gevaarlijk zou zijn en hielden er rekening mee dat we zouden kunnen sterven. Dat ons dit ongeluk overkwam was geen verrassing, dat we het overleefden wel.'' Verder gaan met klimmen vond Simpson, hoewel dokters waarschuwden dat zijn been onbruikbaar zou blijven, vanzelfsprekend.

'Over de rand' was bedoeld voor de kleine kring van bergbeklimmers in Engeland. ,,Maar inmiddels is het in vijftien talen vertaald en zijn er meer dan een kwart miljoen exemplaren verkocht. Simpson: ,,Dat gaf een heel nieuwe situatie. Ik heb er altijd voor gewaakt in een gewone baan terecht te komen. Ik ben in Maleisië geboren. Mijn vader was legerofficier, we verhuisden zo om de twee jaar. Ik was dus gewend te reizen. Toen ik acht was, las ik de verhalen over de Europese bergbeklimmers uit het verleden. Zij werden mijn helden. Vooral de Italianen, Walter Bonatti en Riccardo Cassin en de Duitser Hermann Bühl. Het boek De Witte Spin van Oostenrijker Heinrich Harrer (ook inspiratiebron voor de film 'Seven Years in Tibet', red.) vond ik zó angstaanjagend. Al die mensen die op de Eiger stierven. Ik zou nooit die bergen in gaan, wist ik zeker. Maar elf jaar later zweefde ik aan dat touw in de Andes.''

Via scouting begon hij met rotsklimmen. ,,'Wow, dit is geweldig', dacht ik meteen. En ik was beter dan mijn vrienden, iets dat niet onbelangrijk is als je veertien bent. Ik vond het wel griezelig, maar meer nog opwindend.''

Al gauw kwamen de eerste alpiene tochten, gevolgd door een lijst klassieke beklimmingen en indrukwekkende 'eerste routes'. ,,We waren jong en leefden voor het klimmen. Toen we naar Peru gingen, hadden Simon en ik absoluut geen geld, we hadden niet echt een huis enzo; we klommen alleen. Het was een obsessie. Maar toen mijn boek een succes werd, ik lezingen ging geven en een filmcontract sloot, veranderde er materieel iets voor me. Ineens had ik iets om voor te zorgen. Een huis waar ik van hou, een tuin om in te werken. Spullen. Mijn energie raakte verspreid. Het succes van het boek dwong me verantwoordelijk te zijn. Ik kreeg deadlines. Ik genoot van het schrijven, maar belangrijker nog: door het schrijven ging ik meer over het klimmen nadenken.''

,,Toen ik twintig was filosofeerden we ons nou niet bepaald de berg op. Het ging ons om de fun. Maar door het schrijven werd ik me bewust van alles. Ik ging nadenken over angst, over waarom ik klim. Er is meer in het leven dan klimmen alleen. Vijftien jaar geleden had ik dat niet gezegd. Dat mijn benen pijn doen is geen reden om de top niet meer te willen halen. Dit wel. Het is opmerkelijk dat ik door te lezen begonnen ben met bergbeklimmen en dat ik nu door te schrijven met klimmen ga stoppen.''

In 'De smekende stilte' vraagt Simpson zich af hoe zijn passie voor klimtochten kon verdwijnen. ,,Het verlies van vrienden, te veel ongelukken, een toenemende angst die ik steeds moeilijker de baas kon?'', schrijft hij. Angst is het niet, denkt hij nu. ,,Angst is geen vijand, maar een veiligheidsriem. 'Je gaat te ver', zegt angst je. Daar moet je naar luisteren. Het is niet prettig om bang te zijn, zoals ook boos zijn geen fijne ervaring is en, volgens sommigen, verliefd zijn. Maar zonder die adrenaline die het overwinnen van angst je geeft, zou het maar saai zijn.''

De ongelukken, het verlies van vrienden waren wel bepalend. ,,In de praktijk had ik steeds minder vrienden die nog actief klommen. Degenen die niet dood waren, waren gaan paragliden'', schrijft Simpson. Sinds hij in 1994 zijn boek 'Dit schimmenspel' schreef, kwamen zeven van zijn vrienden uit de bergsportwereld om het leven. ,,Meestal zijn het herdenkingsbijeenkomsten, vrijwel nooit een begrafenis, want de lichamen worden meestal niet gevonden.'' Vaak is het een oneerlijke dood. Elke klimmer kan worden getroffen door een lawine van sneeuw of stenen. Verkeerde plaats, verkeerd moment, pech. Maar vaak ook maken ze fouten. ,,Wij zijn allemaal feilbaar.'' Zonder die spanning van de dood die op de loer ligt, zouden veel klimmers stoppen, denkt Simpson. ,,Het is je eigen keuze te klimmen, uit liefde voor de bergen.''

In september 2000 waren Simpson en Delaney aan het klimmen op de Eiger. Terwijl zij op een richel van 45 centimeter schuilden voor een puinregen, gleden elders op de Eiger twee andere Britten voor het oog van een Britse cameraploeg over een ijsvlakte weg. Simpson en Delaney hoorden van het ongeluk en keerden terug naar het dal. Daar zagen ze de beelden van die dodelijke val, beelden die nog lang door Simpson's hoofd spookten. Wat ook veel indruk maakte, was de reactie van Simon Wells, goede vriend en lid van het camera-team. Wells dacht Simpsons dood te hebben gefilmd en was diep geschokt.

Simpson en Delaney willen niet dat het ongeluk van 2000 hun laatste ervaring in het hooggebergte blijft. In augustus willen ze alsnog de beruchte Eiger Noordwand bedwingen, ook als eerbetoon aan alle daar gesneuvelde klimmers. Daarna is het uit met de bergtochten, zegt Simpson.

,,Ik ga rotsklimmen, misschien ijsklimmen, maar geen dagenlange tochten meer. Ik ga paragliden, er zijn nog zoveel avontuurlijke dingen te doen. 'Doe elke dag één ding, al is het nog zo klein, waarbij je je angst overwint', vind ik een mooi levensmotto. Bij het klimmen moet je voortdurend, op het juiste moment, zélf je beslissingen nemen. Stoppen is ook zo'n besluit. Good luck in augustus? Ik hoop dat we dat niet nodig hebben.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden