Als de non met de duivel danst

Door de ogen van schrijver François Rabelais (1483-1553) een blik op het carnaval van nu. Hij is er klaar voor, met opgetuigde kar, maar weet niet waar zich in het feestgedruis te storten. De zure lach van New Orleans of de saamhorigheid van het Limburgse Simpelveld?

De franciscaner monnik en schrijver François Rabelais (1483-1553) moest de paardenkar maar eens bemannen. Voorop zou hij notabelen hun gat laten afvegen met een pantoffel, een kniptas, een broodmand, een haan, een aalscholver en een procureurszak. Middenop wordt een keurige dame door, tel maar na, 600 014 reuen ondergepist. En achterop is het ook niet droog, maar daar beschermt de reus Pantagruel zijn leger tegen de regen door zijn tong ferm uit te steken, waar Rabelais dan op klimt om ons voor te houden:

,,Alzo zal ik u voort aan 't lachen zien te krijgen,

Want 's mensen aard is hierin 't meest zich eigen.'

Mag Rabelais' potsierlijke vertoning ook meerijden in de carnavalsstoet? En waar dan wel, wil hij weten, in Rio, New Orleans, Simpelveld of Trinidad? Het hangt ervan af wat carnaval ter plekke inhoudt. Enkele ingrediënten lijken in elk geval op de kar aanwezig: de wereld staat er op zijn kop, is binnenstebuiten gekeerd, er wordt gelachen, gespot en gehoond.

Inversie schijnt een van dé karaktertrekken van carnaval te zijn: de omgekeerde wereld, waarin het alledaagse leven is opgeschort. De filosoof O. Marquard noemde dat treffend het Moratorium des Alltags, en wie in 'Carnivals, Rogues and Heroes' van Roberto Damatta leest, begrijpt welke metamorfose het Rio de Janeiro van alledag ondergaat. Voor even vlucht de deugd, en ziet de Heilige Maagd vanuit haar nis in de kapel zich overschaduwd door de hoer, die op haar hoge altaar in de parade over straat alle blikken naar zich toe trekt.

Dat mag in dagen dat zelfs dag en nacht zijn verwisseld en een waas van vrolijkheid en soms wonderlijke razernij het zicht op de alledaagse verhoudingen ontneemt. Of juist verscherpt? Brazilië betekent hiërarchie, van mensen die onder en boven liggen, en hoe brengt Rabelais dat beter in beeld dan door de autoriteit op zijn paardenkar letterlijk te kakken te zetten? Hoe kun je beter dan door overdrijving jezelf bewust worden van je sociale malaise, van je rol als armoedzaaier? Overdrijving is tegelijkertijd de enige weg om jezelf in de bonte maskerade voor een paar dagen omhoog te pronken, als een gewichtig en gefortuneerd man.

,,Misschien is mijn wagen nog te bescheiden voor Rio', peinst Rabelais, ,,want daar draait werkelijk alles om.' De belangrijkste leefdomeinen, het huis en de straat, komen bij elkaar, schrijft Damatta: het verborgene, het beschermde, de harmonie en de kalmte versus het onzekere, het gevaar en de passie. Die alledaagse tegenstelling lost op in een immense picknick, met slapende kinderen op het overmorgen weer dreigende asfalt.

Op dit middeleeuwse plein roept het mechanisme van symbolische inversie een sfeer van ontbinding op, waarin de sociale rollen van alledag aan de kaak worden gesteld en zicht op alternatieven wordt geboden. Hier danst de sheriff met de bandiet, de non met de duivel en de gorilla met de mooie meid. Hier wordt niet het maagdelijke maar het hoerige in de vrouw geëerd. Hier komt de andere man naar boven, de tropische mr. Hyde, de bedrieger en de schurk. En hier mag de sloeber van alledag zich als dé samba-expert presenteren.

De wet van carnaval is dat er geen regel bestaat, meent Damatta. En vraag niet naar de eigenaar van dit gebeuren. Waar elke processie wel om iets of én iemand draait, kan nu iedereen zijn vinger opsteken. En laat niemand in deze sfeer van universele gelijkheid de opmerking wagen ,,Weet je wel tegen wie je het hebt?' ,,We leven het moment van communitas', schreef de sociaal-antropoloog Victor Turner.

,,Maar lachen die lui wel voldoende?', vraagt Rabelais zich af, terwijl zijn notabelen hun gat nu ook bewerken met een kip, een ijsmuts en een lokvink. ,,Is Limburg, Simpelveld bijvoorbeeld, niet een beter oord voor mijn wagen?' Uit 'Prinsen & clowns in het Limburgse Narrenrijk' van Carla Wijers begrijp je dat daar onder de narrenkap een tijdelijke eenheid wordt gecreëerd, dwars tegen de naoorlogse schaalvergroting en de sociale hiërarchie en individualisering van alledag in. Voorbij het lokale chauvinisme presenteert Limburg zich als één groot Narrenrijk, prat op zijn carnavalsschlagers in melodieuze dialecten, waar die Hilversumse dijenkletsers zo schel en hard in de oren tuiten.

Van het saamhorigheidsgevoel en de gemeenschapszin die in de interviews in dit boek worden beleden zou je het haast benauwd krijgen. Turners begrip 'communitas' reikt hier niet ver genoeg, verzekert Wijers. De intense beleving van ongedwongenheid en zorgeloosheid slecht niet alleen de sociale barrières maar doet zelfs de grenzen van het ego vervagen en roept een oceanisch gevoel op.

Rabelais moet gapen op het puntje van de tong van reus Pantagruel. ,,Saamhorigheidsgevoel, gemeenschapszin, het zijn ook wel ernstige dagen, begrijp ik. En van nationale verbroedering mogen we bij dit carnaval toch niet spreken. In de beleving van 'Limburg én' zit vooral ook een aspect van 'niet-Hollander zijn'.'

Rabelais weet het nog niet. Rio lonkt, die wereld van ongelijkheden, want daar resulteert de omkering echt in het neerhalen van de hiërarchie. Of naar New Orleans? Maar met zijn festijn, Mardi Gras, gebeurt het tegenovergestelde: daar worden rangen en standen juist aangescherpt in die paar dagen.

Geen wonder, betoogt Damatta, een individualistisch georiënteerde samenleving die een egalitair uitgangspunt predikt, keert zich op de praalwagen vanzelfsprekend om in aristocratie. De koningen van de carnavalsorganisaties, de krewes, bewegen zich hoog verheven boven het vulgaire volk in de straat. Krewes ademen een exclusieve sfeer uit, een contrasterende wereld van arm en rijk, blank en zwart, anti-Joods en anti-Italiaans. Mardi Gras bevrijdt niet, het ketent eerder. Van eenheid is geen sprake, meent Damatta.

,,Nee, New Orleans, aan me nooit niet. Daar lachen ze zuur', concludeert Rabelais, die nu aan Trinidad zit te denken en in gedachten al meetrommelt met de steelband en de calypso-muziek. De indrukwekkende geschiedenis, beschreven in 'Het carnaval van Trinidad: voertuig in de speurtocht naar nationale identiteit' van Peter van Koningsbrug-gen, geeft wel aan dat Rabelais hier de juiste plaats in de carnavalsstoet nog maar moet zien te vinden.

Trinidad moet ooit het ideale oord zijn geweest voor de totale inversie, in de dubbele omkering van de relatie meester-slaaf. Blanke planters vermomden zich als plantage-negers en voerden met hun fakkeloptochten door de straten een persiflage op van de wijze waarop de slaven bijeen werden gedreven. Negerslaven maakten in grotesk toneel het gedrag van de planterselite en hun deftige danspartijen belachelijk.

Dat klinkt vredig, maar het carnaval van Trinidad is altijd een feest van gistende gemoederen gebleven, schrijft Van Koningsbruggen. Op een eiland met zo'n heterogene bevolkingssamenstelling, een mengelmoesje van negers, blanken en cultureel dakloze Creolen, kun je niet anders verwachten dan een festival van de hete hangijzers en het debat. ,,Kort en goed is het feest een ingewikkeld gewrocht van bijna twee eeuwen geschiedenis', schrijft Van Koningsbruggen, een feest met een ,,hybride culturele bagage'. Met carnaval lichten de tegenstellingen op en komt die sociaal-culturele heterogeniteit spontaan en harmonieus tot expressie, wat de illusie van een nationale identiteit kan wekken maar tevens de afwezigheid van die identiteit benadrukt.

,,Al jengelen ze met hun steelbands en calypso-muziek dagenlang het ideaal van 'Trinidad; the Rainbow is Real' bij elkaar, dat carnaval klinkt me toch ook te serieus', overweegt Rabelais. ,,Er moet gelachen worden, en wel op een specifieke manier. Lees in 'Carnaval en terreur' van Anton Simons wat lachen, als het meest eigene van de mens, vermag: als therapeutische kracht, als parodie, als verbroedering als uitbundig plezier en vermaak.'

Het boek handelt ondermeer over de beschouwingen van de Russische filosoof Michail Bachtin over Rabelais en de carnavaleske volkscultuur. Bachtin zag in het carnaval een 'kruipgat', schrijft Anton Simons: carnaval is niet alleen een ventiel waarmee stoom wordt afgeblazen en de massa wordt gedisciplineerd; het kan tevens het besef teweegbrengen dat de alledaagse orde niet absoluut is, en dat er misschien een uitweg bestaat.

,,Laat dat eens goed tot u doordringen', oreert Rabelais vanaf de tong van reus Pantagruel. ,,Lachen kan dogma's ontmaskeren, en doet dat alleen als de lacher ook besef heeft van zijn eigen geweld. Daar waren we in mijn tijd heel wat beter in. Toen was carnaval het tweede leven van het volk, georganiseerd volgens het principe van de lach. De carnavaleske lach wel te verstaan, en die is heel anders dan het gniffelen om een komische gebeurtenis. Het was de feestelijke lach, de lach van het hele volk en de universele lach, want allen lachen om allen en om alles, ook om zichzelf. Zo'n lach is eigenlijk een ambivalente uiting, een lofprijzing en verwensing tegelijk. En ook een lach met een ethische betekenis, omdat het besef van de tragiek er enigszins in doorklinkt.'

,,Ja, dat had u nog niet begrepen, hè, van die gatvegers en pissende reuen op mijn wagen. Tja, wat doen we jongens, Rio of Simpelveld? Waar kan ik met die lach terecht? Dat is nou toch jammer, want daarnet lees ik in 'Prinsen & clowns in het Limburgse Narrenrijk' dat het in Simpelveld zo'n drama wordt als het einde in zicht komt en het lachen de mensen dan al praktisch is vergaan.'

,,Dat ze in Roermond bij het scheiden van het carnaval Bacchus symbolisch verzuipen kan ik nog wel billijken. Maar dat die Prinsen van jullie bij het aftreden zelfs echt gaan huilen. Vier dagen zorgeloosheid die omslaan in gesnotter, nee Pantagruel: kom op heren, veeg uw gat af, we gaan naar Rio.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden